
Het Brutusnetwerk (Frans: Réseau Brutus) was een inlichtingennetwerk van het Frans verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het ontstond in 1941 rond Pierre Fourcaud en verzetsleden in Marseille en werkte voor de Vrije Fransen. Onder leiding van André Boyer groeide het in 1943 uit tot een landelijk netwerk.
Het netwerk had nauwe personele verbindingen met het socialistische verzet. Sommige medewerkers waren tevens betrokken bij ontsnappingslijnen naar Spanje, waarvan ook Nederlandse Engelandvaarders gebruikmaakten.
Pierre Fourcaud was een van de eerste agenten die de Vrije Fransen naar Frankrijk stuurden. Zijn netwerk droeg aanvankelijk zijn schuilnaam Lucas. De advocaat André Boyer sloot zich in januari 1941 aan en richtte in april in Marseille een radiozendpost in. Hij bracht Fourcaud in contact met het socialistische verzet rond Félix Gouin. Ook Boyers collega Gaston Defferre raakte bij de organisatie betrokken.
Na Fourcauds arrestatie in augustus 1941 nam zijn broer Boris de leiding over. Het netwerk werd vervolgens Froment genoemd. Boyer nam in 1943 de algemene leiding op zich; de organisatie kreeg toen de naam Brutus, een van zijn schuilnamen.
Brutus hield zich bezig met inlichtingenwerk voor de Vrije Fransen en onderhield verbindingen met Londen. Boyer reisde in 1943 zelf tweemaal per clandestiene vlucht naar Groot-Brittannië. Zijn contacten betroffen ook de politieke organisatie van het Franse verzet: hij bepleitte een nationale verzetsraad en vertegenwoordiging van socialisten in de gezamenlijke verzetsorganen.
Vanuit Lyon breidde Brutus zich in 1943 uit over Frankrijk. Pierre Sudreau leidde de noordelijke organisatie en Jean-Maurice Hermann de zuidelijke. De groei liep samen met die van het clandestiene Comité d'action socialiste. Medewerkers konden tegelijkertijd voor Brutus, dit comité en de verzetsbeweging Libération-Nord werken. Ook met de organisatie Police et Patrie bestonden verbindingen en gedeelde medewerkers.

Een verbinding met de Nederlandse Engelandvaart liep via Jean-Louis Bazerque, die onder meer de schuilnaam Charbonnier gebruikte. Hij organiseerde grenspassages in de Pyreneeën en werkte voor verschillende netwerken, waaronder Brutus, Réseau Françoise en Dutch-Paris. Zijn werkzaamheden laten zien hoe inlichtingenorganisaties en ontsnappingslijnen via dezelfde plaatselijke helpers met elkaar verbonden waren.
Bazerque begeleidde ook Nederlanders die via Spanje Groot-Brittannië probeerden te bereiken. In maart 1944 leidde hij een groep vluchtelingen, onder wie de Nederlandse Engelandvaarder Chris van Oosterzee, langs Bagnères-de-Luchon naar Bossòst in de Val d'Aran. Zij bereikten Spanje op 19 maart. Aan de overtocht waren weken van oponthoud door sneeuw voorafgegaan.
Deze hulp aan Engelandvaarders vond plaats binnen een omgeving waarin medewerkers verschillende organisatorische banden hadden. Brutus en Dutch-Paris waren afzonderlijke netwerken; Bazerques betrokkenheid bij beide betekent niet dat alle door hem begeleide ontsnappingen operaties van Brutus waren.
Eind 1943 werd de leiding zwaar getroffen door arrestaties. Onder de gearresteerden waren Sudreau, Hermann en Boyer. De Gestapo arresteerde Boyer en zijn medewerker André Clavé op 8 december in Parijs. Boyer werd via Buchenwald naar Dora gedeporteerd en kwam op 4 april 1945 in Nordhausen om het leven.
Volgens het Musée de la Résistance en ligne werden na de oorlog 1.124 personen officieel als agent van Brutus erkend. De museumtekst vermeldt 64 omgekomen en 101 gedeporteerde leden.