| Kreisfreie Stadt in Duitsland | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Deelstaat | |||
| Coördinaten | 51° 46′ NB, 14° 20′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 165,62 km² | ||
| Inwoners (31-12-2020) |
98.693 (596 inw./km²) | ||
| Hoogte | 70 m | ||
| Tobias Schick (SPD) | |||
| Overig | |||
| Postcodes | 03042-03055 | ||
| Netnummer | 0355 | ||
| Kenteken | CB | ||
| Kreisfreie Stadt | 19 Stadtteile | ||
| Gemeentenr. | 12 0 52 000 | ||
| Website | Officiële website | ||
| Locatie van Cottbus | |||
| Foto's | |||
| De Altmarkt in Cottbus, met op de achtergrond de Oberkirche | |||
| |||
Cottbus (Nedersorbisch: Chóśebuz) is een kreisfreie Stadt in de Duitse deelstaat Brandenburg. Op 31 december 2020 telde de stad 98.693 inwoners op een oppervlakte van 165,62 km². De stad heeft het officiële predicaat Universitätsstadt/Uniwersitne město. In Cottbus woont een beperkt aantal leden van de Sorbische minderheid.
Cottbus maakt deel uit van de streek Niederlausitz, de noordelijke helft van de Lausitz.
De stad ligt aan de rivier de Spree, ten oosten van het toeristisch ontwikkelde Spreewald.
Cottbus ligt ruim 30 kilometer ten westen van de grens met Polen, ongeveer 100 kilometer ten zuidoosten van Berlijn, 90 kilometer ten noordoosten van Dresden en 90 kilometer ten zuidwesten van Zielona Góra in Polen.
In de tweede helft van de 20e eeuw is het landschap rondom Cottbus sterk veranderd. Grote gebieden veranderden na winning van bruinkool in dagbouw in woestenijen. Daarna liet men verscheidene groeven met water vollopen, waarna meren ontstonden. Zie: Lausitzer bruinkoolmijnstreek.
Het stadsgebied van Cottbus is in 19 stadsdelen onderverdeeld, deze zijn:

De stadsdelen 1 t/m 5 en 12 hadden volgens de website van de gemeente begin 2025 ieder meer dan 10.000 inwoners. Volgens de Burgerlijke Stand van Cottbus woonden in de gemeente toen juist iets meer dan 100.000 mensen.
Alle rondom Cottbus gelegen gemeenten maken deel uit van de Landkreis Spree-Neiße.
Ten zuiden van het stadscentrum loopt, in west↔oost-richting, de Autobahn A 15. Afrit 4 van deze Autobahn, aan de Bundesstraße 169, en afrit 5, aan de Bundesstraße 97, liggen dichtbij Cottbus. De B 169 loopt dwars door de stad heen.
De stad heeft een belangrijk regionaal spoorwegstation, Cottbus Hauptbahnhof. Van hieruit kan men per trein in zes richtingen reizen, en wel naar Berlijn, Görlitz, Halle (Saale), Großenhain, Guben en Forst (Lausitz). Ander openbaar vervoer bestaat hoofdzakelijk uit een tram- en busnet, dat uitgebaat wordt door Cotbussverkehr GmbH.
Sinds 2019 heeft Cottbus een haven aan het 18.800 hectare grote recreatiemeer Cottbuser Ostsee, ten oosten van het centrum. De haven is hoofdzakelijk voor de pleziervaart bedoeld.
De geschiedenis van Cottbus kan bijna 2000 jaar terug in de tijd gevolgd worden; enige dorpen in de omgeving van de stad kenden zelfs reeds menselijke bewoning in de Bronstijd. In de vierde eeuw van onze jaartelling vestigden zich de eerste mensen. In 1934 werd bij Ströbitz een schat gevonden, die uit de 4e eeuw dateert. Ze bestaat uit vier armbanden en een torque van goud (goudgewicht: 856 gram). De schat is sinds de Tweede Wereldoorlog Russisch staatseigendom, maar was in 2007 korte tijd in een Berlijns museum te zien.
De naam van de stad is afgeleid van de Nedersorbische persoonsnaam Chóśebud, wat ongeveer: waakzame held betekent. Hieruit blijkt, dat de plaats van oorsprong een door leden van Slavische volkeren gestichte nederzetting was. In de 12e eeuw verkreeg Cottbus stadsrechten. In 1213 werd Albrecht II van Brandenburg heer van de burcht, die toen in Cottbus stond. Vanaf de middeleeuwen tot en met de 19e eeuw lag de stad achtereenvolgens in de Mark Brandenburg en in Pruisen. Reeds vanaf 1405 bevorderden de landheren de textielnijverheid door speciale privileges, wat deze bedrijfstak tot bloei bracht.
In 1461 trachtte de Boheemse koning George van Podiebrad zijn rijk uit te breiden. Hij benoemde een zekere Zdenko von Sternberg tot heer van de (Brandenburgse) Heerlijkheid Cottbus. De poging van Zdenko's mannen, om Cottbus te veroveren, liep spaak; het beleg van de sterk verdedigde stad mislukte geheel, en Zdenko zag van verdere aanspraken op Cottbus af. Een soortgelijke aanval door Jan II de Krankzinnige, hertog van Glogau, in 1478 mislukte eveneens.
In 1537 werd de stad als gevolg van de Reformatie protestants. Tot op de huidige dag zijn de meeste christenen in Cottbus evangelisch-luthers. Tenzij anders aangegeven, zijn ook de in dit artikel vermelde kerkgebouwen in de gemeente evangelisch-luthers.
Grote stadsbranden troffen Cottbus in 1468, 1479, 1600, 1671, waarna de huizen verplicht van steen moesten zijn gebouwd, met pannendaken erop, en nog in 1862.
Andere rampen, die Cottbus troffen, waren een sprinkhanenplaag en dus een misoogst in de boerendorpen rondom de stad, waardoor een hongersnood uitbrak (1484), en pestepidemieën (1380, 1491 en diverse malen tijdens de 17e eeuw).
De stad was gedurende de Dertigjarige Oorlog, van 1618 tot 1648, toneel van strijd, pestepidemieën en andere oorlogsellende. Eén leger, dat er aan de oorlog deelnam (1626), werd door Albrecht von Wallenstein, een veldheer van de Duitse keizer, aangevoerd. In de jaren-1630 trokken legerbendes van beide strijdende partijen door Cottbus. Deze brachten de stad veel vernietiging en plundering toe. Aan het eind van de oorlog woonden er nog maar 100 mensen in Cottbus.
Met de vanaf de 19e eeuw toenemende industrie werd Cottbus een stad van meer belang. Door de aanleg van een spoorwegennetwerk, vanaf 1866, werd Cottbus een belangrijk verkeersknooppunt. Toen werden er ook veel nieuwe bedrijven in Cottbus opgericht, met name in de textielindustrie (reeds vanaf circa 1800: productie van wasdoek). Mede door deze industriële groei was er meer werkgelegenheid, en behoefte aan arbeiderswoningen, dus nam het inwoneraantal flink toe. In 1896 staakten de textielarbeiders voor hogere lonen en invoering van de elfurige (!) werkdag.
Gedurende de Hitler-tijd (1933-1945) had Cottbus o.a. een kazerne en een Fliegerhorst van de Luftwaffe. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een concentratiekamp in de stad gevestigd. Ongeveer duizend dwangarbeiders moesten hier onderdelen voor Focke-Wulf- gevechtsvliegtuigen maken. Vanaf de Kristallnacht (november 1938, toen de synagoge werd afgebrand) tot 1945 werden talrijke Joden uit Cottbus omgebracht in de vernietigingskampen, of op andere wijze slachtoffer van de holocaust. Ook veel politiek linkse mensen werden door de nazi's vervolgd en vermoord. Talrijke gedenktekens en oorlogsgraven in Cottbus en omgeving herinneren hier nog aan. Op 15 februari 1945 werd Cottbus zwaar gebombardeerd door geallieerde vliegtuigen. Daarbij werd de stad gedeeltelijk verwoest, en er vielen circa duizend doden, onder wie enkele honderden kinderen. Eind april 1945 werd Cottbus, na dagenlange, zeer zware strijd, veroverd door het Sovjetrussische Rode Leger.
De in 1860 geopende gevangenis van Cottbus was in de nazi-periode een jeugd- en vrouwen-tuchthuis (dus gevangenis met lichte dwangarbeid overdag). In de DDR-periode zaten er honderden politieke gevangenen vast, onder wie mensen, die voor vrijkoop door West-Duitsland in aanmerking kwamen. Na de verhuizing van de gevangenis naar nieuwbouw in 2002 werd het gebouw in gebruik genomen als zogenaamd Human Rights Centre.
Van 1949 tot 1990 maakte Cottbus daarop deel uit van de DDR. Omstreeks 1952 werd begonnen met de grootscheepse bruinkoolwinning in dagbouw. De bruinkool werd vooral verstookt in elektriciteitscentrales. Een zo'n op bruinkool draaiende centrale is nog tot 2028 in bedrijf, en staat 10 km ten noorden van Cottbus, in de gemeente Teichland. In de DDR-periode steeg het aantal inwoners tot 129.000, als de later aan de stad toegevoegde dorpen worden meegeteld, zelfs 137.000.
In de tweede helft van de 20e eeuw is het landschap rondom Cottbus sterk veranderd. Grote gebieden veranderden na winning van bruinkool in dagbouw in woestenijen. Daarna liet men verscheidene groeven met water vollopen, waarna meren ontstonden. In 2015 werd de laatste grote bruinkoolmijn Cottbus Nord gesloten. Op de plaats daarvan ontstond, door inundatie tussen 2019 en eind 2024, het 18.800 hectare grote, gemiddeld 7,90 meter diepe meer Cottbuser Ostsee.
Op 14 januari 1975 gebeurde in de stad Cottbus een ernstig vliegtuigongeluk. Een MiG-21 gevechtsvliegtuig van de luchtmacht der Nationale Volksarmee kreeg motorstoring en boorde zich in een flatgebouw in de wijk Schmellwitz. De piloot, en zes bewoonsters van de flat voor ongehuwde textielarbeidsters kwamen om het leven.
Na de Duitse hereniging van 1990 verdween de textielindustrie geheel, en in de periode tot 2015 ook de bruinkoolwinning. Daardoor ging veel werkgelegenheid verloren en trokken veel mensen uit Cottbus weg, o.a. naar het economisch sterkere westen van Duitsland. Daardoor daalde het bevolkingscijfer met 46.000 personen tot 91.000. De, ook bestuurlijk en economisch belangrijke status van Großstadt, stad met meer dan 100.000 inwoners, ging verloren. De gemeente doet er alles aan, deze grens weer te overschrijden, zelfs door alle studenten aan de Technische Universiteit in haar bevolkingscijfer mee te nemen. Daarbij gaat men ervan uit, dat deze alle in een flat of studentenkamer in Cottbus wonen, tenzij duidelijk blijkt, dat zij nog bij hun ouders thuis wonen. Dit heeft al tot juridische conflicten met hogere overheden geleid.
De grootste in Cottbus gevestigde onderneming is het energieconcern LEAG.
Het Zwitserse concern Asea Brown Boveri heeft een middelgrote vestiging te Cottbus.
Daarnaast zijn er tal van kleine en middelgrote ondernemingen gevestigd, in vele verschillende bedrijfstakken. In de jaren 2020 zijn in de stad enkele grote, moderne winkelcentra gebouwd.
Een bedrijf met een lange historie is de Große Wassermühle (Grote Molen) Madlow, die sinds 1495 bestaat. Afwisselend was het een graanmolen en een molen voor vollen en andere textielbewerkingen. Sedert 1868 is de molen in feite een fabriekscomplex, en draait niet meer op waterkracht. Het bedrijf is diverse malen in andere handen overgegaan. Het huisvest een onderneming (CTG Combustion Control), die zich bezighoudt met o.a. procestechniek in de glasindustrie en bij chemische verbrandingsprocessen, en die allerlei artikelen ten verbetering daarvan ontwerpt en in de voormalige molen ook produceert. De meeste gebouwen van het complex staan als industrieel erfgoed onder monumentenzorg.
Belangrijk is de grote onderhoudswerkplaats voor spoorwegmaterieel, ook hogesnelheidstreinen, ten westen van het station van de stad. Deze werd in 2022 - 2024, in twee fasen, sterk uitgebreid, bij wijze van compensatie voor het banenverlies in de bruinkoolwinning.
De stad beschikt over een groot ziekenhuis, dat een van de belangrijkste werkgevers van Cottbus is.
De Technische Universität Brandenburg, met in het semester 2024-2025 circa 7.100 studenten, is gevestigd te Cottbus en Senftenberg. Ze biedt ongeveer hetzelfde onderwijsaanbod als een technische universiteit in bijvoorbeeld Delft of Twente (Nederland). Daarom mag Cottbus zich, ook officieel, universiteitsstad noemen. De hierbij behorende bibliotheek- en mediagebouwen (IKMZ) werden in 2004 voltooid en behoren tot de architectonisch belangrijkste universiteitsgebouwen van geheel Duitsland. Ontwerper was het beroemde architectenbureau Herzog & de Meuron uit Zwitserland.
De nieuwe gevangenis van Cottbus kwam in 2002 gereed. De instelling staat in stadsdeel Dissenchen. Er is plaats voor 568 mannelijke, volwassen gedetineerden.
Een belangrijke bestuursrechtbank van de deelstaten Brandenburg en Berlijn, het Finanzgericht, zetelt te Cottbus.
Verder is het toerisme voor de stad van toenemende betekenis.
De stad Cottbus kent een veelheid aan theatergezelschappen, theaters en ensembles. Het bekendste is wel het Staatstheater Cottbus, zetelend in een gebouw, dat werd ontworpen door de architect Bernhard Sehring (1855-1941). Het is het enige staatstheater in Brandenburg en biedt plaats aan toneel, muziektheater en ballet.
De evenementenzaal Stadthalle biedt daarnaast regelmatig plaats aan internationale gezelschappen zoals het Chinese staatscircus, het Russische staatsballet en sterren uit de wereld van de popmuziek, volksmuziek en schlager.
Het kleine theater, TheaterNative C, werd in 1989 als privétheater opgericht en is uitgegroeid tot een belangrijke exponent binnen de lokale kunstscene. Het biedt toneel, cabaret, revue, alsook kindertheater en experimentele voorstellingen.
Het piccolo-theater Puppenbühne Regenbogen is sinds 1991 een theater voor kinderen en jeugd.
Verder zijn in de stad actief: het Philharmonisches Orchester Cottbus, de Singakademie Cottbus, de Cottbuser Kindermusical, het kinder- en jeugdensemble Pfiffikus, het studententheater Bühne 8, alsook het Theater an der Wendeschleife.
Cottbus geldt als een bolwerk van de sportbeoefening op hoog niveau; zowel in de DDR-periode als na de Wende van 1990 heeft de stad o.a. veel goede wielrenners en atleten voortgebracht.
Nog voor het einde van de negentiende eeuw had Cottbus drie voetbalclubs: SC Alemannia, FV Brandenburg en Britannia (na de Eerste Wereldoorlog Cottbuser FV 1898). Enkel Alemannia (vanaf 1913 na een fusie Cottbuser SC 1896) kon in de begindagen twee keer aan de eindronde om de Duitse landstitel deelnemen en werd één keer kampioen van Zuidoost-Duitsland. De clubs konden wel een aantal regionale titels winnen in de competitie van Neder-Lausitz, maar in de regionale eindronde moesten ze meestal hun meerdere erkennen in de Silezische clubs. Na de competitiehervorming van 1933 waarbij de clubs van Cottbus in de nieuwe competitie met de Berlijnse clubs werden ingedeeld en deze te sterk waren, verdwenen de clubs van Cottbus al snel uit de hoogste klasse.
Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen de historische clubs uit Cottbus. In 1966 werd dan Energie Cottbus opgericht als nieuwe grootmacht voor de stad. De club speelde meestal in de DDR-Liga maar kon ook zeven seizoenen in de DDR-Oberliga spelen. Na de Duitse hereniging zakte de club enkele jaren naar de derde klasse, maar kon eind jaren negentig promoveren naar de 2. Bundesliga en in 2000 zelfs naar de Bundesliga. De club speelde drie seizoenen in de Bundesliga en na drie jaar afwezigheid opnieuw drie seizoenen. Tot 2016 was de club de laatste club uit Oost-Duitsland die in de Bundesliga gespeeld had. In 2014 degradeerde de club ook uit de 2. Bundesliga en in 2016 zelfs uit de 3. Liga.