| Dagmar Triebel | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Titulatuur/graad | doctoraat | |
| Geboortedatum | 16 september 1957 | |
| Geboorteplaats | Essen | |
| Nationaliteit | Duits | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Ludwig Maximilians-Universiteit München | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | Mycologie, lichenologie, biodiversiteitsinformatica | |
| Instituten | Botanische Staatssammlung München | |
| Bekend van | Onderzoek naar korstmosbewonende schimmels en biodiversiteitsinformatica | |
| Erkenning en lidmaatschap | ||
| Ambt | museumdirecteur | |
Dagmar Triebel (Essen, 16 september 1957) is een Duitse mycoloog, lichenoloog en onderzoeker op het gebied van biodiversiteitsinformatica. Haar wetenschappelijke werk richt zich op de taxonomie en fylogenie van zakjeszwammen (Ascomycota), in het bijzonder korstmosbewonende schimmels. Daarnaast heeft zij zich beziggehouden met de digitalisering van natuurhistorische collecties en de ontwikkeling van informatiesystemen voor biodiversiteitsonderzoek.
Triebel werd in 1957 geboren in Essen. Zij studeerde aan de Ludwig Maximilians-Universiteit München, waar zij onder begeleiding van de lichenoloog Hannes Hertel onderzoek verrichtte naar zakjeszwammen die op korstmossen leven. Haar proefschrift verscheen in 1989 onder de titel Lecideicole Ascomyceten. Eine Revision der obligat lichenicolen Ascomyceten auf lecideoiden Flechten als deel 35 van de reeks Bibliotheca Lichenologica.
Zij was als wetenschappelijk onderzoeker en conservator verbonden aan de Botanische Staatssammlung München, onderdeel van de Staatliche Naturwissenschaftliche Sammlungen Bayerns (SNSB). Van 1989 tot 2023 beheerde zij er onder meer de collectie brandschimmels.
Tot 2023 was Triebel hoofd van het SNSB IT Center en plaatsvervangend directeur van de Botanische Staatssammlung München. Daarna bleef zij als geassocieerd onderzoeker aan de instelling verbonden.
Triebels oorspronkelijke onderzoeksgebied omvatte de systematiek, biodiversiteit en evolutionaire verwantschappen van de Ascomycota. Zij onderzocht onder andere schimmels uit de Helotiales, echte meeldauwschimmels, soorten uit de Xylariales en schimmels die op korstmossen groeien.
Een belangrijk onderdeel van haar onderzoek betrof de interacties tussen korstmossen en hun schimmelparasieten. Haar proefschrift uit 1989 bevatte een taxonomische revisie van obligaat korstmosbewonende zakjeszwammen op lecideoïde korstmossen.
Samen met Gerhard Rambold beschreef zij in 1988 het geslacht Cecidonia, dat korstmosbewonende schimmels omvat die galachtige vervormingen bij hun gastheren kunnen veroorzaken. In hetzelfde onderzoek behandelden zij het geslacht Phacopsis.
In 1992 publiceerden Triebel en Rambold de monografie The inter-lecanoralean associations, waarin biologische relaties tussen korstmosvormende en korstmosbewonende schimmels werden behandeld. Ook werkte zij samen met onder anderen Hans-Otto Baral, John Alan Elix en Hannes Hertel aan taxonomisch onderzoek van zakjeszwammen.
Vanaf het einde van de twintigste eeuw verlegde Triebel haar onderzoeksactiviteiten geleidelijk naar biodiversiteitsinformatica. Zij richtte zich vooral op het ontwikkelen van databanken en digitale infrastructuren voor het beheren, bewaren en toegankelijk maken van gegevens uit natuurhistorische collecties en biodiversiteitsonderzoek.
Zij was betrokken bij verschillende digitale onderzoeksprojecten, waaronder:
Daarnaast zette zij een digitale databank op voor de collectie korstmosbewonende schimmels van de Botanische Staatssammlung München. Hierbij werden gegevens van herbariumexemplaren gekoppeld aan afbeeldingen en taxonomische informatie.
Triebel werkte ook mee aan de ontwikkeling van DiversityNaviKey, een webapplicatie voor de interactieve identificatie van organismen op basis van beschrijvende kenmerken en biodiversiteitsgegevens.
In 1991 begon Triebel met de uitgave van Microfungi Exsiccati, een reeks genummerde exsiccaten van microscopische schimmels en schimmelachtige organismen. De reeks wordt verspreid door de Botanische Staatssammlung München en omvat onder andere zakjeszwammen, plantpathogene schimmels en soorten die in herbaria weinig vertegenwoordigd zijn.
Het materiaal is afkomstig uit verschillende werelddelen en wordt in meerdere exemplaren aan wetenschappelijke herbaria beschikbaar gesteld. De bijbehorende etiketten en toelichtingen zijn gepubliceerd in het tijdschrift Arnoldia.
In 1992 ontving Triebel als eerste de Mason E. Hale Award van de International Association for Lichenology (IAL). Deze onderscheiding wordt toegekend voor bijzonder wetenschappelijk onderzoek door jonge lichenologen, doorgaans op basis van een proefschrift. De prijs werd haar toegekend voor haar onderzoek naar korstmosbewonende zakjeszwammen.
Een selectie van haar wetenschappelijke publicaties: