| Dieter Oesterhelt | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||||
| Geboortedatum | 10 november 1940 | |||
| Geboorteplaats | München | |||
| Overlijdensdatum | 28 november 2022 | |||
| Overlijdensplaats | München | |||
| Academische achtergrond | ||||
| Archieflocatie(s) | Archiv der Max-Planck-Gesellschaft | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Akademie der Wissenschaften und der Literatur, Göttinger Academie van Wetenschappen, Duitse Academie van Wetenschap en Technologie, Noordrijn-Westfaalse Academie voor Wetenschappen en Kunsten, Beierse Academie van Wetenschappen en Geesteswetenschappen, Duitse Academie der Wetenschappen Leopoldina (1989), Academia Europaea (1989), Max-Planck-Gesellschaft (1980), Oostenrijkse Academie der Wetenschappen | |||
| ||||
Dieter Oesterhelt (München, 10 november 1940 - aldaar, 28 november 2022) was een Duits biochemicus. Van 1980 tot 2008 was hij directeur van het Max Planck Instituut voor Biochemie in Martinsried.
Oesterhelt studeerde van 1959 tot 1963 scheikunde aan de Ludwig Maximilians-Universiteit (LMU) in München. Van 1964 tot 1967 werkte hij bij het instituut voor Biochemie van dezelfde universiteit onder Feodor Lynen, bij wie hij in 1967 in de biochemie promoveerde. Vervolgens was hij twee jaar lang postdoctoraal onderzoeksassistent bij het Max Plank Instituut voor Biochemie.
Van 1969 tot 1973 was hij als wetenschappelijk adviseur werkzaam bij het Instituut voor Biochemie van de LMU München. In 1969/70 voltooide hij een onderzoeksverblijf bij elektronenmicroscopist Walther Stoeckenius aan de Universiteit van Californië - San Francisco, waar zijn werk aan Halobacterium begon. In 1973 behaalde hij zijn habilitatie in München en in 1975 werd hij junior onderzoeksleider bij het Friedrich Miescher Laboratorium in Tübingen en van 1976 tot 1979 was hij hoogleraar aan de Julius Maximilians-Universiteit (JMU) in Würzburg.
Sinds 1980 was hij lid van het Max-Planck-Gesellschaft en directeur van het Max Plank Instituut voor Biochemie in Martinsried. In 2008 ging hij met pensioen. Oesterhelt overleed op 28 november 2022 op 82-jarige leeftijd.
In 1971 voerde Oesterhelt en zijn collega's onderzoek uit naar de structuur, functie en biosynthese van het paars gekleurde membraan van Halobacterium salinarum, een micro-organisme dat gedijt in zoutrijke milieus. Oesterhelt ontdekte hierin een archaeaal eiwit dat protonen () over hun celmembraan pompt wanneer het wordt belicht. Dit lichtgevoelige eiwit, dat hij bacteriorhodopsine noemde, fungeert als soort een lichtgedreven protonenpomp, en vormt daarmee de op één na meest voorkomende vorm van fotosynthese in de oceanen. Bacteriorhodopsine levert energie aan halobacteriën door een elektrochemische protonengradiënt over het cytoplasmatisch membraan te creëren, die gebruikt wordt om de synthese van adenosinetrifosfaat (ATP) aan te drijven. Deze relatie vormde de kern van Peter Mitchells chemiosmotische theorie, die uiteindelijk door experimenten met bacteriorhodopsine werd bevestigd.
Oesterhelts ontdekking vormde de basis van de optogenetica, een techniek die gebruikmaakt van door licht geactiveerde eiwitten die ingezet worden in levende dieren om de activiteit van zenuwcellen kunstmatig te sturen.
Voor zijn werk werd Oesterhelt, samen met Peter Hegemann en Karl Deisseroth, in 2021 bekroond met een Albert Lasker Award for Basic Medical Research.