| Guy Lacour | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Guillaume Lacour | |||
| Geboren | 8 juni 1932 | |||
| Overleden | 15 mei 2013 | |||
| Land | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep(en) | muziekpedagoog, saxofonist | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Instrument | tenorsaxofoon | |||
| Belangrijkste werken | Concertino - Hommage à Jacques Ibert, Ballade pour Georges, Pièce concertante, Saxofoonkwartet | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Ensemble de Saxophones Français | |||
| Links | ||||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Guillaume (Guy) Lacour (Soissons, 8 juni 1932 – 15 mei 2013) was een Franse componist, muziekpedagoog en tenorsaxofoonist.
Lacour begon al op tienjarige leeftijd muziek te studeren (solfège en saxofoon) in zijn geboortestad en behaalde reeds snel enkele prijzen op muziekwedstrijden. Hij werd lid in diverse orkesten en kreeg zijn eerst diploma van de Confédération Musicale de France. Lacour ging verder studeren aan het conservatorium van Versailles bij Marcel Josse. Vanaf 1950 studeerde hij aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs bij Marcel Mule (saxofoon) en bij Fernand Oubradous (kamermuziek). Hij behaalde eerste prijzen voor onder anderen saxofoon (1952), kamermuziek (1955) en harmonie.
Zijn muzikale carrière begon hij in drie richtingen.
Als saxofonist was hij zowel thuis in de lichte als in de klassieke muziekwereld. Hij trad op zowel in vooraanstaande toenmalige groepen als in bekende concertzalen, cabarets en varietés (Lido, Moulin-Rouge, Folies Bergère). Tegelijkertijd trad hij vaak als solist in klassieke concerten met omroeporkesten, operaorkesten en bekende symfonische orkesten op. In 1961 werd hij als tenorsaxofonist toegelaten tot het befaamde saxofoonkwartet van Marcel Mule ("Quartet de Saxophones Marcel Mule"). In het gevolg ervan werden talrijke concerten en plaatopnames verzorgd met onder anderen de Berliner Philharmoniker o.l.v. Herbert von Karajan en het Orchestre de Paris o.l.v. Daniel Barenboim alsook optredens als solist met stukken vanuit het zelden gespeelde repertoire voor tenorsaxofoon. Ten gevolge van het spelen bij dit kwartet ging Lacour zich specialiseren voor de tenorsaxofoon. Hij ging het instrument verdedigen met man en macht, hield er pleidooien voor en schreef ook als componist speciale stukken en pedagogische werken voor. Hij promootte het instrument ook via de omroep. Nadat zich het saxofoonkwartet van Marcel Mule had opgelost speelde hij meerdere jaren met het "Ensemble de Saxophones Français".
Vanaf 1975 doceerde Lacour saxofoon aan verschillende conservatoria in Parijs en omgeving. Hij werd benoemd tot professor aan de École Nationale de Musique Edgar Varèse in Gennevilliers en in hetzelfde jaar werd hij directeur van het stedelijke conservatorium in Mantes-la-Ville. Als intussen bekende figuur in de muziekwereld was hij een veel gevraagd jurylid bij examina en wedstrijden, naam deel aan conferenties en was afgevaardigd in commissies. Lacour was medeoprichter van de "Association des Saxophonistes de France", later ook hun erelid. Hij werd technisch adviseur en beoordelaar voor de instrumenten van de bekende Franse saxofoonproducent Selmer in Mantes-la-Ville.
Toen hij in 1992 met de andere activiteiten stopte kon hij zich op het het derde werkgebied, het componeren concentreren, alhoewel hij zijn eerste compositie al in 1963 schreef. Hij bedient in gelijke mate tonale als atonale, seriële en modale technieken en past het elk in zijn werken aan, die vooral voor "zijn" instrument geschreven zijn. Daarbij poogt hij de tonale en technische mogelijkheden maximaal uit te putten en te gebruiken. Vele van zijn vooral latere werken behoren tot het standaard repertoire van verplichte werken voor nationale en internationale wedstrijden. In 1972 kreeg hij van het Franse ministerie van cultuur de opdracht een werk ter herdenking van de componist Jacques Ibert te schrijven. Het resultaat was het Concertino - Hommage à Jacques Ibert voor altsaxofoon en orkest. Een groot aantal van zijn pedagogische werken is ontstaan, omdat hij in de toen toegankelijke werken deficits uitmaakte en hij een behoefte ter verandering vast stelde.