| Hamburger Tor | ||||
|---|---|---|---|---|
De Hamburger Tor rond 1860 | ||||
| Locatie | ||||
| Locatie | Berlijn, | |||
| Coördinaten | 52° 31′ NB, 13° 23′ OL | |||
| Onderdeel van | Berlijnse tolmuur | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Conserveringsstatus | gesloopt | |||
| Gereed | 1789 | |||
| Afgebroken | 19de eeuw | |||
| Gebruik | ||||
| Oorspr. functie | Stadspoort | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Architect(en) | Georg Christian Unger | |||
| Kaart | ||||
| ||||
De Hamburger Tor was een stadspoort van de Berlijnse tolmuur, en een van de vier poorten die vanuit de Spandauer Vorstadt naar buiten leidden. De ten noorden van de Spree gelegen poort was eenvoudig vormgegeven, maar door twee enorme obelisken toch indrukwekkend. De in totaal 21 meter hoge obelisken, ontworpen door de architect Georg Christian Unger, die in 1789 werden gebouwd, stonden op voetstukken die overeenkwamen met de hoogte van de muur van 4,20 meter en waren via een gebogen muur aan de tolmuur verbonden.

Het was een van de oorspronkelijk 14 stadspoorten (later werden het er 18) die aan belangrijke handelswegen stonden, en hier werden tolrechten geheven en moest accijns worden betaald wanneer men goederen de stad in meebracht. Anders dan bij de andere poorten van de tolmuur leidde hier geen weg naar een verre bestemming, zoals je op grond van de naam zou verwachten naar Hamburg. Buiten de Hamburger Tor leidde de Gartenstraße destijds rechtstreeks naar het huis van de scherprechter. Blijkbaar was het een functie van de Hamburger Tor om de weg van de stad naar de executieplaats te verkorten.
Vanaf het midden van de 18e eeuw ontstond tussen de Hamburger Tor en de Oranienburger Tor de buitenste Spandauer Vorstadt. De kern van dit gebied was de kolonie Neu-Vogtland, met de eerste Berlijnse huurkazernes (Mietskasernen), die vanaf 1824 aan de Gartenstraße werden gebouwd. In de 18e en 19e eeuw was deze buurt de armenwijk van Berlijn, gekenmerkt door het armenhuis en de armenbegraafplaats, het Koppescher Armenkirchhof, waar ook geëxecuteerden en zelfmoordenaars werden begraven – een deel daarvan is tegenwoordig het Koppenplatz.
Met de groei van Berlijn werden buiten de tolmuur nieuwe voorsteden gebouwd, waardoor de muur steeds meer een belemmering vormde voor de verdere ontwikkeling van de stad. In 1860 werd delen van de tolmuur verwijderd en op 1 januari 1861 voegde Berlijn zijn voorsteden bij de stad. De resterende muren werden grotendeels tussen 1867 en 1870 gesloopt, inclusief de meeste poorten. Hoewel er enige tijd sprake was om de Hamburger Tor vanwege zijn artistieke waarde te behouden werd de poort toch afgebroken.
Referenties
Literatuur
Externe links