Herman Strategier

Herman Strategier
1967
1967
Persoonsgegevens
Volledige naam Johan Herman Strategier
Geboortedatum 10 augustus 1912
Geboorteplaats ArnhemBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 26 oktober 1988
Overlijdensplaats DoorwerthBewerken op Wikidata
Land Vlag van Nederland Nederland
Opleiding en beroep
Beroep(en) componist, muziekpedagoog, dirigent en organist
Leermeester(s) Hendrik AndriessenBewerken op Wikidata
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1934 - 1988
Stijl(en) symfonische muziek, kerkmuziek, HaFaBramuziek
Instrument(en) orgel
Erkenning en lidmaatschap
Prijzen en erkenningen ANV-Visser Neerlandia-prijs voor Muziek (1961), Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (27 februari 1968), Ridder in de Orde van Sint-Gregorius de Grote (1973)Bewerken op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Johan Herman Strategier (Arnhem, 10 augustus 1912 – Doorwerth, 26 oktober 1988) was een Nederlands componist, muziekpedagoog, dirigent en organist.

Familie

Herman Strategier was de zoon van Joseph Hendrikus Augustinus Strategier en Jacoba Hendrica Herckenrath. Vader was niet alleen winkelbediende, maar ook recensent bij een van de plaatselijke dagbladen en organist aan de Sint-Walburgiskerk in Arnhem. Hijzelf was sinds 1938 getrouwd met Maria Dominica (Riet) Flipse. Ze kregen 10 kinderen. Zoon Felix Strategier was acteur en theatermaker. Zoon Michiel Strategier is musicus en speelt piano en cello. Zijn beroep is pianostemmer. Een muzikaal kleinkind van Strategier is de harpist Godelieve Schrama, kind van dochter Lydwien Strategier en Nico Schrama.

Levensloop

Vroege periode

Bijna automatisch betekenden de werkzaamheden van zijn vader dat Herman na verloop van tijd hand-en-spandiensten bij het orgel ging verrichten (bladzijden omslaan, registreren), waardoor hij reeds op jeugdige leeftijd met het instrument vertrouwd raakte.

Zijn eerste muzieklessen kreeg Herman Strategier van plaatselijk musicus Jacobus Johannes Ruygrok. Nadat Strategier op 16-jarige leeftijd zijn HBS-diploma had behaald, meldde hij zich aan bij de RK Kerkmuziekschool Sint Caecilia in Utrecht, een internaat dat enkele jaren eerder was opgericht. Op dit instituut, waar hij onder meer orgellessen volgde bij Hendrik Andriessen en muziektheorie bij Johan Winnubst, heerste een streng regime en werden aan de studenten hoge eisen gesteld. "Een instelling dus, die over het algemeen te idealistisch gedacht was. Maar als men wilde, kon men op de kerkmuziekschool ontzaglijk veel opsteken. Het nogal straffe rooster van het internaatsleven bood in ieder geval zo goed als geen afleiding. (...) Maar zonder twijfel spoorde het systeem aan tot hard werken", zou Strategier later zeggen. In 1932 sloot hij aldaar zijn studie af.

Na een verblijf van drie jaar in Nijmegen, waar Strategier aan de St.-Annakerk werkzaam was, volgde in 1935 een aanstelling als dirigent-organist aan de Sint-Walburgiskerk in zijn geboorteplaats, waar hij zijn vader opvolgde, die kort daarvoor was overleden. In deze kerk bouwde hij een nieuw repertoire op en leidde hij onder meer een uitvoering van de Missa in die festo van Alphons Diepenbrock. Hoewel hij reeds zelf leraar muziektheorie was aan de Arnhemse muziekschool, achtte hij het als aanstaand componist belangrijk zich nog verder te bekwamen. Daarom volgde hij vier jaar lang Hendrik Andriessens vormleer- en instrumentatielessen, die voor de ontwikkeling van zijn creatieve geest van het grootste belang zouden blijken te zijn. Waarschijnlijk leerde Strategier in 1938 Jan Mul kennen en niet veel later ook Albert de Klerk, beiden evenals hij sterk door Hendrik bezielde organisten en componisten, beiden eveneens werkzaam als kerkmusicus. Hun leven lang zouden zij bevriend blijven. Samen met muziek-kalligrafe Annie Bank richtten zij in de oorlogsjaren een clandestiene uitgeverij op waar iedereen die daarvoor belangstelling had liturgische muziek en orgelmuziek kon bestellen. In dezelfde periode nam hij gedurende enkele maanden de honneurs waar als orgeldocent aan de kerkmuziekschool toen Hendrik Andriessen door de Duitsers werd gegijzeld en naar het interneringskamp Sint-Michielsgestel werd overgebracht.

De aanval op Arnhem in september 1944 dwong Strategier met zijn jonge gezin de stad te verlaten. Terwijl de Sint-Walburgiskerk aan de vlammen ten prooi viel, vond hij uiteindelijk onderdak bij zijn vriend Jan Mul in Haarlem, over wie hij later zou zeggen dat men "zijn gulle gastvrijheid ook in zijn muziek kan terugvinden".

Naoorlogse tijd

Na de oorlog was Strategier gedurende enkele jaren dirigent-organist van de St.-Jozefkerk in Zeist. In 1949 verwierf hij zich een belangrijke post: hij werd organist van de Sint-Catharinakathedraal in Utrecht. Hij volgde Hendrik Andriessen op, die al vanaf 1934 aan de kerk verbonden was, maar Utrecht nu zou verlaten. Strategier kreeg er de beschikking over een fraai Maarschalkerweerd-orgel, dat tien jaar eerder op voorstel van Hendrik Andriessen van een tweeklaviers instrument tot een orgel met drie manualen was omgevormd. Hij zou dit orgel tot 1963 bespelen. De traditie van de orgelimprovisaties, waar Hendrik Andriessen befaamd om was, werd met de komst van Strategier voortgezet. De Nederlandse muziekpublicist en componist Wouter Paap schrijft: "Zijn spel was minder gericht op een monumentale samenvatting dan wel op een meditatieve weerspiegeling van de gedachten, welke in de liturgie van de zondag worden overwogen. Hierin openbaarde zich een creatieve persoonlijkheid met een geheel eigen, ingekeerd, maar waakzaam en diep medelevend karakter." Naast bovengenoemde werkzaamheden was Strategier jarenlang docent muziektheorie aan enkele vakinstituten, met name van 1946 tot 1965 aan de R.K. Kerkmuziekschool St. Caecilia (later Nederlands Instituut voor Katholieke Kerkmuziek), waar hij vroeger zelf zijn opleiding had genoten, en aan de conservatoria van Rotterdam en Utrecht en het Instituut voor Muziekwetenschap van de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij was daarin geen theoreticus pur sang, maar iemand die de theorie vanuit de praktijk goed kende en zijn kennis op een speelse, enthousiasmerende manier op zijn studenten wist over te dragen. Met velen van hen onderhield hij zijn leven lang contacten. In 1977 beëindigde hij zijn muziekpedagogische arbeid.

In Strategiers muzikale activiteiten deden zich tussen 1949 en 1959 geen grote wijzigingen voor. De eerste uitvoering begin 1956 van zijn Rembrandtcantate voor solisten, koor en orkest, geschreven in opdracht van de gemeente Leiden ter gelegenheid van het feit dat Rembrandt van Rijn 350 jaar eerder werd geboren, bracht daarin echter verandering. Na een grootse première door de verzamelde koren van de stad en het Utrechts Stedelijk Orkest onder leiding van de componist vroeg het Nederlands Madrigaalkoor in Leiden hem enkele jaren later de vaste dirigent te worden, wat hij tot 1973 zou blijven. Met dit semiprofessionele ensemble boekte Strategier veel successen; onder meer werkte hij in 1968 tijdens het Holland Festival samen met de Italiaanse componist en dirigent Bruno Maderna. Op zijn programma’s stonden werken van Giovanni Pierluigi da Palestrina, Jan Pieterszoon Sweelinck, Alphons Diepenbrock, Francis Poulenc en vele anderen, maar ook eigen composities. Eind 1963 klonk, wederom met medewerking van het Utrechts Stedelijk Orkest, kort na de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy, het Requiem van Maurice Duruflé (opus 9 uit 1947) tijdens een herdenkingsconcert dat door de Amerikaanse ambassadeur werd bijgewoond. Ook Strategiers eigen Requiem in memoriam matris et fratris uit 1961 werd verscheidene keren uitgevoerd, onder meer bij Dodenherdenkingen in Leiden en Utrecht.

Hoewel hij na zijn werkzaamheden aan de kathedraal in Utrecht geen vaste organistenbaan meer had, speelde hij nog regelmatig in een kleine kerk in Zeist, waar hij na zijn Utrechtse periode weer woonde. Ook na zijn verhuizing naar Doorwerth in de provincie Gelderland was hij niet meer officieel als actief kerkmusicus werkzaam, maar hij onderhield nauwe contacten met de trappistenabdij in Zundert, waarvoor hij vanaf 1980 veel componeerde en waar hij dikwijls kerkdiensten begeleidde. Daarnaast vond hij de gelegenheid om in opdracht nog enkele grote werken te schrijven. Op 26 oktober 1988 overleed Strategier na een ongeneeslijke ziekte in zijn slaap. Hij werd begraven op de RK Begraafplaats te Doorwerth.

Gedurende een groot aantal jaren nam Strategier in het Nederlandse muziekleven een vooraanstaande positie in, als kerkmusicus, als componist, als docent en als rijksgecommitteerde bij talloze muziekexamens. Tweemaal werd hij wegens zijn grote verdiensten onderscheiden: in 1968 tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in 1973 tot Ridder in de Orde van Sint-Gregorius de Grote.

Oeuvre

Strategier componeerde dagelijks en zijn oeuvre is veelzijdig: er zijn zo'n 400 werken voor de meest uiteenlopende bezettingen en genres, veelal in opdracht geschreven. Als componist werd hij, evenals zijn vrienden Jan Mul en Albert de Klerk, allereerst sterk beïnvloed door de monumentale stijl van Hendrik Andriessen, die in de katholieke kerkmuziek een krachtig tegengeluid had laten horen tegenover de in Nederland nog sterk heersende stijl van het neo-palestrijnse caecilianisme (de 19e-eeuwse kerkmuzikale vernieuwingsbeweging) en het laatromantische Duitse idioom. Daarnaast vertoont de muziek van deze drie jonge componisten in de melodievorming en vele modale wendingen volop de invloed van het gregoriaans, terwijl dankzij hun vertrouwdheid met renaissance- en barokmuziek hun meerstemmigheid rijkelijk is voorzien van polyfone technieken zoals de motetstijl en canons. Ten slotte zijn ze allen sterk geïnspireerd door de muziek van componisten als Fauré, Debussy en Ravel. Bij Strategier, die een grote bewondering voor Fauré had en diens werken veelvuldig speelde, leidden deze invloeden uiteindelijk tot een speelse, makkelijk toegankelijke muziek, een doorzichtig lijnenspel met een soepele stemvoering vanwaaruit als vanzelfsprekend een fijnzinnige harmoniek ontstond.

Kerkmuziek

Strategier was in de allereerste plaats een rooms-katholiek kerkmusicus. Vanaf zijn studiejaren tot aan zijn vertrek uit de Utrechtse kathedraal in 1963 was hij zeer intensief bij de kerkmuziek betrokken, als organist, dirigent en componist. De omschakeling van de Latijnse liturgie naar de Nederlandse liturgie halverwege de jaren zestig werd door hem niet met veel enthousiasme ontvangen. Hij zei erover: "Het gregoriaans wordt van tafel geveegd terwijl er een liedjes-cultuur voor in de plaats komt." Maar zonder zijn kerkmuzikale basis te verloochenen, voelde hij zich geleidelijk steeds beter thuis in de vernieuwde liturgie en de daarmee verbonden nieuwe opvattingen omtrent functionaliteit en rolverdeling, die na het Tweede Vaticaans Concilie zo sterk afweken van wat hij tot dan toe gepraktiseerd had. Ook raakte hij steeds meer vertrouwd met het Nederlands als kerktaal, met alle consequenties die deze taal had voor de verhouding woord-toon en de daarbij behorende melodievorming. Strategier gebruikte geestelijke teksten van een groot aantal Nederlandse dichters, onder anderen Gabriël Smit, Guillaume van der Graft, Michel van der Plas, Gerard Wijdeveld en Jacques Schreurs. Ook zette hij regelmatig teksten van Guido Gezelle op muziek en in Zundert ten slotte was het vooral de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde die voor hem een bron van inspiratie was.

Strategiers oeuvrelijst bevat een groot aantal meerstemmige Latijnse en Nederlandse missen en motetten, een- of meerstemmige psalmbewerkingen, geestelijke liederen en andere religieuze composities, zowel a capella als met orgel- of pianobegeleiding of met andere instrumentale combinaties. Dikwijls zijn de werken in opdracht geschreven. Hoogtepunten zijn de Cantica pro tempore natali, de zogenaamde O-antifonen, voor gemengd koor a capella uit 1953, de Missa Cathedralis voor achtstemmig koor en orgel, die in 1961 in de Utrechtse kathedraal in première ging, en de bovenvermelde uitvoering van het Requiem in memoriam matris et fratris (1961). In het bijzonder moet worden genoemd de Missa Trium Puerorum (1942), de "mis van de drie jongelingen" Albert de Klerk, Herman Strategier en Jan Mul, die zij hun geestelijke vader Hendrik Andriessen bij zijn vijftigste verjaardag aanboden; Strategier componeerde het Gloria. In 1972 ontstond ter nagedachtenis aan Jan Mul het werk Mors Responsura, in memoriam fratris spiritualis Jan Mul (1972) voor sopraan, alt, vierstemmig gemengd koor en orkest. Verder nemen de vele fijnzinnige eenstemmige gezangen met orgelbegeleiding, die Strategier vanaf 1980 voor de abdij van Zundert componeerde, een bijzondere plaats in.

Wereldlijke muziek

Niet alleen uit de kerkmuziek, ook uit de tientallen liederen en koorwerken op wereldlijke teksten blijkt Strategiers directe binding met de muziekpraktijk; veel werken zijn in opdracht ontstaan of bedoeld voor de amateuristische muziekbeoefening. Hij gebruikte hiervoor teksten van schrijvers als Hendrik van Veldeke, Joost van den Vondel, Jacobus Revius of recenter Jan Campert en Anton van Duinkerken. Soms zijn de werken gebaseerd op andere historische bronnen, zoals de Rembrandtcantate (1956) of Aula novis gaudet (1988). Daarnaast heeft Strategier een sterke voorkeur voor lichtvoetige teksten als die van De Schoolmeester, Daan Zonderland of C. Buddingh'. Belangrijke werken zijn de vaak gezongen Trois Chansons voor gemengd koor a capella, het grote oratorium Koning Swentibold voor declamatie, solisten, gemengd koor, eenstemmig kinderkoor en orkest op tekst van Jacques Schreurs, gecomponeerd in 1948 in opdracht van de KRO en het gemeentebestuur van Maastricht ter gelegenheid van het gouden regeringsjubileum van koningin Wilhelmina. Daarnaast kan worden genoemd de Arnhemse Psalm voor solisten, declamatie, vierstemmig gemengd koor en orkest op tekst van Jan Engelman uit 1955, die Strategier tien jaar na de Slag om Arnhem in opdracht van de gemeente Arnhem componeerde en waarvan hij de eerste uitvoering leidde, en Zoo Buddingh zoo voor bariton, gemengd koor en orkest op tekst van C. Buddingh' uit 1970.

Opvallend vaak maakte Strategier meerstemmige bewerkingen van zowel Nederlandse, Franse, Engelse als Italiaanse volksliederen. Veelal gaat het opnieuw om lichtvoetige geestige werkjes. In dat kader passen ook de vele bewerkingen voor zangstem en piano die Strategier samen met Albert de Klerk en Jan Mul schreef, in 1946 uitgegeven onder de titel Ons Volkslied. Eveneens moeten de vele kerstliedbewerkingen worden genoemd.

Orgelwerken

Hoewel Strategier orgel studeerde, heeft hij nooit een uitgebreide concertpraktijk gehad of geambieerd. Hij achtte het belangrijker als organist of dirigent in een kerk te functioneren, hij voelde zich veeleer kerkmusicus dan concerterend organist. Toch schreef hij ook een groot aantal orgelcomposities, variërend van eenvoudige werken voor de beginnende student tot veeleisende werken voor de orgelvirtuoos.

In 1935 ontstonden de fijnzinnige Eerste Passacaglia en het grillige Toccata, in 1936 de Triosonate. Het eerste orgelwerk waarmee Strategier naar buiten trad, was zijn Preludium, Intermezzo en Thema met variaties uit 1937. In dit orgelwerk maar vooral in de Tweede Passacaglia uit 1939 klinkt duidelijk de invloed door van Hendrik Andriessen. Daarnaast componeerde hij Chaconne (1955), Thirty short Inventions (in 1962 in Amerika gepubliceerd) en in 1975 zijn grootste orgelwerk, het driedelige Voluntary for a cathedral organ. Dit veeleisende stuk vormt een synthese van Strategiers orgeloeuvre, waarin alle elementen uit eerdere werken ruimschoots terug te vinden zijn.

Pianowerken

Strategier speelde veel piano en componeerde graag voor het instrument. Tussen 1930, het jaar van zijn eerste pianowerkje, en 1988 ontstond met een grote regelmaat een reeks werken, waarin net als bij zijn orgelwerken amateurs en beroepspianisten in gelijke mate aan hun trekken komen. In de vroege jaren schreef hij drie suites, respectievelijk in 1933, 1937 en 1945. De Suite uit 1945 voor quatre-mains werd geschreven in het laatste jaar van de oorlog, toen Strategier zich te Haarlem bevond, de verschillende delen zijn opgedragen aan vrienden die hem in het laatste oorlogsjaar geholpen hebben door de moeilijke periode na zijn vlucht uit Arnhem heen te komen. Later bewerkte Strategier het werk voor orkest, zoals hij met meer werken uit zijn beginperiode als componist deed. Opnieuw komt Strategiers voorkeur voor variatiereeksen naar voren in Tema con variazioni voor vierhandig piano (1952), in variaties die hij in opdracht van de VARA schreef over enkele sinterklaasliedjes, in Tema con variazioni per la mano sinistra (1959), een bijzondere reeks die werd opgedragen aan de pianist Cor de Groot, die ten gevolge van een blessure geruime tijd zijn rechterhand niet kon gebruiken. Tot de meest geslaagde werken in Strategiers oeuvre behoren de Zes Etuden (1974) en Zes Preludes (1986). Als curiosum mag nog worden genoemd de Variaties over ‘Altijd is kortjakje ziek’ voor zeshandig piano (z.j.).

Kamermuziek

Voor veel verschillende bezettingen heeft Strategier werken geschreven. Hij kende nauwelijks beperkingen, allerlei instrumentencombinaties komen voor, van sonates voor soloinstrumenten met piano tot accordeonstukken, van koperensembles en harpsolo’s tot blokfluit- of gitaarduetten. Precies zoals bij zijn orgel- en pianowerken gaat het dikwijls om werken van bescheiden omvang, die hij ook als zodanig aanduidde: Vier muziekjes voor viool en piano (1937), Kleine suite voor twee sopraanblokfluiten (1957), Partita piccola voor twee sopraanblokfluiten en een altblokfluit (1960), Suite miniature voor fluit, viool, altviool, cello en piano (1964), Klein trio voor viool, cello en piano (1974) of Drie miniaturen voor fluit (1985). Strategier is gewoonlijk niet de componist van het grote gebaar maar eerder van fijnzinnig geconcipieerde miniaturen. Hij schreef, zoals Bernard Kahmann het uitdrukte, muziek om mensen gelukkig te maken, "musique pour faire plaisir" zoals een van zijn orkestwerken is getiteld. In het bijzonder moeten nog worden genoemd de Sonata da Camera voor fluit, hobo (Engelse hoorn), viool, altviool, cello en piano (1978), die Strategier bij de 85e verjaardag van Hendrik Andriessen schreef voor het Gemini Ensemble, en de Five pieces voor harp uit 1986, opgedragen aan zijn kleindochter Godelieve Schrama.

Orkestmuziek

Reeds vroeg voelde Strategier zich aangetrokken tot het schrijven voor orkest. Daarvan getuigen zijn Allegro moderato uit 1935 en de Drie dansen uit hetzelfde jaar. Regelmatig werkte hij in zijn eerste jaren eigen piano- en orgelwerken om voor orkest teneinde een nog grotere kleurenrijkdom te creëren dan die welke hij al jaren van zijn orgel kende. Zo ontstonden uit zijn Passacaglia voor orgel (1939) de Introduzione e passacaglia voor orkest (1940) en uit de Suite voor vierhandig piano (1945) de Haarlem-suite (1947). Ook stelde hij van tijd tot tijd suites voor orkest samen uit zijn grote koorwerken: in 1945 al de Ramiro-suite, in 1956 de Turandot-suite en enkele jaren later de Ballet-suite bij het muzisch spel Bosschage (1960).

In 1952 eerden de drie vrienden Albert de Klerk, Jan Mul en Herman Strategier hun leraar Hendrik Andriessen bij zijn 60e verjaardag. Zoals ze hem tien jaar eerder gezamenlijk hun Missa Trium Puerorum aanboden, verrasten zij hem nu met orkestwerken: Mul schreef El sombrerito de tres picos, De Klerk een Cantabile en Strategier zijn Hommage à Andriessen.

In dezelfde tijd ontstonden de Partita in modi antichi voor amateurorkest, enkele KRO-opdrachten en de Intrada sinfonica (1954), vaak door Strategier zelf gedirigeerd. Voor de KRO schreef hij parafrases en variaties over bekende volksliederen of kerstliederen, en ook werd hem gevraagd muziek te schrijven bij hoorspelen, of een werk voor accordeonorkest. Het fanfareorkest voorzag hij eveneens rijkelijk van repertoire: Mouvements Symphoniques (1958), Fanfare-ouverture (1961), Fanfaronnade (1971) en Introductie, Arietta, Finale (1980).

Concerten

De lijst opent opnieuw met een herinstrumentatie van een eigen compositie, Drie stukken voor hobo en strijkorkest (1940), die oorspronkelijk in 1937 voor hobo en strijkkwartet of piano waren bedoeld. Daarna volgden de concerten elkaar snel op: een fluitconcert (1943), voor de pianist Gérard van Blerk een pianoconcert (1947), een klarinetconcert (1950). In veel van deze concerten traden bekende solisten op, de begeleiding werd vaak verzorgd door het Utrechts Stedelijk Orkest onder leiding van Paul Hupperts.

Na de hoorspelmuziek bij Aladin’s Lamp voor piano en klein orkest, in opdracht van de KRO geschreven in 1947 en opnieuw een reeks variaties, en de Kadullen-variaties voor fluit, fagot en strijkorkest (1958) ontstonden onder meer nog concerten voor accordeon (1969) en bassethoorn (1981) en een Suite voor de bijzondere bezetting van beiaard en harmonieorkest (1965). In 1972 en 1976 schreef Strategier nog enkele werken voor beiaardsolo.

Declamatoria

Herhaaldelijk liet Strategier in zijn grote werken declamatie een belangrijke rol spelen. In enkele composities komt er zelfs uitsluitend gesproken tekst voor, die in de begeleiding muzikaal wordt geïllustreerd. In de Ballade van de merel voor declamatie en orkest (1936) had Strategier bij Andriessen al een vroeg voorbeeld gehoord. Reeds in 1938 schreef hij zijn declamatorium Muziek bij den Proloog van het ‘Passiespel’ voor spreekstem, twee violen en piano op tekst van Louis Frequin. Enkele jaren later volgde de beroemde Rey van Edelingen uit ‘Gijsbrecht van Amstel’ voor spreekstem en piano op tekst van Joost van den Vondel. Ook in 1950 en 1952 componeerde hij dergelijke werken. Misschien vormden deze werken weer een inspiratiebron voor Albert de Klerk, die in 1956 zijn enige declamatorium De lof van mijn man voor spreekstem en orgel schreef op tekst van Michel van der Plas.

Educatieve werken

Als docent schreef Strategier kooroefeningen en, in opdracht van de Staatsexamens Muziek waarbij hij jarenlang betrokken was, tientallen solfèges. Juist in deze beknopte werkjes laat Strategier zien dat hij een waar kunstenaar is: altijd wint de geïnspireerde muzikant het van de strenge docent.

Lijst van werken

Missen

A capella
Met orgelbegeleiding

Vocale werken op geestelijke teksten

A capella
A capella voor de Abdij Maria Toevlucht te Zundert (vanaf 1979)
Met orgel- of pianobegeleiding
Met orgel- en pianobegeleiding voor de Abdij Maria Toevlucht te Zundert (vanaf 1979)
Met andere instrumentale begeleiding

Vocale werken op wereldlijke teksten

A capella
Met pianobegeleiding
Met andere instrumentale begeleiding

Werken voor orgel

Solo
Met zelfstandige orgeldelen

1 De voorspelen bij deze liederen zijn aan elkaar gelijk. Het voorspel bij Nu is de dag ten einde staat in F gr.t., de andere twee in G gr.t.

Werken voor piano

Werken voor beiaard

Kamermuziek

Werken voor orkest

Werken voor solo-instrument(en) en orkest

Werken voor harmonie- of fanfareorkest

Werken met declamatie

Werken ten behoeve van onderwijs en koren

Volksliederen: bewerkingen en harmonisaties

Diversen

N.B. Herman Strategier richtte beide sonates in voor hobo en continuo.

z.j. - Zonder titel – compositie voor piano of orgel manualiter (29 maten)

Eerbetoon

Een van zijn leerlingen was Nico Schrama. Die studeerde tevens aan het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek in Utrecht en het Haags conservatorium. Hij was enkele jaren directeur van Stedelijk Muziekschool Breda en werd promotor van het werk van zijn leermeester, al dan niet via de Herman Strategier Stichting. Voorts schreef hij samen met Lourens Stuifbergen Musique pour faire plaisir; Leven en werk van Herman Strategier (2013).