John M. Jones

John Marshall Jones
Brigadegeneraal Jones
Brigadegeneraal Jones
Bijnaam "Rum"
Geboren 20 juli 1820
Charlottesville, Virginia
Overleden 5 mei 1864
Spotsylvania County, Virginia
Rustplaats Maplewood Cemetery
Charlottesville, Virginia
Land/zijde Verenigde Staten
Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel United States Army
Confederate States Army
Dienstjaren 1841-1861 (USA)
1861-1864 (CSA)
Rang kapitein (USA)
brigadegeneraal (CSA)
Eenheid 7th Infantry Regiment (USA)
Bevel Jones’s Brigade
Slagen/oorlogen Utahoorlog

Amerikaanse Burgeroorlog

John Marshall Jones (Charlottesville, 20 juli 1820 – Spotsylvania County, 5 mei 1864) was een Amerikaans beroepsmilitair. Na twintig jaar dienst nam hij bij het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog ontslag uit het United States Army. Kort daarop sloot hij zich aan bij het Confederate States Army. Hij klom op tot de rang van brigadegeneraal en sneuvelde tijdens de Slag in de Wildernis.

Vroege jaren

John M. Jones werd geboren op 20 juli 1820 in Charlottesville, Virginia. Na zijn schooltijd werd hij toegelaten tot de United States Military Academy in West Point. Hij kreeg de bijnaam "Rum" Jones wegens zijn voorliefde voor alcohol. Jones studeerde af in 1841 als 39ste in een klas van 52 kadetten. Negentien van zijn medestudenten zouden later eveneens deelnemen aan de Amerikaanse Burgeroorlog waaronder John F. Reynolds, Nathaniel Lyon, Robert S. Garnett, Richard B. Garnett, Amiel W. Whipple en Israel B. Richardson. Ze zouden allemaal sneuvelen op het slagveld.

Jones werd ingedeeld bij het 7th Infantry Regiment als tweede luitenant. Hij diende enkele jaren in forten en buitenposten langs de grens voor hij terugkeerde naar de academie om instructeur te worden. Tussen 1845 en 1852 gaf hij les in infanterietactieken. Jones zetelde tussen 1854 en 1855 in de commissie die de tactieken voor de lichte artillerie herevalueerde. Op 3 maart 1855 werd hij bevorderd tot kapitein. Hij nam deel aan de Utahoorlog en diende tot in 1860 opnieuw in verschillende forten en militaire buitenposten.

Amerikaanse Burgeroorlog

Na de verkiezingsoverwinning van Abraham Lincoln, de Aanval op Fort Sumter en de secessie van zijn thuisstaat Virginia nam Jones op 27 mei 1861 ontslag uit het United States Army. Kort daarop trad hij in dienst bij het Confederate States Army met de rang van kapitein bij de artillerie. Hij werd al snel bevorderd tot luitenant-kolonel en diende als assistent adjudant generaal en assistent inspecteur generaal onder de generaals John B. Magruder, Richard Ewell en Jubal Early. Als stafofficier nam hij deel aan de Slag bij Front Royal, de Zevendagenslag, de Tweede Slag bij Bull Run en de Slag bij Fredericksburg in 1862 en de Slag bij Chancellorsville in 1863.

Op 15 mei 1863 werd Jones bevorderd tot brigadegeneraal. Hij kreeg het commando over een brigade in de divisie van generaal-majoor Edward "Allegheny" Johnson. Tijdens de Slag bij Gettysburg raakte Jones zwaargewond aan zijn bovenbeen tijdens de aanval op Culp’s Hill. Na zijn herstel keerde Jones in september terug naar het Army of Northern Virginia waar hij het commando over de brigade van William "Extra Billy" Smith overnam die gouverneur van Virginia was geworden. In het najaar van 1863 raakte Jones opnieuw gewond tijdens de Slag bij Mine Run.

Bij het begin van de nieuwe veldtocht in het voorjaar van 1864 viel het Noordelijke Army of the Potomac de Zuidelijke stellingen in de Wildernis aan. De brigade van Jones had stellingen ingenomen ten zuiden van de Orange Turnpike. Op 4 mei, kort voor 13.00u, vielen de Noordelijken onder leiding van brigadegeneraal Joseph J. Bartlett de positie van Jones aan. De Zuidelijken trokken zich in wanorde terug. Terwijl hij samen met zijn aide-de-camp Robert Early de soldaten probeerde te hergroeperen, werd Jones geraakt en sneuvelde ter plaatse. Zijn lichaam werd gerepatrieerd en begraven op het Maplewood Cemetery in Charlottesville, Virginia.

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)