Het parvocellulaire pad is een onderdeel van het visuele systeem. Het loopt van het netvlies via de thalamus naar de primaire visuele schors en vandaar naar de cortex temporalis inferior. Het wordt ook wel het 'wat'-systeem genoemd. Parallel hiermee loopt het magnocellulaire pad en het koniocellulaire pad. Het magnocellulaire pad loopt van het netvlies via de thalamus en de primaire visuele schors naar de cortex parietalis posterior en wordt het 'waar'-systeem of het 'hoe'-systeem genoemd.

Parvo-, magno- en koniopaden maken deel uit van de primaire visuele route (ook wel geniculostriate route genoemd). Het parvopad wordt gevormd door parvocellulaire cellen met een klein cellichaam (Latijn: parvus="klein") die gevoelig zijn voor fijne details en kleur, terwijl het magnopad bestaat uit magnocellulaire cellen met een groot cellichaam (Latijn: magnus="groot") die gevoelig zijn voor algemene contouren en snelle bewegingen. De paden ontspringen in ganglioncellen van het netvlies en projecteren vervolgens naar verschillende lagen van het corpus geniculatum laterale (CGL) van de thalamus (magnopad: M-lagen 1 en 2, parvopad: P-lagen 3 tm 6, koniopad: K-lagen 1 tm 6). Na het verlaten van het corpus geniculatum laterale,vindt er een verder differentiatie plaats in drie routes. In laag 4 van area V1 maken parvo- en magnopaden eerst contact met verschillende deelagen (of sublaminae). Het parvopad splitst zich in area V1 (primaire visuele schors) dan in blob- en interblobcellen. Blobs zijn gedeelten van de primaire visuele cortex (V1) boven en onder laag IV, waar groepen kleurgevoelige zenuwcellen zich in cilindrische vormen samenvoegen. In het volgende station van de visuele schors (area V2) maakt de magnobaan contact met zogenaamde dikke strepen en de parvopad met zogenaamde interstrepen (interblobsysteem) en dunne strepen (blobsysteem). Deze termen zijn ontleend aan kleuringstechnieken waarmee Zeki subtiele verschillen in de structuur van celgroepen in area V2 van apen ontdekte. Via de stations area MT (area V5) en area V4 bereiken magno- en parvopaden dan hun eindstations, namelijk de cortex parietalis posterior en de cortex temporalis inferior (zie verder ook visuele schors).
Hoewel er veel overlap is tussen beide paden (vooral bij hogere stations in de route) kan globaal gesteld worden dat het parvopad gespecialiseerd is in de waarneming van kleur (blob) en vorm (interblob) en het magnopad in de waarneming van beweging.
Aangezien K-cellen een heterogene groep cellen vormen, is het waarschijnlijk dat ze subklassen bevatten die verschillende functies vervullen. Sommige cellen reageren op kleur, sommige op achromatische rasters en weer andere reageren op geen enkel type raster. Experimentele resultaten suggereren dat K-cellen zouden kunnen bijdragen aan aspecten van ruimtelijk en temporeel zicht, maar het is onduidelijk hoe precies. Enkele hypothesen zijn: