Madonna's van Pervijze

Elsie Knocker en Mairi Chisholm, beter bekend als de Madonna's van Pervijze (ook wel de engelen van Pervijze) waren twee jonge vrouwen die tijdens de Eerste Wereldoorlog uit Schotland en Engeland naar België zijn gekomen om te helpen in de medische hulpverlening aan het front. Beiden waren motorliefhebbers. Mairi deed dienst als motorkoerier toen ze zich als 17 jarige aansloot bij een Brits medisch team op weg naar België. Elsie, eveneens een motorfanaat, maakte ook deel uit van dat team. Beiden hebben tijdens de Eerste Wereldoorlog een grote rol gespeeld in de medische hulpposten aan het front in Pervijze.

Elsie Knocker

Elsie Knocker
Madonna's van Pervijze
Algemene informatie
Geboren 29 juni 1884
Exeter, Devon
Overleden 26 april 1978
Ashted, Surrey
Nationaliteit Engelse
Beroep Verpleegster
Bekend van Hulp aan het front te Vlaanderen (Pervijze) tijdens WOI

Jonge jaren

Elsie Knocker werd geboren in Exeter, Devon op 29 juni 1884 als Elizabeth Blackall Shapter als jongste van vijf kinderen. Haar bekende naam ‘Elsie’ was een bijnaam die ze verwierf als jong meisje. Elsie had geen makkelijke jeugd aangezien haar moeder stierf wanneer ze vier jaar was. Twee jaar later stierf haar vader aan tuberculose. Een koppel, een leerkracht en zijn vrouw adopteerden haar en stuurden haar naar het prestigieuze Chateau Lutry in Zwitserland om verpleegkunde te studeren. Ze deed stage bij het ‘Children’s hip hospital’ in Sevenoaks.

Liefdesleven en kinderen

Later, in 1906, ontmoette ze Leslie Duke Knocker waarmee ze trouwde. Eén jaar later werden ze ouders van hun zoon Kenneth Duke. Helaas faalde het huwelijk en zo begon Elsie een stage als vroedvrouw in het Queen Charlotte’s Hospital. Omdat scheiden in die tijd taboe was vertelde Elsie tegen iedereen dat haar man was gestorven.

Nadat Elsie scheidde van haar man vond ze een nieuwe passie, motorrijden. De naam op haar voertuig was “Gypsy” aangezien ze lid was van de Gypsy Motorclub. Ze gebruikte verschillende voertuigen, onder andere een Chater-Lea met een zijspan waarmee ze zich naar het Westfront verplaatste.

Tijdens haar verblijf in België leerde Elsie in 1916 de Belgische piloot Baron Harold de T’Serclaes kennen. Wanneer ze trouwden werd Elsie Barones T’Serclaes. Toen in 1919 de Baron ontdekte dat haar vorige man niet was gestorven, werd het huwelijk door de Rooms-katholieke kerk ontbonden. Elsie kon haar titel als Barones behouden. Toen Mairi dit nieuws vernam verbrak zij hun hechte vriendschap.

Na de oorlogen

Zowel in de eerste als Tweede Wereldoorlog was Elsie actief in de hulpverlening aan het front. Na de Tweede Wereldoorlog ging ze in Ashtead, Surrey wonen en daar bleef ze ook tot haar dood. Ze fokte Chiuahuas. Elsie droeg opvallende en flamboyante kledij en juwelen en was gekend. Ze is nooit meer hertrouwd en is dement geworden op late leeftijd. Ze stierf door ouderdom op 26 april 1978, op 93-jarige leeftijd.

Mairi Chisholm

Mairi Chisholm
Madonna's van Pervijze
Algemene informatie
Geboren 26 februari 1896
Nairn, Schotland
Overleden 22 augustus 1981
Nairn, Schotland
Nationaliteit Schotse
Beroep Verpleegster
Bekend van Hulp aan het front te Vlaanderen (Pervijze) tijdens WOI

Jonge jaren

Mairi Chisholm werd op 26 februari 1896 in Nairn, schotland geboren als eerste dochter; ze had een oudere broer. Haar familie kwam uit de betere kringen en wanneer Mairi nog een kind was verhuisde de familie naar Dorset. Haar vader kocht haar een Douglas motor en Mairi hield ervan om haar vrije tijd hieraan te besteden. Wanneer ze 18 was ontmoette ze Elsie Knocker, toen een gescheiden moeder met één zoon en fanatiek bezig met motorsport. Hun vriendschap groeide en in 1914 gingen ze samen naar België om te helpen aan het front. Mairi was toen een jong, blond meisje zonder verpleegstersdiploma met een ijzeren fysiek en een onuitputtelijke werkkracht. Daardoor was ze geschikt om de verbandpost aan het front draaiende te houden. Angst leek ze niet te kennen, zodat ze als jonge vrouw tijdens gevechten rondreed met de ambulances.

Liefdesleven en kinderen

Mairi is nooit getrouwd geweest, maar wel twee keer verloofd. De eerste keer verloofde ze zich in 1916 met de piloot Jack Petrie. Hij overleed een jaar later tijdens een oefenvlucht. In 1918 verloofde ze zich met William Thomas James Hall, een Luitenant uit de luchtmacht. De verloving werd plotseling verbroken maar duidelijkheid over de reden is er niet.

Na de oorlogen

Door de gasaanvallen tijdens de oorlog kreeg Mairi gezondheidsproblemen en een zwak hart. Toch begon ze nog met autoracen. Ze keerde op doktersadvies terug naar Nairn om een rustiger leven te leiden waar ze een gevogeltefokker werd samen met een vroegere jeugdvriend. De laatste jaren van haar leven heeft ze veel meegewerkt aan de ‘Clan Chisholm Society’, dat nog steeds bestaat. Op 22 augustus 1981 stierf Mairi op 85-jarige leeftijd aan longkanker.

De Groote Oorlog

Het IJzerfront

Begin

Na het uitbreken van de oorlog stelden Elsie en haar vriendin Mairi zich kandidaat aan het front bij het Munro Ambulance Corps, waartoe ook May Sinclair behoorde. Mairi vertrok als een jong meisje van 18 naar België, tegen haar moeders wil. Zij verkocht haar motorfiets om de overtocht naar Oostende te kunnen betalen. Eenmaal aangekomen in Oostende reisden de twee verder naar Gent waar gewonden verzorgd werden, al was hier toen nog niet erg veel werk aangezien er een overaanbod aan verpleegsters waren. Omdat ze meer wilden doen zochten ze verder en ontmoetten ze dokter Vander Ghinst in Diksmuide. Elsie kreeg het idee een hulppost dichter bij de frontlijn op te starten zodat gewonden onmiddellijk verzorgd konden worden. Aangezien dit nog niet bestond waren er veel soldaten die het ziekenhuis niet haalden; een post aan het front waar de eerste levensnoodzakelijke zorgen toegediend werden zou vele levens kunnen redden. Ze overtuigde dokter Vander Ghinst en hij hielp hen ondanks de vele tegenkantingen van de Britse en Franse militaire overheden een hulppost te starten in Pervijze.

Cellar house

In november 1914 richtten Mairi en Elsie een medische hulppost op in Pervijze, dit was vlak bij de eerste linie van de Belgen. Dit dorp was er erg aan toe, met hier een daar een hoop stenen en dode dieren tussen het puin. De vrouwen besloten hun intrek te nemen in de kelder van het huis van de voormalige burgemeester, op slechts 50 meter van de frontlijn. Het duo leefde in erg primitieve omstandigheden. Na enkele weken verlieten ze de woning en vonden ze een kelder van een kapotgeschoten woning, beter gekend als the cellar house. Deze woning was voor de Duitsers erg zichtbaar, en de vrouwen waren bang beschoten te worden. Daarom zochten ze een minder opvallende woonst. Deze woning diende enkel als slaapplaats, hun cellar house aan het front bleef bestaan als medische post.

Elsie en Mairi maakten voor de soldaten soep en warme chocomelk. Dit was een moeilijke job want de bevoorrading kon alleen 's nachts samen met een officier. Dit nieuws geraakte snel bekend en veel officieren zakten af naar Pervijze want hier werd tussen alle ellende door toch nog gedanst. De soldaten bleven na de aflossing van de wacht vaak hangen in de omgeving van het huis en de verpleegsters.

Toch waren ze ook in hun cellar house niet veilig, en de twee verlieten Pervijze voor 10 dagen naar Engeland. Ze verwierven via lezingen fondsen en begonnen een derde poging. In eerste instantie betrok men een woning op enkele kilometers van Pervijze om er gewonden met ziekenwagens op te halen. Wanneer Elsie enkele maanden later hun eerste hulppost in Pervijze opnieuw zag stelde ze vast dat hun hulp daar erg gemist werd. Ze keerden terug naar een bouwvallig gebouw waarvan nog 4 muren overeind stonden. Dit werd beschermd met beton, ijzeren liggers en zandzakjes.

De hond Shot

Standbeeld 'Shot' te Ieper

De twee kregen hulp van hun foxterriër Shot. Elsie Knocker had een ongewoon protocol met de vijand. Wanneer zij zich wou begeven op het 'niemandsland' om gewonden tussen de linies op te halen zond ze eerst haar hond Shot naar de linies aan de overkant met een nota voor de Duitse officier zodat die niet zouden schieten. Overeengekomen was dat de verpleegster geen helm zou dragen maar een witte verpleegstersdoek zodat ze er niet als soldaat zou uitzien. Op die manier waren Elsie en Mairi veiliger tijdens hun interventies. Shot redde de levens van Elsie, Mairi en hun patiënten in de lente van 1918 tijdens de aanval met een gasgranaat. Wanneer het geelgroene chloorgas binnenkwam alarmeerde Shot hen waardoor ze tijdig hun gasmasker opzetten. Shot zelf overleefde het niet. Hij kreeg een gedenkteken in de vorm van een standbeeld in Ieper.

Einde

De verpleegpost bleef in Pervijze tot zondag 17 maart 1918, wanneer een gasgranaat in hun woning werd gegooid. Hun hond Shot verwittigde hen en ze overleefden allebei de aanval. Mairi keerde nog terug naar Pervijze, maar wanneer een tweede gasaanval plaatsvond werd de hulppost door de Belgische autoriteiten definitief gesloten. Zo eindigden de vrouwen hun tijd aan het front tijdens de Groote Oorlog in België.

Gedenkteken

Standbeeld Elsie en Mairi te Ieper

In allerlei Britse en Franse kranten werden ze vernoemd als helden en engelen. Ook koning Albert I van België decoreerde hen persoonlijk met de Orde van Leopold II; koningin Elisabeth gaf hen een ereteken en in Britse kranten kregen ze medailles voor hun werk. Om de madonna's vandaag de dag te herdenken werd in mei 2013 door de Engelse historica Diane Atkinson en fractiemedewerker bij het Vlaams Parlement Stefaan Vandenbussche een project opgestart om een gedenksteen voor hen op te richten in Pervijze. Het werk is een blijvend eerbetoon voor de zorg die deze vrouwen hebben verstrekt aan Belgische, Britse en Franse soldaten in Pervijze. Maar niet enkel voor hen, ook voor alle andere vrouwen die hielpen tijdens de Eerste Wereldoorlog en de hulpverleners die nu nog hulp bieden in oorlogzones.

Het geld voor deze gedenksteen kwam via giften van verscheidene personen, verenigingen en bedrijven. Het beeld in de tuin van Hotel Ariane te Ieper werd onthuld op 22 november 2014, de 100e verjaardag dat de twee vrouwen aankwamen in Pervijze. Het levensgrote bronzen standbeeld van beeldhouwster Josyane Vanhoutte beeldt Elsie en Mairi uit gezeten op zandzakken.

Fotogalerij

Bibliografie