| Michael Berkhemer | ||||
|---|---|---|---|---|
Michael Berkhemer aan de pers met eigen prent. Studio Grafisch Collectief Thoets, Amsterdam 2006 (foto Jan Baas) | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Michael Berkhemer | |||
| Geboren | Wageningen, 22 maart 1948 | |||
| Overleden | Amsterdam, 15 augustus 2022 | |||
| Geboorteland | Nederland | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | kunstenaar, schilder, graficus, maker van wandbeelden | |||
| Floruit | 2004 | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1970-2022 | |||
| Stijl | geometrisch-abstract (tot 1980 figuratief) | |||
| Werklocatie | Amsterdam | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| Website | ||||
| ||||
Michael Berkhemer (Wageningen, 22 maart 1948 - Amsterdam, 15 augustus 2022) was een Nederlandse schilder, graficus en maker van wandbeelden. Zijn non-figuratieve kunst vertegenwoordigt een eigen traditie, maar sluit aan bij het Amerikaanse abstract-expressionisme en het materiële minimalisme van Barnett Newman, Mark Rothko, Agnes Martin en Robert Ryman.
Berkhemer is de zoon van beeldhouwer en voordrachtskunstenaar Willem Berkhemer (1917-1998) en Yvonne de Swarte (1920-2006), die elkaar leerden kennen in de onderduik, en de broer van harpiste Mirte Berkhemer (1946-1979) en violist, componist en dirigent Joan Berkhemer (1951).
Berkhemer groeit op in Wageningen en Arnhem in een artistiek gezin. Al vroeg begint hij te schilderen in olieverf, daarin gestimuleerd door zijn ouders. Op zeventienjarige leeftijd wordt hij aangenomen op de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. Hij is er leerling van Johan de Haas en neemt er kennis van de geometrische en conceptuele avant-garde van docenten als Peter Struycken en Henk Peeters.
Tijdens zijn academietijd is Berkhemer vooral geïnteresseerd in figuratie. Hij krijgt dan al regelmatig portretopdrachten. Zijn eerste solotentoonstelling vindt plaats in 1972.
Vroeg in de jaren zeventig vestigt Berkhemer zich als beginnend kunstenaar in Amsterdam. Hij legt zich toe op dromerige landschappen, vrouwenfiguren en stillevens in de geest van Marc Chagall en Giorgio Morandi. In 1979 betrekt hij een atelier aan de Prinsengracht 371, waar hij werkt tot aan zijn dood in de zomer van 2022.
Vanaf de jaren tachtig laat Berkhemer de figuratie los en verdiept hij zich in de zeggingskracht van kleur en vorm. Deze stap is mede een gevolg van zijn toenemende belangstelling voor kunstenaars als Claude Monet, Piet Mondriaan, Ellsworth Kelly en Rothko.

Berkhemer ontwikkelt een sterk persoonlijke, gevoelsmatige abstractie en hanteert daarbij een steeds herkenbare werkwijze: kleuren worden laag over laag met de hand opgebracht zodat er een warme oneffen ‘huid’ ontstaat; lijnen en vlakken worden geordend tot geometrische patronen die de schijn van toeval hebben, maar zorgvuldig zijn doordacht. Monochrome delen, of delen in verschillende kleuren van verschillende formaten, worden aaneengevoegd tot samengestelde doeken zonder omlijsting. Dit resulteert in objecten waarin de grens tussen schilderij en wandreliëf wordt opgeheven.
Berkhemer wordt op het spoor van de abstractie gezet door modernistische tendensen als colorfield painting, Mondriaans Nieuwe beelding en de algoritmische geometrie van Peter Struycken, maar hij werkt niet volgens een theorie of een mathematisch model. ‘Ik heb geen speciale belangstelling voor wiskunde en baseer mijn werk niet op wiskundige principes’, verklaart hij in 2008. ‘Ik zie mezelf niet als een geometrisch-abstracte kunstenaar. Natuurlijk zijn rechte lijnen en geometrie prominent in mijn werk aanwezig, maar alleen als het resultaat van ordening. De geometrie is een organisatiemodel.’
En: ‘De natuur is voor mij een belangrijke inspiratiebron. Het is niet mijn opzet vormen uit de natuur te imiteren, maar ik zoek naar een representatie van de emotionele kracht van de natuur in al haar manifestaties.’ Tot deze manifestaties behoren ook landschappen en zelfs steden en gebouwen, zoals ze door de mens zijn ontworpen en ingericht.

In voorstudies op millimeterpapier werkt Berkhemer zijn ingevingen eerst heel precies uit. Vorm en verhouding, lijn en kleur worden in deze fase bepaald. Hieruit ontstaat vervolgens het definitieve kunstwerk als een vrijere interpretatie.
Berkhemer varieert vaak op vormthema’s die uitgroeien tot reeksen. Zijn ritmische werken met gedempte, maar zinderende kleuren zijn bepalend voor de ruimte waarin ze zijn geplaatst en ze transformeren de omringende architectuur.
Vanaf de jaren tachtig reist Berkhemer naar de Verenigde Staten (Boston, New York, St. Louis), Italië (Toscane, Umbrië, Venetië), Frankrijk (Pyreneeën, Giverny) en Indonesië. Natuur, landschap, oude en moderne kunst maken daar een grote indruk en blijven een permanente bron van inspiratie.
In 1992 verbindt hij zich aan Galerie Maria Chailloux waar hij 12 jaar lang zijn werk exposeert. Midden jaren negentig neemt hij deel aan de groep Octagon, met leden als Jac Bisschops, Riki Mijling, Martha Scheeren en Franz Immoos. Ze produceren multiples in kleine oplages, die in binnen- en buitenland worden gepresenteerd.

Na 2000 volgen tientallen solo- en groepstentoonstellingen in Nederland, Duitsland, Zwitserland en de Verenigde Staten. Berkhemer is tevens lid van de adviescommissie voor het Fonds van Beeldende Kunsten, Vormgeving en Architectuur en van verschillende aankoopcommissies.

Vanaf de jaren negentig breidt Berkhemer zijn terrein uit van het geschilderde platte vlak (dat alleen een illusie van ruimte geeft) naar geometrische sculpturale wandreliëfs en wandbeelden, die sterker een tastbare ruimte innemen. De organisch aandoende, uit hout gezaagde vormen worden vaak ontleend aan wat hij waarnam in de natuur. De materiaalbehandeling is dezelfde als bij de schilderijen: laag over laag, kleur over kleur.
Grafiek is jarenlang een belangrijk onderdeel van Berkhemers werk. In de jaren negentig stimuleert zeefdrukpionier Hans Jansen hem tot het maken van zeefdrukken naar eigen acrylschilderijen. In 1996 drukt hij bij de Amsterdamse schilder en graficus Ruben Herrera ellipsvormige houtdrukken in zwartwit.
Drie jaar later bezoekt Berkhemer de Verenigde Staten voor een grafiekworkshop onder leiding van schilder en graficus Peter Marcus, verbonden aan Washington University School of Art in St. Louis. Berkhemer experimenteert er met de collagrafietechniek: zeer grote prenten die als een legpuzzel in elkaar worden gezet, waarbij elke prent uniek is (monotype). Dit krijgt een vervolg bij Maryanne Simmons, meesterdrukker en oprichter van de Wildwood Press in St. Louis. In haar studio werkt hij in de periode 2000-2011 het procedé verder uit in intensieve sessies. De drukken worden hoofdzakelijk in de Verenigde Staten geëxposeerd en zijn opgenomen in verschillende (Amerikaanse) particuliere en openbare collecties.
In Amsterdam, bij etsdrukker Eric Levert, maakt Berkhemer houtdrukken van uiteenlopende afmetingen. Zo drukt hij in 2006 een serie op bladgoud op klein formaat.
Berkhemer heeft een veelzijdig oeuvre opgebouwd en uitvoerig geëxperimenteerd met verschillende materialen, technieken en formaten. De inzet is steeds het evenwicht tussen vorm en kleur, ratio en emotie. De grote formaten van zijn doeken lenen zich goed voor bedrijfscollecties, openbare en overheidsgebouwen en andere opdrachten. In 2000 ontwerpt hij met kunstenaar Alexander Lichtveld het kleurschema en de geveltableaus van woonwijk Het Fort in Den Haag. In 2002, 2003 en 2008 maakt hij wandbeelden voor drie cruiseschepen, M.S. Statendam V, Serenade of the Seas en Solstice. Ook wijdt hij zich aan textielontwerpen en verzorgt hij boekomslagen voor uitgeverij Meulenhoff, onder meer voor G.L. Durlacher, H.C. ten Berge, K. Michel en Primo Levi.

Berkhemers werk is opgenomen in de collecties van musea, instituties, bedrijven en particulieren in binnen- en buitenland.
‘Op het eerste gezicht zou mijn werk in de geometrisch-abstracte traditie geplaatst kunnen worden, maar daar valt bij nader inzien wel wat op af te dingen. Want ik maak geen gebruik van buitenaf opgelegde wiskundige principes of formules; de organisatie van het beeld is een ordening in zichzelf en heeft een eigen logica. Ook de materiaalbehandeling voldoet niet aan de hard-edgetechniek van de kunstenaars van de geometrische abstractie. Integendeel: de talloze, dunne verflagen worden op een losse, impulsieve manier aangebracht en zorgen daarmee voor levendige en transparante verfhuid. Beheerst Tumult! / Unquiet Calm!’
Statement voor de Haagse Kunstkring, 2020
‘Het kiezen van een kleur of van kleurcombinaties is voor mij iets volkomen instinctiefs – ik hanteer geen regels of wetten of een programma. Het heeft meer van doen met emotie, het moment, het licht, het weer buiten. De kleurkeuze houdt ook verband met het ontwerp, met het visuele verhaal dat de prent of het schilderij vertelt. De ene kleur roept de andere op, ik hoef alleen maar te luisteren en te proberen te antwoorden. Soms gebruik ik kleuren die elkaar niet goed verdragen, maar het is geweldig om ze in één werk samen te brengen.’
Statement over zijn grafiek, 2007
‘Door zijn schilderijen consciëntieus op te bouwen uit vele lagen verf die met de waaierkwast worden opgebracht, ontstaat er een huid die de sporen toont van intensieve en langdurige bewerking. Hierbij gaat het Berkhemer niet zozeer om de intrinsieke kwaliteiten van de materie zelf (zoals dat voor de zogeheten ‘materieschilders’ gold), maar veel meer om de transformatie van de verf ten gevolge van het op elkaar inwerken van kleuren, structuren en vormen. In deze “interferentie” ontstaan harmonieuze en evenwichtige schilderijen die zich niet alleen tonen als resultaat van een sober concept en een rationele handeling, maar ook als verslaglegging van een emotionele betrokkenheid.’ Leo Delfgaauw, kunsthistoricus
‘Toen Michael Berkhemer in St. Louis arriveerde om met mij grafiek te maken, werd één ding duidelijk: er moest meer verf komen en we moesten een strategie zien te vinden om die op de platen te krijgen, op een manier die nog nooit was vertoond. Er waren muurverfrollers nodig, tientallen. En hoeveel was het, dertig, veertig pond verf in vijf dagen? Dit was geen drukken voor watjes: nat in nat, het verschuiven van de platen, en papier zo groot en zo zwaar van de inkt dat Michaels bezoeken voor altijd bekend zullen staan als de Big Paper Rodeo.’
Maryanne Simmons, meesterdrukker en oprichter Wildwood Press
‘Vanaf de jaren tachtig ontwikkelde Berkhemer een samenhangend abstract oeuvre waarvan de aard mede werd bepaald door zijn overstap van olieverf naar de veel sneller drogende acryl. Omdat acrylverf het mogelijk maakt om veel transparante lagen, zonder veel tijdverlies, over elkaar aan te brengen, bereikte Berkhemer een verrijking van zijn kleuren en een subtiele werking van de verfhuid.
Aanvankelijk vermeed hij bovendien al te scherpe begrenzingen van kleurvlakken. Mede daardoor had zijn werk een schilderachtiger effect dan in de geometrische kunst gebruikelijk was. Dat kwam hem op het verwijt te staan van een streng in de geometrische leer staande verzamelaar: “Aber Sie sind ein Maler!”
Dat was juist en het zou ook zo blijven.’
Evert van Uitert, emeritus hoogleraar moderne kunst, Universiteit van Amsterdam
‘Vaak roepen de opwaartse lijnen van Berkhemers composities associaties op met natuurvormen, zoals planten en bomen. Ze lijken een hechtere band te smeden tussen de impulsen uit de werkelijkheid die Berkhemer probeert te herscheppen en het uiteindelijke kunstwerk. De kijker wordt verleid een schilderij niet als een abstract object te zien, maar als een beeld van de natuur.
Weliswaar gebruikt Berkhemer geen figuratieve beelden, maar zo’n interpretatie van zijn werk stoort hem niet. Hij waardeert bijvoorbeeld de belangstelling van een verzamelaar van figuratieve kunst die in een specifiek schilderij natuurlijke, boomachtige vormen herkent. In zekere zin rechtvaardigt dit Berkhemers stelling dat hij geen abstracte schilder is; zijn kunst komt immers voort uit de zichtbare wereld, zij het in een non-figuratieve taal.’ Cornelia Homburg, kunsthistoricus
2011 Colour Matters deel 3, Groningen (Stichting Kunstruimte 09)
2008 Cornelia Homburg (red.), Michael Berkhemer, Amersfoort (Mondriaanhuis) / Zwolle (Waanders) (NL/Eng)
2007 Cornelia Homburg, ‘I am not a printmaker, I am a painter who makes prints’, Michael Berkhemer: A Print Retrospective, (Wildwood Press) St. Louis (MO)
2003 M. Visser, ‘Serenade of the Seas’, Kunstbeeld, 9 (2003)
2002 Grafiek Nu #10, Laren (Singer Museum)
Hans-Joachim Manske, ’Franz Immoos und Michael Berkhemer’, in: Peter-Jörg Splettstösser, 30 Jahre Gruppe Grün 1971-2001, Bremen
2001 Evert van Uitert, ‘Een kunstschilder die zijn objecten patineert met bladgoud’, Kunstschrift, 45 (2001) 6
A.W. Lloyd, ‘Art under the Arch’, Art in America, juli 2001
Faye Hirsch, ‘Make it Big’, Art on Paper, 6 (2001)
2000 Tino Stierli, ‘Abstraktion und Expression’, Neue Zuger Zeitung, 8 sept. 2000
Jeff Daniel, ‘Michael Berkhemer. Recent Works on Paper’, Saint Louis Post Dispatch, 30 jan. 2000
Miranda van Ark, Het Fort. Schilderswijk behoudt karakteristiek complex, Den Haag
Robert Adam, Carol Robertson, Intaglio: Acrylic-Resist Etching, Collagraphy, Engraving, Drypoint, Mezzotint, London (Thames & Hudson)
1997 Antonie den Ridder, ‘Michael Berkhemer exposeert in Museum Henriette Polak. Schilden van gestold licht’, Gelders Dagblad, 5 febr. 1997
Leo Delfgaauw, Interferenties. Schilderijen van Michaël Berkhemer, Zutphen (Museum Henriette Polak)
1996 Barbara Jonckheer, De kunstenaars van AXA-Leven, Den Haag
1995 Anne Matena, Bewogen verleden. Beelden van verstoord leven stilgezet, Zwolle (Waanders)
1994 Liesbeth Fransen, Anne Matena, Bewogen verleden, Stichting 1940-1945, Diemen / Zwolle (Waanders)
1993 Fred Op de Coul, ‘Expositie Berkhemer in Heusden. Sterke beleving van materie en vormen’, Brabants Dagblad, 19 april 1993
1986 Eric Beets, ‘“Magische” gouaches in het KCB’, Alkmaarse Courant, 9 jan. 1986
1976 Nico Scheepmaker, ‘Interview met Michael Berkhemer’, Avenue, april 1976
Externe link
Noten