Muffe vezelkop

Muffe vezelkop
Muffe vezelkop
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota (Steeltjeszwam)
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Agaricales (Plaatjeszwam)
Familie:Inocybaceae
Geslacht:Inosperma
Soort
Inosperma cervicolor
(Pers.) Matheny & Esteve-Rav. (2019)
Synoniemen

Inocybe cervicolor
Agaricus cervicolor
Inocybe bongardii var. cervicolor

Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De muffe vezelkop (Inosperma cervicolor, synoniem: Inocybe cervicolor) is een schimmel uit de familie Inocybaceae. De soort vormt ectomycorrhiza met loof- en naaldbomen. In Nederland wordt hij vooral aangetroffen bij eiken (Quercus) en beuken (Fagus) op kalkrijke kleigrond, onder meer in met bomen beplante lanen.

De soort wordt gekenmerkt door een bruinachtige, schubbige hoed, betrekkelijk grote, gladde sporen en een doorgaans sterke, onaangename geur die aan vochtige aarde, schimmel of muffe wijnvaten doet denken.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

Hoed

De hoed heeft een diameter van 6–40 mm. Aanvankelijk is deze kegelvormig tot kegelvormig gewelfd, later gewelfd tot bijna vlak. Een duidelijke umbo ontbreekt meestal. De hoedrand is bij jonge exemplaren naar binnen gebogen. Het oppervlak is okerbruin tot bruinachtig en bedekt met donkerbruine schubjes. Vooral rond het centrum kunnen deze schubjes duidelijk afsteken tegen de lichtere ondergrond. Naar de rand toe is het oppervlak grof vezelig tot schubbig.

Lamellen

De lamellen staan matig dicht opeen en zijn breed tot smal aangehecht aan de steel. Ze zijn aanvankelijk geelbruin en worden later vuilbruin, soms met een zwakke olijfkleurige of roodachtige tint. De lamelsnede is vlokkig en witachtig en kan bij beschadiging roodbruin verkleuren.

Steel

De steel is 23–106 mm lang en 2–5 mm dik. Hij is ongeveer cilindrisch, soms iets verdikt of juist versmald aan de basis. De kleur varieert van lichtbruin tot bruin, vaak met roodachtige tinten bij oudere exemplaren, vooral in de onderste helft. Aan de top is de steel fijnvlokkig, terwijl hij verder naar beneden een duidelijk vezelige bekleding heeft. Bij jonge vruchtlichamen is een vluchtige cortina aanwezig.

Vlees en geur

Het vlees verkleurt vaak van bleek naar licht roodbruin of wijnrood, vooral in de steel. De mate van verkleuring kan variëren. De geur is doorgaans sterk en onaangenaam, aards tot muf, en wordt onder meer vergeleken met die van oude, beschimmelde wijnvaten. Soms wordt een stoffige of licht aromatische geur waargenomen.

Microscopische kenmerken

De sporen zijn glad, ellipsoïdaal en meten (10,0–)10,5–14,5(–15,0) × (6,0–)6,5–8,0(–8,5) µm. De lengte-breedteverhouding (Q) bedraagt ongeveer 1,5–2,2. Ze hebben geen wratten of stekels.

De basidia zijn overwegend viersporig. Pleurocystidia ontbreken. De cheilocystidia zijn dunwandig, cilindrisch tot smal knotsvormig en meten ongeveer 35–60 × 9–15 µm. Caulocystidia zijn aanwezig aan de steeltop en lijken op de cheilocystidia.

Ecologie

De muffe vezelkop is een ectomycorrhizavormende soort die in symbiose leeft met bomen. In Nederland wordt hij vooral gevonden bij eiken en beuken, met name in vochtige, voedselrijke lanen en loofbossen op kalkhoudende, humusarme klei.

Buiten Nederland wordt de soort ook aangetroffen in gemengde bossen en naaldbossen, waaronder bossen met sparren. De vruchtlichamen verschijnen voornamelijk in de zomer en de herfst.

Verspreiding

De muffe vezelkop komt voor in Europa en is ook uit andere delen van Eurazië gemeld.

Nederland

In Nederland is de muffe vezelkop zeer zeldzaam. De soort is onder andere bekend uit vochtige, voedselrijke loofbossen en lanen op kleigrond. In het Overzicht van de Paddestoelen in Nederland (1995) werden onder meer vindplaatsen bij Breukelen, Bunnik en Neerijnen genoemd. Op de Nederlandse Rode Lijst van paddenstoelen uit 2008 staat de soort in de categorie 'bedreigd'.

Gelijkende soorten

De muffe vezelkop vertoont overeenkomsten met de geurende vezelkop (Inosperma bongardii). Deze soort heeft doorgaans een lichtere hoed met minder contrasterende schubben. Bovendien heeft de geurende vezelkop gewoonlijk een zoetige, fruitige of bloemachtige geur, terwijl de muffe vezelkop meestal een uitgesproken aardachtige of muffe geur heeft. Omdat geur en verkleuring kunnen variëren, kunnen voor een betrouwbare determinatie ook microscopische kenmerken van belang zijn.

Taxonomie

De soort werd in 1801 door Christiaan Hendrik Persoon beschreven onder de naam Agaricus cervicolor. In 1886 plaatste Lucien Quélet de soort in het geslacht Inocybe als Inocybe cervicolor.

Bij een moleculair-fylogenetische herziening van de familie Inocybaceae werd de soort in 2019 door Patrick Brandon Matheny en Fernando Esteve-Raventós overgebracht naar het geslacht Inosperma, onder de naam Inosperma cervicolor.

De soort behoort tot de verwantschapsgroep Cervicolores, waarvan de leden doorgaans een vezelige tot schubbige hoed, gladde sporen en geen pleurocystidia hebben.