| Afvoerende zenuw | ||||
|---|---|---|---|---|
| Nervus abducens | ||||
| Zenuw | ||||
Dwarsdoorsnede door de sinusholte | ||||
Zijaanzicht van de hersenzenuwen De nervus abducens is middenin zichtbaar. | ||||
| Synoniemen | ||||
| Nederlands | zesde hersenzenuw | |||
| Verloop | ||||
| Innervatie | musculus rectus lateralis bulbi | |||
| Naslagwerken | ||||
| Gray's Anatomy | 201,899 | |||
| ||||
De nervus abducens is de zesde van de twaalf hersenzenuwen. Het is de zenuw om het oog naar buiten te draaien. De zenuw innerveert daartoe de zijdelingse rechte oogspier. Deze beweging wordt abductie genoemd, waaraan de zenuw zijn naam dankt. De nervus abducens is voor een deel sensorisch omdat de zenuw tevens de propriosensoriek van de laterale extrinsieke oogspier innerveert.
De vezels ontspringen in de zenuwkernen in de hersenstam. Zij verlaten deze vervolgens op de overgang van pons naar medulla, tussen piramide en olijf, of oliva inferior. Na een intraduraal verloop, gaat de zenuw door de laterale wand van de sinus cavernosus en verlaat de schedelholte door de fissura orbitalis superior.
De nervus abducens van de mens innerveert alleen de musculus rectus lateralis bulbi. Bij andere zoogdieren innerveert de zenuw ook de musculus retractor bubli, waardoor het oog voor de bescherming kan worden ingetrokken. Een homologe zenuw is ook in alle gewervelden gevonden, met uitzondering van twee soorten palingen.
Vanwege de grote lengte die de zenuw moet overbruggen van de hersenstam tot de oogbal, is de zenuw kwetsbaar voor beknelling.
Beschadiging aan het perifere gedeelte van de nervus abducens kan leiden tot dubbelzien, tot diplopie. Dit komt doordat het aangedane oog niet meer volledig naar buiten kan draaien, waardoor het gezichtsveld van beide ogen gaat overlappen. Perifere schade aan de nervus abducens kan ontstaan door tumoren, aneurysma's of botbreuken. De zenuw kan ook door een herseninfarct, demyelinatie, ontsteking, zoals een hersenvliesontsteking, en andere neurologische aandoeningen beschadigd raken.
Schade aan de zenuwkern van de nervus abducens leidt niet tot verlamming aan één oog, maar tot het onvermogen om beide ogen horizontaal in dezelfde richting te bewegen.