| Philipp Hepp | ||||
|---|---|---|---|---|
| Volledige naam | Johann Adam Philipp Hepp | |||
| Geboren | 26 oktober 1797 | |||
| Overleden | 5 februari 1867 | |||
| Geboorteland | Duitsland | |||
| Bekend van | Onderzoek naar korstmossen | |||
| Standaardafkorting | Hepp | |||
| Toelichting | ||||
De bovenaangeduide standaardaanduiding, conform de database bij IPNI, kan gebruikt worden om Philipp Hepp aan te duiden bij het citeren van een botanische naam. In de Index Kewensis is een lijst te vinden van door deze persoon (mede) gepubliceerde namen. | ||||
| ||||
Johann Adam Philipp Hepp (Kaiserslautern, 26 oktober 1797 – Frankfurt am Main, 5 februari 1867) was een Duitse arts, botanicus, lichenoloog en politicus. Hij was gespecialiseerd in de systematiek en microscopische studie van korstmossen en publiceerde onder meer het omvangrijke werk Die Flechten Europas. Daarnaast was hij betrokken bij de Duitse democratische beweging in de negentiende eeuw. Hij was een van de organisatoren van het Hambacher Fest in 1832 en maakte tijdens de revolutie van 1848–1849 deel uit van de voorlopige revolutionaire regering van de Palts.
Hepp werd geboren in Kaiserslautern en studeerde geneeskunde en farmacie aan de Universiteit van Würzburg. Daar promoveerde hij tot doctor in de geneeskunde en chirurgie. In 1826 trouwde hij in Würzburg met Magdalena Schlemmer. Het echtpaar kreeg vijf kinderen, twee dochters en drie zonen.
Na zijn studie was Hepp werkzaam als arts in Frankenthal. In 1826 vestigde hij zich als zelfstandig arts in Neustadt an der Weinstraße, destijds Neustadt an der Haardt geheten. Aanvankelijk woonde hij aan de Marktplatz, maar in 1836 liet hij een villa bouwen aan de Friedrichstraße.
Naast zijn medische en wetenschappelijke werkzaamheden was Hepp actief in de liberale en democratische beweging in de Palts, die destijds tot het Koninkrijk Beieren behoorde. Hij was voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Deutscher Preß- und Vaterlandsverein, een vereniging die zich inzette voor persvrijheid, politieke rechten en nationale eenheid.
In 1832 was Hepp betrokken bij de organisatie van het Hambacher Fest, een van de belangrijkste politieke massabijeenkomsten in de vroege geschiedenis van de Duitse democratische beweging. Hij hield er de openingsrede namens de organisatoren. Na de bijeenkomst werd hij samen met andere betrokkenen vervolgd, maar in 1833 vrijgesproken.
Tijdens de Maartrevolutie van 1848 richtte Hepp in Neustadt een democratische vereniging op, die zich ontwikkelde tot een van de eerste politieke organisaties in de Palts. Hij maakte in 1848 deel uit van het Vorparlament in Frankfurt en werd in januari 1849 gekozen tot lid van de Beierse Landdag.
Tijdens de opstand in de Palts van mei 1849 werd hij lid van de vijfkoppige voorlopige revolutionaire regering. Als regeringsdirecteur kreeg hij de verantwoordelijkheid voor de financiën en vervulde hij feitelijk de functie van minister van Financiën.
Na de onderdrukking van de revolutie moest Hepp Duitsland ontvluchten. Hij week uit naar Zwitserland en werd in 1851 bij verstek ter dood veroordeeld. In 1865 kreeg hij amnestie.
Tijdens zijn ballingschap woonde Hepp in de omgeving van Zürich, waar hij zijn onderzoek naar korstmossen voortzette. Zijn wetenschappelijke werkzaamheden vormden in deze periode een belangrijk onderdeel van zijn leven. Hij onderhield contacten met andere Europese korstmossenonderzoekers en verspreidde gedroogde korstmossen via wetenschappelijke verzamelingen.
Hepp overleed op 5 februari 1867 op 69-jarige leeftijd in Frankfurt am Main, tijdens een bezoek aan zijn dochter Elisabeth May.
Hepp hield zich voornamelijk bezig met de beschrijving, classificatie en microscopische kenmerken van korstmossen. Zijn belangstelling ging in het bijzonder uit naar de systematiek van deze organismen en de betekenis van hun sporen voor het onderscheiden van soorten.
In 1824 publiceerde hij Lichenen-Flora von Würzburg, een overzicht van de korstmossen in de omgeving van Würzburg. Het werk bevatte beschrijvingen van de aangetroffen soorten, een indeling van de geslachten en afbeeldingen ter verduidelijking van hun kenmerken.
Zijn belangrijkste wetenschappelijke publicatie was Die Flechten Europas in getrockneten mikroskopisch untersuchten Exemplaren mit Beschreibung und Abbildung ihrer Sporen, waarvan de afleveringen vanaf 1853 in Zürich verschenen. Het werk combineerde gedroogde herbariummonsters, zogenoemde exsiccaten, met beschrijvingen en afbeeldingen van microscopische kenmerken. De reeks omvatte 716 genummerde verzamelingen.
Met deze publicaties droeg Hepp bij aan de negentiende-eeuwse ontwikkeling van de lichenologie. Zijn gedroogde verzamelingen zijn van belang voor de historische documentatie van korstmossen en worden bewaard in verschillende botanische collecties.
Hepp was in 1840 een van de oprichters van Pollichia, een natuurwetenschappelijke vereniging in de Palts die zich bezighoudt met onderzoek naar en bescherming van de natuur. Van 1842 tot 1849 was hij voorzitter van deze vereniging. Hiermee leverde hij een bijdrage aan de ontwikkeling van het natuurhistorische onderzoek in de regio.
Hepp beschreef verschillende korstmossentaxa en stelde nieuwe combinaties van wetenschappelijke namen voor. Zijn officiële auteursafkorting is Hepp. Deze afkorting wordt gebruikt bij wetenschappelijke namen waarvan hij de oorspronkelijke beschrijver of een van de nomenclatorische auteurs was.
Voorbeelden van soorten waarvan het auteurschap op hem teruggaat, zijn:
Deze namen illustreren zijn bijdrage aan de taxonomie van korstmossen.
Verschillende geslachten zijn naar Hepp vernoemd, waaronder:
Ook verschillende andere taxonomische namen verwijzen naar zijn achternaam.