Ruusbroecgenootschap

Het Ruusbroecgenootschap is een interdisciplinair onderzoeksinstituut aan de Universiteit Antwerpen dat zich toelegt op de studie van de geschiedenis van de spiritualiteit in de Nederlanden en zorg draagt voor een bijzondere erfgoedbibliotheek. Het instituut is vernoemd naar Jan van Ruusbroec, de veertiende-eeuwse Brabantse mysticus.

Geschiedenis

Oprichting

Het Ruusbroecgenootschap werd in 1925 gesticht door vier jezuïeten: Desideer Stracke, Jozef Van Mierlo, Leonce Reypens en Jan-Baptist Poukens. De eerste drie, allen afgestudeerd in de Germaanse filologie aan de Universiteit Leuven, waren de initiatiefnemers; laatstgenoemde, Vlaamsgezind, sloot zich bij het drietal aan na zijn vertrek bij het hagiografische gezelschap van de Bollandisten te Brussel, waar hij zeer kortstondig als klassiek filoloog werkzaam was geweest.

Stracke was in 1904, na het voltooien van zijn doctoraat, begonnen aan de samenstelling van de Bibliotheca Ascetica Patrum Societatis Jesu Provinciae Flandrensis, een bibliotheek die bronnen- en studiemateriaal moest gaan leveren voor het onderzoek van de spiritualiteit van de jezuïetenorde in de Nederlanden vanaf de Contrareformatie tot de achttiende eeuw. Dit project zou uiteindelijk uitgroeien tot een breder onderzoek naar de geschiedenis van de spiritualiteit in de Nederlanden vanaf de middeleeuwen. In deze context begonnen de drie Germanisten samen te werken. Reeds in 1913 ondernamen ze – op aanraden van Willem De Vreese – in aanwezigheid van Jozef-Jan Nieuwenhuyzen sj een gezamenlijke reis naar Oostenrijk-Hongarije om daar op zoek te gaan naar Middelnederlandse mystieke teksten in handschriften en incunabelen. Het materiaal dat de onderzoekers door de jaren heen verzamelden groeide snel en de behoefte aan een bibliotheek en een meer formele vorm van samenwerking deed zich steeds meer voelen.

Huisvesting

Door de jaren heen is het Ruusbroecgenootschap op meerdere locaties in Antwerpen gevestigd geweest. In de eerste jaren na de oprichting in 1925 betrok het een vleugel van het Onze-Lieve-Vrouwecollege, maar al in 1931 verhuisde het naar het aangrenzende pand tegenover het Stadspark. In 1937-1938 verhuisde het genootschap opnieuw, ditmaal naar de Prinsstraat, in de nabijheid van de Sint-Ignatius-Handelshogeschool. Dit pand zou bekend worden als het 'Ruusbroec-Huis'. Met financiële steun uit de nalatenschap van Lieven Gevaert werd vlakbij het huis in 1952 een oude koffiebranderij aangekocht, die na een verbouwing dienst kon gaan doen als magazijn voor de bibliotheek van het genootschap. Sinds 2006 behoort ook het aangrenzende pand, sedert lang een jezuïeteneigendom dat verbouwd werd, tot het Ruusbroecgenootschap. Hier is het onderzoeksinstituut gevestigd.

Bibliotheek

Erfgoedbibliotheek en Erfgoedlabel

De bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap was een van de stichtende leden van de vzw Vlaamse Erfgoedbibliotheek (sindsdien BibliothecairErfgoed.be) samen met vijf andere partnerbibliotheken: Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (Antwerpen), Openbare Bibliotheek Brugge, Universiteitsbibliotheek Gent, Provinciale Bibliotheek Limburg (Hasselt), en Universiteitsbibliotheek Leuven. De bibliotheek blijft een belangrijke partners van de organisatie. De bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap neemt jaarlijks deel aan de Erfgoeddag en ontsluit (gegevens over) haar collectie onder meer via de Digitale Erfgoedbib van BibliothecairErfgoed.be.

In juni 2011 ontving de bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap bovendien, samen de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit Antwerpen, het erfgoedlabel 'Erkende Erfgoedbibliotheek' van de Vlaamse Overheid.

Geschiedenis

De bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap is sinds 1954 gevestigd op Grote Kauwenberg in Antwerpen. De groeiende boekencollectie had het genootschap in de eerste jaren van zijn bestaan meerdere malen gedwongen om te verhuizen. Op Grote Kauwenberg konden een magazijn en een leeszaal worden ingericht. Bij een grote verbouwing die duurde van 1985 tot 1988 kreeg het boekenmagazijn een extra vleugel en werd de leeszaal vergroot.

Bibliothecarissen

  • Piet Grootens s.j. († 1985), actief 1947-1953.
  • Jos Andriessen s.j. († 2007), actief 1955-1975.
  • Frans Hendrickx (°1941), actief 1975-2006.
  • Erna Van Looveren (°1959), actief (2003) 2007-08.2023.
  • Kara Verboven (°1990), actief sedert 09.2023.

Collectie

De collectie van het Ruusbroecgenootschap heeft altijd in dienst gestaan van onderzoek. Dit heeft geresulteerd in een homogene collectie die bronnen en studies over het spirituele leven in de Nederlanden bevat van de middeleeuwen tot heden.

Middeleeuwse en post-middeleeuwse handschriften

De bibliotheek van het Ruusbroecgenootschap bewaart een collectie van ca. 500 handschriften. Het merendeel van deze handschriften is geschreven na de middeleeuwen, ca. 40 handschriften zijn afkomstig uit de veertiende en vijftiende eeuw. Bovendien bezit de bibliotheek ook tientallen fragmenten van middeleeuwse handschriften. In de handschriftencollectie worden onder meer een handschrift met teksten van de mystica Hadewijch en een met preken van Jan Brugman bewaard.

Incunabelen en post-incunabelen (ca. 1475-1550)

De collectie incunabelen en post-incunabelen bij het Ruusbroecgenootschap is bescheiden. De bibliotheek heeft ze nooit actief verzameld. De meeste items in deze collectie werden in 1993 in permanente bruikleen gegeven door de jezuïeten van het Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwe-College. In deze collectie bevindt zich echter wel het oudste (bekende) gedrukte boek uit Vlaanderen. Het werd gedrukt in 1473 in Aalst door Dirk Martens (Speculum conversionis peccatorum van Dionysius Cartusianus, ook bekend als Dionysius van Rijkel). De Vlaamse Gemeenschap heeft dit boek in 2012 uitgeroepen tot Topstuk.

Oude drukken (ca. 1550-1800)

De collectie oude drukken bestaat uit ca. 30.000 banden. Het grootste deel van deze boeken gaat over christelijke moraliteit en privé-devotie. In deze collectie zijn allerlei soorten boeken te vinden, meestal in het Nederlands of in het Latijn. Bijvoorbeeld: gebedenboeken, mirakelboeken, boeken over heiligen, boeken over martelaars, boeken over mystici, boeken over pelgrimages, boeken met preken, boeken met religieus drama en boeken over Jezuïeten.

Negentiende- en twintigste-eeuwse bronnen

De collectie primaire bronnen uit de negentiende en vroege twintigste eeuw heeft een grote waarde voor het onderzoek naar de geschiedenis van het religieuze leven vanaf de eerste jaren van het Belgische koninkrijk tot aan de Tweede Wereldoorlog. De items in deze collectie geven waardevolle informatie over een groot aantal onderwerpen, zoals: stigmatici, de invloed van de middeleeuwse mystieke traditie in de moderne tijd, de stichting van nieuwe religieuze ordes, de heropkomst van broederschappen en de promotie van de verering van het Heilig Hart, de Heilige Familie en de Heilige Communie. Deze collectie bevat onder meer handboeken, brochures van pelgrimsplaatsen, boeken over Mariaverschijningen, boeken over de canonisering van heiligen, boeken over pausen en lokale geestelijken, gebeden en litanieën.

Voorbeeld uit de Collectie Thijs
Voorbeeld uit de Collectie Thijs

Devotieprenten

In de prentenkamer worden ca. 40.000 devotieprenten bewaard, gedrukt in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. Een groot deel van deze prenten is van Antwerpse herkomst. De drukkersstad Antwerpen nam immers een belangrijke plaats in in de Contrareformatie. Behalve kleine gedrukte prentjes verzamelt het Ruusbroecgenootschap ook iconografische materiaal over Jan van Ruusbroec, zijn medebroeders en hun priorij Groenendaal. Ook de Collectie Thijs wordt bewaard bij het Ruusbroecgenootschap.

Publicaties

De werken van Jan van Ruusbroec

Tussen 1981 en 2006 zijn aan het Ruusbroecgenootschap, onder leiding van Guido de Baere, alle werken van Jan van Ruusbroec kritisch geëditeerd in Ruusbroecs Opera Omnia (Lannoo). Naast de Middelnederlandse teksten bevatten deze edities ook een moderne Engelse vertaling en de zestiende-eeuwse Latijnse vertaling van Laurentius Surius. Na voltooiing van de afzonderlijke delen werd besloten om al Ruusbroecs werken te bundelen in één band. In 2014 verscheen The complete Ruusbroec (Brepols) van Guido de Baere en Thom Mertens, dat bestaat uit één deel met alle Middelnederlandse teksten en één deel met alle Engelse vertalingen. In datzelfde jaar verscheen A companion to Ruusbroec (Brill) van John Arblaster en Rob Faesen, waarin de stand van het onderzoek naar Ruusbroecs mystieke leer werd samengevat.

Ons Geestelijk Erf

Ons Geestelijk Erf. Journal for the history of spirituality in the Low Countries is het wetenschappelijke tijdschrift dat het Ruusbroecgenootschap sinds 1927 publiceert. In het eerste nummer zette de redactie uiteen wat het doel van het tijdschrift was: om de resultaten van het onderzoek naar de geschiedenis van de spiritualiteit (vroomheid) in de Nederlanden onder de aandacht te brengen, werd besloten, in navolging van de trend in de omringende landen, een wetenschappelijk tijdschrift uit te brengen. Met de titel verwees de redactie naar de ononderbroken lijn van de katholieke traditie in het zielenleven van de bekering tot aan hun eigen tijd. Met de bijdragen in het tijdschrift, die vooral betrekking hadden op het spirituele leven in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd, wilden de oprichters van het Ruusbroecgenootschap bouwstenen aanleveren voor de geschiedenis van het godsdienstig leven van de voorvaderen, waarvan ze hoopten dat hij ooit geschreven zou worden.

Bloemen van Ons Geestelijk Erf

In de reeks Bloemen van Ons Geestelijk Erf werd Middelnederlandse geestelijke literatuur uitgegeven in de oorspronkelijke tekst, voorzien van een moderne Nederlandse vertaling ernaast. De reeks bestond van 1929 tot 1932 en werd in 1949 met een 'Nieuwe Reeks' nieuw leven ingeblazen. In 1973 werd hij voortgezet onder de naam Ruusbroec hertaald tot 1986.

Studiën en Tekstuitgaven van Ons Geestelijk Erf

Studiën en Tekstuitgaven van Ons Geestelijk Erf is een reeks wetenschappelijke uitgaven. De reeks werd gestart in 1931 en er verschenen 25 delen in, waaronder de herdruk van Stephanus Axters' monumentale, vierdelige Geschiedenis van de vroomheid in de Nederlanden (1950-1956, herdrukt in 2000).

Overige publicaties

In 2009 publiceerde Veerle Fraeters samen met Frank Willaert een nieuwe editie van de Liederen van Hadewijch (Historische Uitgeverij). Dit boek werd bekroond met de Kruyskampprijs.

Op het gebied van de prekenstudie heeft het Ruusbroecgenootschap enkele belangrijke boeken gepubliceerd. Om te beginnen het Repertorium van Middelnederlandse preken in handschriften tot 1550 (Peeters), samengesteld door Maria Sherwood-Smith en Patricia Stoop (dl. 1-3: 2003) en Daniël Ermens en Willemien van Dijk (dl. 4-7: 2008). Daarnaast verschenen in 2008 de bundel De Middelnederlandse preek (Verloren) onder redactie van Thom Mertens, Patricia Stoop, en Christoph Burger en in 2013 Schrijven in commissie (Verloren) van Patricia Stoop.

Kees Schepers' editie van Willem Jordaens' De ornatu spritualium nuptiarum, de Latijnse vertaling van Jan van Ruusbroecs Die geestelike brulocht verscheen in 2004 (Brepols).

In een publicatie van de bibliotheek wordt ook de link gelegd tussen Ruusbroec en de Pelgrimbeweging.

Onderzoekers

De eerste generatie

De eerste generatie Ruusbroecgenoten waren 'niet alleen vurig katholiek maar ook strijdend Vlaams geïnspireerd'.

In deze periode waren ook Karel Claus s.J. (†1960) en Jozef Van Opdenbosch s.J. (1892-1944) voor korte tijd aan het Ruusbroecgenootschap verbonden. Van Opdenbosch, die in 1944 om kwam bij een inslag van een V2-raket, was in 1941 tot het Genootschap toegetreden en bestudeerde de fundamenten van de eucharistieleer in de Nederlanden vanaf de Karolingische periode. Hij zou de opvolger van Desideer Stracke zijn geworden.

De tweede generatie

De tweede generatie Ruusbroecgenoten 'ging meer "ingekeerd" te werk en ontwikkelde vanuit het spirituele erfgoed een indrukwekkende eruditie op theologisch, historisch en pastoraal gebied'.

In deze periode waren ook Albert Deblaere sj (†1994), Achilles Gheerardijn sj (†2005), Piet Grootens sj (†1985) en Florent Van der Veken sj (1895-1974) voor korte tijd aan het Ruusbroecgenootschap verbonden. Albert Deblaere werkte van 1956 tot 1958 voor het Ruusbroecgenootschap. Hoewel zijn verblijf kort was, was het invloedrijk.

De derde generatie

De derde generatie Ruusbroecgenoten 'ging weer midden in de teksten staan met grondige studies'.

De vierde generatie

De vierde generatie Ruusbroecgenoten 'bestaat grotendeels uit leken die zich anders verhouden tot de spiritualiteit' dan de voorgaande generaties van Jezuïeten.

In deze periode was ook August den Hollander (°1964) verbonden aan het Ruusbroecgenootschap. August den Hollander volgde in 2012 Theo Clemens op, tot hij in 2015 hoogleraar werd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

In deze jaren nam door de integratie in de Universiteit Antwerpen ook het aantal beginnende onderzoekers toe.

De vijfde generatie

Literatuur over het Ruusbroecgenootschap

Bronnen

  1. ↑ [redactie Ons Geestelijk Erf], 'Ter inleiding', in: Ons Geestelijk Erf 1 (1927), 5-10.
  2. ↑ Ruusbroec en de Pelgrimbeweging
  3. ↑ Guido de Baere, 'De totstandkoming van een Ruusbroec-uitgave: een persoonlijke geschiedenis', in: Kees Schepers en Frans Hendrickx (red.), De letter levend maken. Opstellen aangeboden aan Guido de Baere bij zijn zeventigste verjaardag. Leuven: Peeters, 2010, 3-15 (i.c.14).
  4. ↑ De Borchgrave 2001, 122-123 en 211.
  5. ↑ Christian De Borchgrave, 'Jozef Van Opdenbosch s.j. (1892-1944)', in: Kees Schepers en Frans Hendrickx (red.), De letter levend maken. Opstellen aangeboden aan Guido de Baere bij zijn zeventigste verjaardag. Leuven: Peeters, 2010, 202-232.
  6. 1 2 3 De Baere 2010, 14.
  7. ↑ De Baere 2010, 5-9.