
Sonnet 123 behoort binnen de sonnetten van Shakespeare tot de Fair Youth-reeks, waarin de dichter zijn liefde uitspreekt voor een mooie jongeling. Het belangrijkste thema van dit gedicht is het voorbijgaan van de tijd waarbij de dichter weliswaar ouder wordt, maar niet de behoefte voelt om zich anders (naar zijn leeftijd) te gaan gedragen. Tijd, verandering en dood zijn bekommernissen van de ouder wordende dichter die hij vaak uitdrukt in de sonnetten.
Sonnet 123 No, time, thou shalt not boast that I do change!
|
Shakespeares sonnetten zijn voornamelijk geschreven in een metrum genaamd jambische pentameter, een rijmschema waarin elke sonnetregel bestaat uit tien lettergrepen. De lettergrepen zijn verdeeld in vijf paren, jamben genoemd, waarbij elk paar begint met een onbeklemtoonde lettergreep.
Thy pyramids built up with newer might , de nieuwste piramides in de tweede versregel lijken te verwijzen naar nieuwe grootse bouwwerken uit Shakespeares tijd al is niet bekend om welke het zou gaan. Met Thy registers wordt verwezen naar de geschiedenis, wat zich in de tijd heeft afgespeeld.
Het gedicht eindigt met de volgende verklaring: wat er ook geweest is of wat de tijd ons voorspiegelt over vergankelijkheid, de dichter wil zich er niet bij neerleggen dat het wezenlijke van hemzelf, zijn spirituele kern, mee met de tijd verandert. Daaraan zal zelfs de dood (de zeis) niets veranderen.