
Sonnet 30 is een van Shakespeares bekendste sonnetten. De spreker in het gedicht voelt zich depressief nu zijn vriend hem heeft verlaten, en hij denkt terug aan andere vrienden en vroegere geliefden die nu dood zijn.
Sonnet 30 When to the sessions of sweet silent thought
|
Shakespeares sonnetten zijn voornamelijk geschreven in een metrum genaamd jambische pentameter, een rijmschema waarin elke sonnetregel bestaat uit tien lettergrepen. De lettergrepen zijn verdeeld in vijf paren, jamben genoemd, waarbij elk paar begint met een onbeklemtoonde lettergreep.
Dit is van toon een van de zachtste, meest beschouwende sonnetten van Shakespeare. Inhoudelijk sluit het aan bij Sonnet 29. Ook hier zien we de ontevredenheid over het leven uitgedrukt. De dichter overleeft echter deze depressieve fase. Hij reflecteert nu over zijn voorbije leven en al het verdriet dat het hem heeft gebracht. Het laatste afsluitende couplet is zelfs hoopgevend: de herinneringen die de dichter nog resten aan verloren vrienden en geliefden geven hem de kracht om door te gaan. Het gedicht vergelijkt het voorbije leven met een rekening (account), met uitgaven, baten en lasten (expense, I pay, all losses), waarbij op het einde alles 'betaald' is (All losses are restored).