| Tichon Chrennikov | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Tichon Nikolajevitsj Chrennikov | |||
| Geboortedatum | 28 mei 1913 | |||
| Geboorteplaats | Jelets | |||
| Overlijdensdatum | 14 augustus 2007 | |||
| Overlijdensplaats | Moskou | |||
| Land | ||||
| Handtekening | ||||
| Opleiding en werk | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Conservatorium van Moskou (1936), Gnessin State Musical College (1932) | |||
| Beroep(en) | componist muziekpedagoog | |||
| Genre(s) | opera, symfonie, concerto, ballet, sonate, strijkkwartet, lied | |||
| Instrument(en) | piano | |||
| Act(s) | Bond van Sovjetcomponisten, Academie van Kunsten van de Duitse Democratische Republiek | |||
| Tijdlijn en statistieken | ||||
| Jaren actief | 1927 | |||
| Links | ||||
| Officiële website | ||||
| ||||
Tichon Nikolajevitsj Chrennikov (Russisch: Тихон Николаевич Хренников) (Jelets, 28 mei 1913 – Moskou, 14 augustus 2007) was een Russisch componist, muziekpedagoog en communistisch muziekideoloog. Hij was de jongste van tien kinderen van het echtpaar Nikolaj Ivanovitsj Chrennikov en Barbara Vasiljeva Domochozjinka.
Chrennikov speelde als kleine jongen al mandoline in een tokkelorkest. Op 9-jarige leeftijd kreeg hij pianoles van B. Agarkov, een leerling van Konstantin Igoemnov, die rector was van het conservatorium van Moskou. Aansluitend kreeg hij piano- en muziektheorielessen van Anna Vargoeninoj. Op 13-jarige leeftijd componeerde hij zijn eerste kleine stukjes (walsen, marsen et cetera). Een vriend van zijn zusters studeerde aan de Gnessin Staatsacademie voor Muziek in Moskou. Hij beval hem aan een van de professoren van deze academie aan. Chrennikov begon in 1929 zijn studie piano en compositie aan deze academie in Moskou bij Michail Gnesin en Efraim G. Gelman. In 1932 stapte hij over naar het Conservatorium van Moskou. Hij studeerde in 1936 af bij Vissarion Sjebalin en Genrich Litinski met zijn Eerste symfonie.
In 1941 werd hij hoofd van de muziekafdeling van het centrale theater van het Sovjetleger in Moskou, waar hij tot 1954 verbleef. In 1948 werd hij, door een besluit van het Centraal Comité van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, eerste secretaris van de Bond van Sovjetcomponisten. Dit gezelschap volgde de Zjdanovdoctrine en uitte scherpe kritiek op de vermeende "Formalisten", onder wie Dmitri Sjostakovitsj, Sergej Prokofjev, Nikolaj Mjaskovski en Aram Chatsjatoerjan. Deze functie behield hij "de facto" tot 1992, sinds 1991 gedeeld met Edison Denisov. In deze functie was Chrennikov het ideologisch altijd eens met de Sovjet-regering. Hij was zeer conservatief en ageerde tegen componisten die moderne tendensen in hun werk gebruikten, bijvoorbeeld Sjostakovitsj en later Alfred Schnittke. Hem is vaak aangewreven dat hij door zijn behoudende en conformistische componeren de spil kon worden van de Sovjet-muziekwereld en daarin belangrijke functies kon bekleden, terwijl zijn meer getalenteerde collega's te lijden hadden onder censuur en onderdrukking. Na zijn dood is dat beeld enigszins genuanceerd.
Chrennikov was afgevaardigde in de Opperste Sovjet. Hij werd in 1963 onderscheiden als "Volkskunstenaar van de Sovjet-Unie", in 1973 als "Held van de socialistische arbeid", in 1963, 1971, 1973 en 1983 met de "Leninprijs" en in 1942, 1946 en 1951 met de "Stalinprijs". In 2003 werd hem de UNESCO Mozart Medaille toegekend.
Vanaf 1961 doceerde hij compositie aan het Conservatorium van Moskou, sinds 1966 als hoogleraar. Naast zijn werkzaamheden als muziekpedagoog en componist trad hij op als pianist van vooral eigen werk.
Chrennikov ontwikkelde al spoedig zijn eigen stijl, die niet vernieuwend was, maar sterk verbonden bleef aan de traditie. Steeds bepaalde de esthetiek van het socialistisch realisme de basis van zijn composities. Zijn werken worden gekenmerkt door geforceerd pathos, vitaliteit en een ritmische "drive". Voor hem was de melodie het heersende element binnen de muziek. Hij schiep veel op volksliederen georiënteerde melodieën. Dat is in zijn talrijke liederen, film- en theatermuziek herkenbaar. De tonaliteit werd nooit in twijfel getrokken. In de orkestwerken is de kleurrijke en krachtige instrumentatie kenmerkend. Hij componeerde altijd consequent, grote stilistische veranderingen zijn niet herkenbaar.
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 1936-1939; rev.1952 |
«В бурю» V burjuop. 8 (In de storm), |
4 aktes | 28 oktober 1939, Moskou, Vladimir Nemirovich-Danchenko theater; rev. versie: 1952, Moskou |
Aleksej M. Fajko naar Nikolaj Virta |
| 1945–1950; rev.1966 |
«Фрол Скобеев» Frol Skobejev (De ongewenste schoonzoon), op. 12; rev. versie als: Bezrodnyi zjat (De schoonzoon zonder familie) |
4 aktes | 24 februari 1950, Moskou, Konstantin Stanislavsky en Vladimir Nemirovich-Danchenko theater; rev. versie: 12 december 1966, Novosibirsk |
Sergej Cenin naar motieven van de komedie van de Russische adellijke "Frol Skobejev en Annuschka, de dochter van de Bojaar Nardyn-Nasjtsjokin" van Dimitrij Averkiev |
| 1952-1957 | «Мать» "Mat'" (De moeder), op. 13 | 4 aktes | 26 oktober 1957, Moskou, Bolsjojtheater | Aleksej Fajko naar Maksim Gorki |
| 1968-1969 | «Мальчик-великан» Mal'čik-velikan (De reuzenjong), op. 18 |
19 december 1969, Moskou | N. Šestakov | |
| 1972-1973 | Mnogo šuma iz-za ... serdec (Veel lawaai om ... harten) |
2 aktes | 11 maart 1972, Moskou, Kamertheater | Boris Pokrovskij naar William Shakespeare |
| 1982-1983 | «Доротея» Doroteja (Dorothea), op. 27 | 2 aktes | 26 mei 1983, Moskou, Konstantin Stanislavsky en Vladimir Nemirovich-Danchenko theater |
Jakov Chaleckij naar R. Sheridans "Duenna" |
| 1984-1985 | «Золотой теленок» Zolotoj telënok (Het gouden kalf), op. 29 |
2 aktes | 20 maart 1985, Moskou, Konstantin Stanislavsky en Vladimir Nemirovich-Danchenko theater |
Jakov Chaleckij, naar een novelle van Ilja Ilf en Evgenij Petrov |
| 1988 | «Голый король» Golyj korol (De naakte koning), op. 31 |
2 aktes | 30 april 1988, Leningrad, Malji theater voor opera en ballet | Robert Rozhdestvensky en I. Šaroev naar Evgenij Švarec |
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 1962-1963 | «Сто чертей и одна девушка» Sto čertej i odna devuška (Honderd duivels en een meisje), op. 15 | 3 aktes | 16 mei 1963, Moskou, Operettetheater | naar E. Šatunovskij |
| 1967 | «Белая ночь» Belaja noč' (Witte nacht) | 3 aktes | 23 november 1967, Moskou, Operettetheater | E. Šatunovskij naar Leo Tolstoj |
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto | Choreografie |
|---|---|---|---|---|---|
| 1969-1970 | «Наш двор» Naš dvor (Onze hof), op. 19 | 1 akte | 29 november 1970, Moskou, Bolsjojtheater | N. Kasatkina en V. Vassilyev | |
| 1976 | «Любовью за любовь» "Ljuboc'ju za ljubov'" (Liefde voor liefde), op. 24 | 2 aktes | 30 januari 1976, Moskou, Bolsjojtheater | Vera Boccadoro en Boris Pokrovskij naar William Shakespeare "Much Ado About Nothing" | |
| 1978 | «Гусарская баллада» Gusarskaja ballada (Ballade van de huzaar), op. 25 | 3 aktes | 3 april 1979, Leningrad, Kirov theater | Oleg Vinogradov naar Alexander Gladkov | Dimitry Bryantsev en Oleg Vinogradov |
| 1994 | «Наполеон Бонапарт» Napoléon Bonaparte, op. 40 | 3 oktober 1995, Moskou, Kremlin Paleis van congressen | Andrej Petrov | ||
| 1999 | «Капитанская дочка» Kapitanskaja dočka (De dochter van de kapitein), op. 41 | 4 juni 1999, Omsk, Het centrale kinderen muziek-theater | Andrej Petrov naar Aleksandr Poesjkin |
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 2001 | «Чудеса, да и только!» Wonders, oh, wonders! | 8 december 2001 Moskou, Musical Theater voor kinderen | ||
| 2003 | «В 6 часов вечера после войны» (Om zes uur 's avonds na de oorlog) | 9 mei 2003, Omsk, Statelijk Musical Theater |