Bevrijdingsleger van Kosovo

Bevrijdingsleger van Kosovo
Ushtria Çlirimtare e Kosovës
UÇK
Logo van het UÇK
Logo van het UÇK
Oprichting 1993
Ontbinding 1999
Type paramilitair, guerrilla
Aantal 20.000 tot 30.000
Kleur rood, zwart en goudgeel (wapen van Albanië)
Veldslagen zie lijst
Deelname Kosovo-oorlog
Commandanten Adem Jashari † (oprichter)
Generale staf
Hashim Thaçi
Agim Çeku
Sylejman Selimi
Jakup Krasniqi
Kadri Veseli
Rexhep Selimi
Tegenstander Servië
Joegoslavië
Alliantie Albanië
NAVO

Het Bevrijdingsleger van Kosovo (Albanees: Ushtria Çlirimtare e Kosovës, kortweg UÇK) was een etnisch Albanese guerrillaorganisatie die sinds het begin van de jaren negentig van de 20e eeuw streefde naar onafhankelijkheid van de autonome provincie Kosovo binnen de deelrepubliek Servië van de Federale Republiek Joegoslavië. De gevechten met Servische politie- en veiligheidstroepen leidden uiteindelijk tot de Kosovo-oorlog (1998-1999), een gewapend conflict tussen het UÇK en Joegoslavische strijdkrachten.

Guerrillaoorlog

Zie Kosovo-oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het UÇK werd begin jaren negentig opgericht als guerrillaorganisatie nadat protesten over onderdrukking van etnische Albanezen in de toenmalige Servische provincie Kosovo binnen Joegoslavië (waar Albanezen ruim 90% van de bevolking vormden) tot geen verbeteringen leidden, waarna de Albanezen streefden naar Kosovaarse onafhankelijkheid van Servië en er een gewapende opstand tegen de Servische autoriteiten volgde. Binnen sommige gelederen van het UÇK bestond het streven om Kosovo na de onafhankelijkheid te annexeren aan Albanië, in lijn met het nationalistische concept van Groot-Albanië. Het UÇK werd gefinancierd door politici binnen het zelfverklaarde Republiek Kosovo en door de Albanese diaspora.

Het UÇK viel aanvankelijk Servische politie- en andere veiligheidstroepen aan en veroverde enkele kazernes en nederzettingen in Kosovo. Daarbij vielen ook burgerslachtoffers. Toen vanaf 1998 de Joegoslavische president Slobodan Milosević het Joegoslavisch leger inzette om het UÇK te bestrijden vonden er veldslagen plaats in Kosovo tussen het Joegoslavisch leger en het UÇK. Strategisch gezien was het UÇK vooral succesvol in het in stand houden en uitbreiden van de gewapende opstand. Het vocht, als guerrillaorganisatie, in de hit-and-run-tactieken, waarbij het het aan man- en vuurkracht superieure Joegoslavisch leger probeerde te ontregelen. Volgens de Servische regering sneuvelden tijdens de veldslagen met het UÇK 381 Joegoslavische soldaten en 243 Servische politieagenten.

Het UÇK werd vanuit Albanië politiek, logistiek (wapen en munitie) en medisch ondersteund. In het buurland stonden nabij de grens uitrust- en trainingslocaties voor UÇK-strijders. Albanese strijdkrachten namen zelf direct deel aan het conflict tijdens de Slag bij Košare. Vanaf 1999 kreeg het UÇK steun van de NAVO omdat het Joegoslavisch leger, gesteund door Servische paramilitairen, zich naast het uitschakelen van het UÇK ook op de Albanese burgerbevolking richtte. Het Joegoslavisch leger verdreef sinds de interventie in Kosovo meer dan 700.000 etnische Albanezen. In de oorlog werden 8.676 Albanese burgers vermoord.

De Joegoslavische president Slobodan Milošević trok zijn troepen terug uit Kosovo na de Operatie Allied Force; een vredesmissie van de NAVO waarbij gevechtsvliegtuigen Servië bombardeerden. Na het Akkoord van Kumanovo in juni 1999 werd Kosovo onder de Resolutie 1244 Veiligheidsraad Verenigde Naties geplaatst en werd het UÇK ontwapend en ontbonden. De NAVO-geleide troepen van de Kosovo Force bewaakten sindsdien de veiligheid in Kosovo.

Structuur en commando

Het UÇK telde op haar hoogtepunt 20.000 tot 30.000 guerrillastrijders waarvan er 2131 sneuvelden.Het vocht aanvankelijk onder commando van de oprichter Adem Jashari. Jashari sneuvelde in 1998 na een grote militaire operatie van het Joegoslavisch leger. De krijgsmacht van de zelfverklaarde Republiek Kosovo, "FARK", fuseerde in datzelfde jaar met het UÇK waarna een generale staf ontstond bestaande uit Hashim Thaçi, Agim Çeku, Sylejman Selimi, Jakup Krasniqi, Kadri Veseli en Rexhep Selimi.

Enkele eenheden binnen de organisatie waren:

Oorlogsmisdaden

Tijdens de Kosovo-oorlog werd het merendeel van de oorlogsmisdaden gepleegd door Joegoslavische troepen en Servische paramilitairen, gericht op de Albanese burgerbevolking. Het Bevrijdingsleger van Kosovo was eveneens verantwoordelijk voor verschillende oorlogsmisdaden, zoals op de Servische- en Roma-bevolking; gedurende de oorlog werden 1196 Serviërs en 445 Roma vermoord en vluchtten 200.000 Serviërs en 90.000 Roma uit Kosovo. Het UÇK richtte zich ook op Albanezen die van collaboratie met de Joegoslavische/Servische autoriteiten verdacht werden. Het UÇK beschikte over interneringskampen in Kosovo en buurland Albanië. In deze detentiekampen zouden ten minste 385 "tegenstanders" van het UÇK onrechtmatig gedetineerd, 303 gemarteld en 96 geëxecuteerd zijn.Door de Joegoslavische autoriteiten en sommige andere landen werd het UÇK eens beschouwd als een terroristische organisatie.

In 2014 versnelde het proces om de oorlogsmisdaden van het UÇK te berechten na een jarenlang onderzoek van de Europese Unie.In 2015 werd het Kosovotribunaal opgericht. Het Kosovotribunaal richt zich op de individuele (strafrechtelijke) verantwoordelijkheid van voormalige UÇK-leden en niet op de organisatie als geheel of hun onafhankelijkheidsstrijd.

Tussen 2022 en 2026 volgden veroordelingen van meerdere voormalige UÇK-commandanten naar aanleiding van aanklachten wegens oorlogsmisdaden tegen burgers en politieke tegenstanders. Eerder werden enkele voormalige soldaten van het UÇK al veroordeeld voor het Joegoslaviëtribunaal.

Kosovotribunaal

De volgende zes personen werden aangeklaagd voor het Kosovotribunaal:

Joegoslaviëtribunaal

De volgende zeven personen werden eerder aangeklaagd voor het Joegoslaviëtribunaal:

Nationale veroordelingen

Na de Kosovo-oorlog werden meerdere voormalige UÇK-leden door Kosovaarse rechtbanken veroordeeld voor oorlogsmisdaden tegen de burgerbevolking. De opgelegde gevangenisstraffen varieerden van enkele maanden tot achttien jaar, waarbij verschillende vonnissen in hoger beroep werden aangepast. De veroordelingen hadden onder meer betrekking op seksueel geweld, ontvoering, gevangenneming, mishandeling, marteling en moord tegen burgers en politieke gevangenen. Onder meer Sylejman Selimi, voormalig lid van de generale staf van het UÇK, werd in Kosovo veroordeeld voor oorlogsmisdaden.

Zie ook

Zie de categorie Kosovo Liberation Army van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.