Wang Zuo

Wang Zuo
Algemene informatie
Geboren mei 1898
Overleden 24 februari 1930
Doodsoorzaak executie
Beroep militieleider

Wang Zuo (Chinees: 王佐; pinyin: Wáng Zuǒ; mei 1898 – 24 februari 1930) – ook bekend als Wang Yunhui (王雲輝) of Wang Yunfei (王雲飛) en met de bijnaam Nandougu (南斗牯) – was een voormalige aanvoerder van een roversbende die vanaf 1923 actief was in het Jinggang-gebergte in Jiangxi.

Jeugdjaren

Wang werd in 1898 in een bergdorpje geboren als het vijfde kind in een gezin van zes kinderen. Zijn vader had een Han-afkomst, zijn moeder was van de Hakka. Oorspronkelijk had zijn vader enig landbezit, maar vanwege zijn opiumgebruik had hij alles verkocht en was het gezin in armoede terecht gekomen.

Wang zat slechts drie maanden op school. Na het overlijden van zijn vader ging Wang in 1909 inwonen bij zijn oom van moeders kant. Hij maakte hier kennis met de rivaliteit tussen de Han en de Hakka. Drie jaar later ging hij de bergen in om bij andere familieleden te wonen, waar hij drie jaar lang in de leer ging bij een kleermaker. Hierna verdiende hij de kost door als handelaar de dorpen af te reizen.

Verkenner voor een roofbende

Tijdens zijn reizen als handelaar maakte Wang kennis met een lokale bendeleider, voor wie hij als verkenner ging werken: hij kwam immers als handelaar bij de mensen thuis en wist dus waar de rijke mensen woonden.

Na een geslaagde kidnapping van een rijke inwoner, kreeg Wang een deel van het losgeld als beloning. Hiermee keerde hij in 1921 terug naar huis om daar een kledingfabriekje op te zetten en de kleding te verkopen aan de verschillende roofbendes. Zijn gearrangeerde huwelijk met een reeds eerder gescheiden vrouw liep op niets uit. Wang raakte gefrustreerd.

Wangs eigen roofbende

In het voorjaar van 1922 was Wang op bezoek bij de familie van zijn zus vanwege het voorjaarsfestival. Hij herkende daar drie opiumsmokkelaars. Samen met zijn familieleden beroofde en vermoorde hij de drie smokkelaars. Van het geroofde geld kocht hij een pistool en startte hij zijn eigen roofbende.

Nadat ze vier belastingambtenaren hadden vermoord en hun geweren ingepikt, stuurde de overheid soldaten om Wangs dorp in brand te steken. De inwoners vluchtten de bergen in. Het voorval leverde Wang nieuwe, vooral jonge aanhangers op, zodat de bende tot zo'n dertig leden uitgroeide.

In 1924 was Wang de belangrijkste bendeleider van de streek geworden, mede omdat zijn grootste rivaal er de brui aan had gegeven: in ruil voor een regeringsfunctie was deze gestopt met zijn roofpraktijken.

De ontvoering van een rijke inwoner leverde Wang een grote som losgeld op. Enkele van zijn bendeleden besloten echter om de ontvoerde man niet volgens afspraak terug te brengen naar diens huis, maar om hem te vermoorden. De regering stuurde vervolgens in het voorjaar van 1925 soldaten om een einde te maken aan de problemen. Dit bracht Wang voor het eerst echt in de problemen en uiteindelijk kwam het tot een overeenkomst: Wang zou stoppen met ontvoeringen, zijn bende werd officieel een militie met Wang als officier, en de soldaten zouden vertrekken.

Wang moest zijn militie echter zien te onderhouden. Het was niet mogelijk om belastingen te innen, want de streek was erg arm en betaalde al jaren geen belasting meer. Hij belastte daarom alleen de rijken.

Yuan Wencai

Tijdens het innen van de belastingen wist de lokale elite een wig te drijven tussen Wang en enkele van zijn officieren. Er werd vervolgens een coup gepleegd tegen Wang, maar hij wist te ontsnappen. In Maoping kwam hij in contact met een andere militieleider, Yuan Wencai, met wie hij het al snel erg goed kon vinden. Yuan was bereid Wang te helpen, maar inmiddels was de couppleger al omgebracht en kreeg Wang zijn positie als militieleider terug.

De twee militieleiders vormden een alliantie. Elke militie bestond uit circa 160 strijders. Wang en Yuan ondernamen onder andere rooftochten buiten het gebergte om rijken te bestelen. Omdat ze er om bekend stonden de armen te helpen, genoten ze populariteit onder de bevolking.

Komst van Mao

Toen Mao eind 1927 zijn verslagen legertroep in de veilige bergen wilde onderbrengen, moest hij eerst toestemming aan de twee bendeleiders Wang en Yuan vragen. Hij wist hen uiteindelijk te overtuigen om samen te werken en schonk beide leiders een aantal wapens. Mao's strijders konden zich nu vestigen in het gebergte en, met hulp van Yuan Wencai en Wang Zuo, een basis inrichten.

Mao haalde leden van zijn partij binnen om als commandanten te dienen, terwijl hij van Wang Zuo een partijlid maakte. De twee strijdgroepen van Wang en Yuan werden nu onderdeel van Mao's leger, met Yuan als regimentscommandant en Wang als diens onderofficier.

Executie

Wang Zuo werd samen met Yuan Wencai op 24 februari 1930 omgebracht op bevel van Mao. Ze zouden spionnen zijn geweest van de Anti-Bolsjewistische Liga. Om een mogelijke opstand te voorkomen, liet Mao ook al hun volgelingen executeren.

Het is echter onwaarschijnlijk dat de twee daadwerkelijk spionnen waren. De Liga was namelijk al in 1927 ten einde gekomen. Het is waarschijnlijker dat Mao geen concurrenten duldde. Later zou Mao ook toegeven dat Wang Zuo en Yuan Wencai onterecht waren vermoord.