| Wijk en grootstedelijk projectgebied van Amsterdam | |
|---|---|
![]() | |
| Kerngegevens | |
| Gemeente | Amsterdam |
| Stadsdeel | Zuid |
| Coördinaten | 52°20'20"NB, 4°52'12"OL |
| Oppervlakte | 245 ha (projectgebied) |
| Inwoners (1 januari 2026) |
4.975 |
| Overig | |
| Postcode(s) | 1077, 1081, 1082, 1083 |
| Wijknummer | KP |
| Foto('s) | |
| De Zuidas gezien in zuidelijke richting (2018). | |

De Zuidas is een wijk en grootstedelijk ontwikkelingsgebied in Amsterdam, in het stadsdeel Zuid. Het gebied is vooral bekend als zakendistrict met hoogbouw, maar ontwikkelt zich tot een gemengde stadswijk met woningen, kantoren en voorzieningen. De ligging tussen de Amsterdamse binnenstad, Schiphol en belangrijke weg- en spoorverbindingen droeg bij aan de ontwikkeling als internationale vestigingslocatie. Tot de belangrijke instellingen in en rond het gebied behoren de Vrije Universiteit Amsterdam (VU), Amsterdam UMC (locatie VUmc), RAI Amsterdam, de Rechtbank Amsterdam en het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA).
De naam Zuidas wordt gebruikt voor zowel de statistische wijk Zuidas als het grotere gemeentelijke projectgebied Grootstedelijk Gebied Zuidas. Die begrenzingen vallen niet geheel samen. De statistische wijk, met de Amsterdamse wijkcode KP, telde op 1 januari 2026 4.975 inwoners. Het projectgebied beslaat ongeveer 245 hectare, exclusief het afzonderlijke programma Zuidasdok, en omvat twaalf projectbuurten. Volgens de gemeentelijke projectorganisatie waren er in 2024 meer dan 50.000 arbeidsplaatsen, ongeveer 32.000 studenten en circa 2.000 bedrijven in het gebied.
Centraal in het gebied ligt station Amsterdam Zuid, een belangrijk knooppunt voor trein, metro, tram en bus. Aan de oostzijde ligt station Amsterdam RAI. De A10 Zuid en de spoor- en metrolijnen delen het gebied in een noordelijk en een zuidelijk deel. Met het programma Zuidasdok worden station Zuid en de A10 Zuid ingrijpend verbouwd.
Zuidas ligt tussen de Stadionbuurt (in Oud-Zuid), de Prinses Irenebuurt en de Scheldebuurt (in de Rivierenbuurt) aan de noordzijde, en aan Buitenveldert aan de zuidzijde, en strekt zich uit van de Amstelveenseweg in het westen tot het Europaplein in het oosten. Het gebied is ongeveer 3,5 kilometer lang, maximaal 1,14 kilometer breed en op het smalste punt ongeveer 750 meter breed.
Het gebied omvat delen aan weerszijden van de A10. Daardoor liggen onder meer het stationsgebied en het World Trade Center aan de noordzijde, terwijl de VU, Amsterdam UMC, woonbuurten als Gershwin en ontwikkelgebieden als Ravel en Vivaldi aan de zuidzijde liggen. De statistische wijk is onderverdeeld in de buurten Zuidas-Noord, RAI, VU-kwartier, Zuidas-Zuid en Vivaldi. Sinds 2018 behoort ook Verdi, ten westen van de Amstelveenseweg, tot het grootstedelijke projectgebied.
In 1914 presenteerde H.P. Berlage zijn Plan Zuid. Daarin werd de ontwikkeling van Amsterdam-Zuid gedragen door drie hoofdassen: een westelijke as vanuit het Vondelpark en Museumkwartier, een oostelijke as naar de later gebouwde Berlagebrug en een zuidelijke as langs de Minervalaan. Aan het einde van die laatste as was een monumentaal Zuiderstation voorzien. Het plan werd in 1917 door de gemeenteraad aangenomen en de uitvoering begon datzelfde jaar, maar het station kwam er niet. Vanaf 1921 werd wel gewerkt aan de Ringspoordijk ten westen en zuiden van de stad voor de toen geplande Ringspoorbaan. De aanleg werd vertraagd door de economische crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog.
Het Algemeen Uitbreidingsplan van Cornelis van Eesteren uit 1934 legde de hoofdlijnen vast voor de naoorlogse uitbreiding van Amsterdam. Van Eesteren was destijds hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst Publieke Werken.
De uitvoering van het plan begon in 1951. Ten zuiden van de bestaande stad werden achtereenvolgens de Prinses Irenebuurt (1954–1958) en Buitenveldert (1958–1966) gebouwd. Tussen beide wijken liep de Zuidelijke Wandelweg, een in de jaren twintig aangelegde recreatieve wandel- en fietsroute van de Amstel bij begraafplaats Zorgvlied naar de Amstelveenseweg ter hoogte van de Begraafplaats Buitenveldert. De met populieren en wilgen omzoomde weg liep op de grens van twee polders, met een hoogteverschil van ongeveer anderhalve meter, en werd door stadsbewoners gebruikt om aan het stadsleven te ontsnappen; langs de route lagen onder meer tennispark Gold Star, de velden van de Amsterdamsche Football Club en padvindershonk Hofwijk. Vanwege de bankjes onder de lantaarns kreeg de weg de bijnaam Lovers Lane. Het westelijke deel van de weg verdween al in de jaren dertig onder de zanddijk van het geplande ringspoor. In 1961–1962 sneuvelde vrijwel de rest voor de bouw van de nieuwe RAI en de wijk Buitenveldert. Op het dijklichaam werd later de A10 Zuid aangelegd. Alleen het oostelijke uiteinde bij Zorgvlied bleef bestaan; een restant ligt in de huidige projectbuurt Kop Zuidas. De weg is onderwerp van de gelijknamige roman van Paul Gellings uit 2005.

Door een opeenvolging van vestigingen van grote instituten en bedrijven vanaf de jaren 1960 en door de aanleg van veel meer infrastructuur vanaf de jaren 1970 werd het gebied steeds aantrekkelijker, reeds voor het als Zuidas werd aangemerkt. De belangrijkste ontwikkelingen waren ten eerste het besluit om de snelwegring Amsterdam hier aan te leggen (Rijksweg 10/A10). Ten tweede de komst van de Schiphollijn, ten derde de komst van de Amstelveenlijn en tenslotte ook de ingebruikname van metrolijn 50 (de laatste twee projecten zouden teruggevoerd kunnen worden op het Metroplan 1968 van de gemeente Amsterdam). Bij de infrastructuurprojecten zou (gedeeltelijk) gebruik gaan worden gemaakt van het zuidelijk deel van de daar niet voltooide Ringspoorbaan uit de jaren 1920 en jaren 1930.
In 1951 deed de gemeente Amsterdam een toezegging aan de RAI om het terrein westelijk van het Westerscheldeplein/Europaplein eventueel beschikbaar te stellen voor nieuwbouw. De toenmalige RAI zat toen in de Amsterdamse binnenstad veel te krap gehuisvest. Als vestigingsvoordelen werden door de gemeente genoemd: de terreingrootte zelf, met daarbij ook uitbreidingsmogelijkheden voor zowel de RAI als voor partnerbedrijven, en de aanwezigheid van het Beatrixpark, aan de westelijke zijde van het terrein, waarvoor een pierenbad zou worden verplaatst. Ook beschrijft een krant dat een aantal lokaal belangrijke Amsterdamse straten oostelijk en noordelijk op het plein uitkomt. Een kenmerk van de gekozen plek was tenslotte dat het ten opzichte van de toenmalige stadsrand en Ringdijk, het dichtst bij de vorige oude locatie zat (op de Ferdinand Bolstraat). Maar dit wordt in de vermelde bronnen niet als vestigingsvoordeel benoemd. Infrastructuur, zoals snelwegen, spoorlijnen en metrolijnen, was ook op de nieuwe locatie verder nog (lang) niet aanwezig. In 1958 begon de bouw van de Europahal en die werd geopend in 1961. Het was het eerste gebouw van het huidige RAI-complex en kan achteraf ook beschouwd worden als het eerste belangrijke gebouw aan de latere Zuidas. Aan of bij de daar nabije Europaboulevard zouden zich daarna ook met het oog op de vele congresgangers enkele grote hotels vestigen zoals in 1969 het Esso Motor Hotel Amsterdam (en was vanaf 1975 het Amsterdam Crest Hotel, en vanaf 1990 het Holiday Inn hotel) en het Alphahotel in 1971 (in 1978 overgegaan naar Novotel).
In 1952 stelde B en W van Amsterdan aan de gemeenteraad voor om grond ten oosten van de Amstelveenseweg en ten zuiden van de Ringdijk van de (toen onvoltooid gebleven) Ringspoorbaan beschikbaar te stellen aan de Vrije Universiteit (VU). De VU zat toen over vele locaties verspreid in de stad. En daarbij zat het, net als de RAI, ook te krap gehuisvest. De VU wilde ook graag haar medische faculteit completeren zodat ze alle faciliteiten had om medische studenten zelf op te leiden. In 1956 begon aan de De Boelelaan de bouw van het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit, het latere VUmc. Het ziekenhuis werd in 1963–1964 opgeleverd en in 1966 officieel geopend in de wijk Buitenveldert. Van een Zuidas was toen nog (lang) geen sprake. De voordelen voor de VU waren met name de terreingrootte met daarmee de mogelijkheid tot centralisatie en tot uitbreiding en de mogelijkheid om het complex naar eigen inzicht in te richten. Waar de RAI met haar verhuizing nog binnen de 'Ring' bleef was de VU een van de 'pioniers' onder de grote instellingen die zich buiten de Ringdijk gingen vestigen in een nieuwe 'tuinstad'.
In 1958 verschenen de eerste krantenberichten waarin de noodzakelijkheid van een Amsterdamse Ringweg, als volwaardige snelweg, naar voren werd gebracht zodat de verschillende snelwegen die in Amsterdam starten (en eindigen) met elkaar verbonden zouden zijn. Doorgaand verkeer zou hiermee over de Ring gaan worden geleid zodat doorgaand verkeer zich niet meer op de straten van Amsterdam zou gaan begeven. In het Rijkswegenplan 1968 was de Ringweg voor het eerst in zijn geheel opgenomen als de zelfstandige Rijksweg 10, en niet meer verdeeld en gecategoriseerd onder andere wegen, bijvoorbeeld als verlenging van de Rijksweg 4. Bij het zuidelijk deel van de Rijksweg 10 zou gebruik gemaakt gaan worden van het trace van de Ringspoorbaan. In 1972 werd het eerste stuk van de latere A10 Zuid opgeleverd vanaf de Amstelveenseweg richting het westen, aansluitend op een daar nieuw verlegd stuk van de A4, en die verder gaat naar Schiphol, Leiden en Den Haag.
De Vrije Universiteit, in haar hoedanigheid als algemene universiteit, betrok haar hoofdgebouw in 1973, ook aan de Van Boelelaan, niet ver van haar academisch ziekenhuis dat in 1966 was geopend. Het hoofdgebouw werd geopend door koningin Juliana.
De Nederlandse Middenstandsbank (NMB) opende in 1974 haar nieuwe hoofdkantoor aan de Parnassusweg en de Strawinskylaan (sinds het vertek van de NMB rond 1990 heet het gebouw het Atrium, en de NMB zou daarna opgaan in de ING). Het was in 1974 de eerste bank die uit de binnenstad naar de 'periferie' van de stad verhuisde. Het was het eerste grote belangrijke gebouw dat centraal in het latere Zuidasgebied kwam. Parkeer- en bereikbaarheidsproblemen waren met deze verhuizing voor de NMB opgelost. Op deze nieuwe locatie had de NMB ook ruime mogelijkheden tot verdere uitbreiding. De NMB zat voorheen, net zoals de Vrije Universiteit, over veel locaties verspreid in de Amsterdamse (binnen)stad. De NMB had aanvankelijk een andere nieuwe locatie, elders in de stad, op het oog, maar de gemeente Amsterdam wilde die voor andere doeleinden gebruiken. De gemeente bood daarom als alternatief het terrein bij de Strawinskylaan aan. Genoemde vestigingsvoordelen waren de ligging aan de toekomstige ringweg A10 vanaf 1972, en daarmee ook meteen de ligging bij een nieuwe oprit richting een verlegd stuk Rijksweg 4 naar Schiphol, Leiden en Den Haag. Een krant stipt ook de ligging bij de toekomstige Rijksweg 3 aan richting Gouda en Rotterdam (de NMB zou precies tussen beide laatste snelwegen in komen te liggen, maar Rijksweg 3 is in tegenstelling tot de Rijkswegen 4 en 10 niet meer gebouwd). Ook werd geanticipeerd op een station, zowel voor de trein (zie volgende paragrafen) als voor de metro: in het Metroplan 1968 van de gemeente Amsterdam was daar een overstapstation tussen twee metrolijnen gepland. Maar de uitvoering van dat plan is eind jaren 1970 stopgezet. (Vanaf 1990 zijn, gebaseerd op andere plannen, bij dat station Zuid alsnog metrolijnen in gebruik genomen.)
In voorbereiding op de bovengenoemde komst van de NMB, en het latere station (in 1978), werd De Parnassusweg in 1972 plaatselijk verhoogd aangelegd met een ongelijkvloerse kruising (Brug 858) voor langzaam verkeer. Ook de verhoogd lopende Strawinskylaan is in/vanaf 1972 aangelegd. Daarbij werd ook rekening gehouden met de ingebruikname in 1974 van een kleiner kantoor op de Prinses Irenestraat 59 met als (mede)gebruiker Klynveld Kraayenhof & Co: een voorloper van KPMG. Ook zou in 1975 het Kantongerecht zich daar aan de westelijke kant van de straat op de Parnassusweg 220 vestigen.
In 1975 werd het laatste, meest zuidelijke stuk van de A10 West geopend die aanluit op de A10 Zuid, waarmee er een snelwegverbinding tot stand was gekomen tussen de A10 Zuid en de Coentunnel. In 1977 was de A10 Zuid oostwaarts verlengd tot bij de RAI.

Het eerste deel van de Schiphollijn, tussen de nieuwe stations Zuid en Schiphol, werd in 1978 in gebruik genomen, tegelijk met de aansluitende tramlijn 5 van station Zuid naar station Amsterdam Centraal. Er was toen nog geen directe spoorlijn tussen Amsterdam Centraal en Schiphol dus alle treinreizigers die geen gebruik maakten van de (KLM)-bus reisden tot 1981/1986 via dat station. In Amsterdam volgde de Schiphollijn het trace van de Ringspoorbaan. En hierbij was besloten om de spoorlijn inclusief de stations tussen de noordelijke en zuidelijke rijbaan van de Rijksweg 10 aan te leggen, een kenmerk van de situatie op de latere Zuidas. Station Zuid, aan het latere Zuidplein, was in de jaren 1970 (eigenlijk) bedoeld als tijdelijk eindpunt omdat de NS de Schiphollijn aanvankelijk vandaaruit ondergronds naar het Museumplein wilde laten lopen.
In 1981 werd de toenmalige Schiphollijn voltooid met onder meer een verlenging over de Ringspoorbaan naar het nieuwe station RAI. Station Zuid en station RAI kregen rechtstreekse verbindingen met Leiden, Den Haag en Rotterdam. Het doel van de Schiphollijn was dan ook om, naast het ontsluiten van de luchthaven, een tweede spoorverbinding tussen Amsterdam en Den Haag te realiseren. Door een aansluitende Tramlijn 4 van station RAI naar station Amsterdam Centraal kwam er voor Schiphol-treinreizigers een alternatieve overstapverbinding naar 'Centraal' (naast de overstapverbinding met Tramlijn 5 op Amsterdam Zuid). In 1986 werd de rechtstreekse spoorlijn Amsterdam Centraal - Schiphol geopend en verloren station Amsterdam Zuid en station Amsterdam RAI hun tijdelijke functie als overstapstation voor Schiphol-treinreizigers naar station Amsterdam Centraal.
In 1981, dus het jaar van de voltooiing van de Schiphollijn, werd ook de A10 Zuid volledig in gebruik genomen, daarmee aansluiting gevend op de A2 naar Utrecht, Eindhoven en Maastricht.
Op 25 oktober 1985 werd het World Trade Center geopend door koningin Beatrix. Net zoals de NMB had ook het WTC eerst een andere locatie op het oog maar na planaanpassingen met betrekking tot de schaalgrootte kwam een locatie bij Station Zuid (al) in de jaren 1970 naar voren. Vooral de korte reistijd met de luchthaven Schiphol, hetzij over de snelweg, hetzij met de trein, pasten bij het internationale karakter van het wereldhandelscentrum/World Trade Center. Ook de ontsluiting met andere snelwegen werd als vestigingsvoordeel benoemd, evenals de nabijheid van de RAI.
In 1990 werd de A10 als snelwegring van Amsterdam voltooid, onder meer door de ingebruikname van het westelijke deel van de A10 Oost waardoor er een rechtstreekse snelwegverbinding zonder omweg tot stand kwam tussen de A10 Zuid en de A1 naar Hilversum, Amersfoort en Twente.
In 1990 werd ook de Amstelveenlijn geopend. Amstelveen wilde namelijk, in tegenstelling tot de gemeente Amsterdam, ook na het eind van de jaren 1970 een metroverbinding met Amsterdam. Als compromis is een metro/sneltramverbinding aangelegd. Vooraf werd op de achtergrond ook gewezen op de toenemende bedrijvigheid en werkgelegenheid aan de te toen nog te bouwen Amstelveenlijn, waaronder bij de haltes Station Zuid, station RAI en de VU. Deze haltes kregen met de opening van deze lijn ook hun eerste metroverbinding met station Amsterdam Centraal via station Amstel en het Waterlooplein (en op het Amstelstation is (intercity-)aansluiting naar Utrecht en verder, en op de voorafgaande halte Spaklerweg kwam metro-aansluiting naar Amsterdam Zuidoost). Tussen Amsterdam Zuid en Amsterdam RAI (en verder tot aan de krusing met de A2) volgde de Amstelveenlijn het trace van de eerder geplande Ringspoorbaan, en van de Rijksweg 10 daar uit 1981.
In 1992 vestigde advocatenkantoor Stibbe zich bij het station Zuid in een nieuw complex dat als bijnaam de Stibbetorens kreeg.
In 1993 werd de Zuidtak van de Ringspoorbaan tussen Amsterdam RAI en Weesp geopend waardoor zowel station Zuid als station RAI rechtstreekse stoptreinverbindingen kregen met Flevoland en Hilversum (en via station Duivendrecht ook snellere overstapverbindingen met Amsterdam Zuidoost, en met Utrecht en verder). De Zuidtak was vooral bedoeld om reizigers uit de genoemde gebieden een snellere verbinding met Schiphol te geven zodat ze niet meer de omweg via het drukke Amsterdam Centraal station hoefden te maken. Maar net zoals bij de Amstelveenlijn werd als bijkomend voordeel de spoorbediening van de bedrijven en instellingen aan de tussengelegen stations genoemd.
Vanaf 1995 kreeg station Amsterdam Zuid een Intercitystatus (met nieuwe Intercity-verbindingen naar Amersfoort, Noord-Nederland en Twente).
In 1997 werd metrolijn 50 geopend die de inmidels zogeheten Zuidas verbindt met Amsterdam (Nieuw-)West, inclusief het station Sloterdijk, en ook rechtstreeks met Amsterdam Zuidoost. Deze lijn was bedoeld om een reeks van buurten en gebieden met veel werkgelegenheid in Amsterdam West, Zuid en Zuidoost met elkaar te verbinden. De benaming 'Zuidas' werd in de planningsfase en rond het bouwbesluit niet als zodanig gebruikt maar de daar aanwezige instellingen en instituten zoals de VU, het WTC en de RAI werden wel benoemd.
In 1999 werd het ABN AMRO-hoofdkantoor in gebruik genomen. Het eerste grote kantoor sinds het gebied als zijnde de Zuidas wordt ontwikkeld, zie daarvoor verder de paragraaf: "Ontstaan van het zakendistrict", en verder.
Latere ontwikkelingen met betrekking tot de infrastructuur en het railvervoer zijn ten eerste de start van de directe (Intercity-)treindienst met Utrecht, Den Bosch en Eindhoven vanaf 2006, dankzij een tweede perron op station Zuid (en door de nieuwe Utrechtboog bij Amsterdam Zuidoost en de bouw van een derde en vierde spoor tussen Amsterdam Zuidoost en Utrecht). Door dat tweede perron op station Zuid, en de Utrechtboog en de viersporigheid elders, kon vanaf december 2008 ook een Intercitydienst gestart worden naar Arnhem en Nijmegen. De Zuidas had met andere steden al stoptreinverbindingen maar vooralsnog geen Intercityverbindingen, Maar vanaf december 2009 kregen Almere en Lelystad een (gewone frequente) Intercityverbinding in een halfuursdienst met station Zuid.
Door verlenging van de Intercitydienst Lelystad - Amsterdam Zuid - Schiphol naar Leiden en Den Haag per december 2011 kreeg station Zuid rechtstreekse Intercity's naar Zuid-Holland. Vanaf december 2016 kreeg het station ook een Intercity naar Rotterdam via Leiden en Den Haag. Dat was mogelijk omdat in 2016 het traject Duivendrecht-Zuidas-Schiphol viersporig was gemaakt in het kader van het Project Openbaar Vervoer Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (OV-SAAL).
Een belangrijke mijlpaal was de ingebruikname van de Noord/zuidlijn in 2018: de Zuidas kreeg hiermee een snelle rechtstreekse metroverbinding met het historische centrum van Amsterdam, een tweede en snellere metrolijn naar station Amsterdam Centraal en een directe verbinding met Amsterdam-Noord.
De laatste voorlopige mijlpaal voor de Zuidas met betrekking tot het railvervoer was de start vanaf december 2024 van de Intercity direct- en Eurocity Direct-diensten naar Rotterdam, Breda en Brussel via de HSL Zuid. Zie verder de paragraaf Verkeer en vervoer.

Zoals in de vorige paragraaf aangegeven, hadden sommige grote instituten en bedrijven zich al in dit gebied gevestigd voordat het gebied als 'Zuidas' werd aangeduid: de RAI in 1961, het academisch ziekenhuis van de Vrije Universiteit (VU) in 1966, de VU zelf met haar hoofdgebouw in 1973 en de Nederlandse Middenstandsbank in 1974; in 1985 gevolgd door het World Trade Center en het advocatenkantoor Stibbe in 1992. Vanaf het begin van de jaren negentig onderzocht de gemeente de ontwikkeling van een goed bereikbare kantorenlocatie tussen Schiphol en Amsterdam-Zuidoost. De keuze van ABN AMRO om hier een nieuw hoofdkantoor te bouwen, dat tussen 1996 en 1999 verrees, werkte als katalysator voor de verdere ontwikkeling.
Eind 1997 wees het Rijk Zuidas aan als een van de Nieuwe Sleutelprojecten. In januari 1998 stelde de Amsterdamse gemeenteraad het Masterplan Zuidas vast. Het plan beoogde de ontwikkeling over een periode van dertig tot veertig jaar tot een internationale locatie voor werken en wonen, met een hoge bebouwingsdichtheid en een menging van functies. In 2000 volgde de eerste Visie Zuidas. De versie uit 2016 was een actualisering van de visie uit 2009.
De gemeenteraad stelde de Visie Zuidas 2016 op 5 oktober 2016 vast. Deze visie vormt nog steeds het beleidskader voor de gebiedsontwikkeling. De voornaamste uitgangspunten zijn:
Een belangrijke wijziging ten opzichte van eerdere plannen was dat alleen de A10 ondergronds zou worden gebracht en de spoor- en metrolijnen bovengronds zouden blijven. Ook moest station Zuid meer ruimte krijgen om Amsterdam Centraal te ontlasten en uit te groeien tot het tweede station van de stad.
De visie uit 2016 rekende voor 2030 met ongeveer 3,4 miljoen m² vloeroppervlak in het toenmalige gebied: circa 1,2 miljoen m² kantoren, 800.000 m² woningen en 1,4 miljoen m² voorzieningen, waaronder de RAI, VU en het ziekenhuis. In 2016 was daarvan 2,1 miljoen m² gebouwd of in aanbouw: ruim 200.000 m² woningen, bijna 900.000 m² kantoren en bijna 1 miljoen m² voorzieningen. Het resterende programma uit de visie bestond toen uit 600.000 m² woningen, 300.000 m² kantoren en 400.000 m² voorzieningen. Deze cijfers waren een beleidsprognose en hielden nog geen rekening met de toevoeging van Verdi in 2018.
De gemeentelijke projectorganisatie vermeldt voor het door haar bijgehouden ontwikkelingsprogramma uiteindelijk 2,04 miljoen m²: 870.000 m² kantoren, 770.000 m² woningen en 400.000 m² voorzieningen. Tot 2030 zou daarvan nog ruim een miljoen vierkante meter worden ontwikkeld. Het verschil met de totalen uit de Visie 2016 komt mede doordat de cijfers een andere afbakening en telwijze hebben.
Zuidas was aanvankelijk vooral een kantorenlocatie. Sinds de jaren 2000 is het aandeel woningen gegroeid, onder meer in Gershwin en rond het Mahlerplein. Eind 2023 waren volgens de projectorganisatie 2.774 woningen gerealiseerd, waaronder 800 tijdelijke studentenwoningen. Het resterende programma tot 2030 omvatte op dat moment ongeveer 7.000 woningen. In de Amsterdamse Woonagenda 2025 uit 2017 werd voor nieuwe plannen gebiedsbreed de zogeheten 40-40-20-verdeling vastgelegd: gemiddeld 40 procent sociale huur, 40 procent middeldure woningen en 20 procent woningen in de vrije sector.
Grotere woningbouwlocaties zijn het Kenniskwartier, waar circa 2.700 woningen zijn voorzien, en Ravel, dat wordt ontwikkeld als een autoluwe en groene woonbuurt. De uitvoering van de verschillende woningbouwplannen loopt door tot na 2030.

In november 2017 gaf het college van burgemeester en wethouders opdracht de ontwikkelingsmogelijkheden te onderzoeken van het gebied tussen de Amstelveenseweg, de Schinkel en de Nieuwe Meer. Dit gebied werd op 1 januari 2018 onder de naam Verdi aan het grootstedelijke projectgebied toegevoegd. Naast kantoren en woningen omvat de ontwikkeling een herstructurering van een deel van de aanwezige sportvoorzieningen.


Het grootstedelijke projectgebied bestaat uit twaalf projectbuurten. Dit zijn planologische ontwikkelgebieden; zij vallen niet een-op-een samen met de officiële statistische buurten van de gemeente. Volgens de indeling van de projectorganisatie gaat het om:
De buurten verschillen sterk van karakter. Strawinsky en Mahler vormen samen met het stationsgebied en het WTC de kern van het zakendistrict. Gershwin is de eerste voltooide woonbuurt van Zuidas. Ravel en het Kenniskwartier zijn belangrijke woningbouwlocaties. RAI omvat vooral het beurs- en congrescomplex en Kop Zuidas sluit aan op de Rivierenbuurt. Verdi combineert sport, groen, recreatie, kantoren en woningbouw.
Het in 1985 geopende WTC vormde samen met station Zuid een vroeg zwaartepunt van het zakendistrict. In 2002 begon een omvangrijke renovatie en uitbreiding. De vier oorspronkelijke kantoortorens kregen nieuwe gevels en werden door een nieuwe plint met elkaar verbonden. Aan de westzijde van het Zuidplein kwamen de H- en I-toren en een overdekt atrium. De uitbreiding en de herinrichting van het Zuidplein werden in 2004 voltooid. Later werd het complex opnieuw uitgebreid, onder meer met Tower Ten. Een in 2024 aangepast vernieuwingsplan richt zich op de verduurzaming van de bestaande torens 5, 7 en 8 en een betere verbinding met de openbare ruimte; eerder voorgenomen extra bouwvolumes vervielen.

Mahler ligt rond de Gustav Mahlerlaan en het Mahlerplein, direct ten zuiden van station Zuid. Het deel Mahler4, tussen de Gustav Mahlerlaan, het Mahlerplein, de A10 en de Parnassusweg, was het eerste gerealiseerde deelgebied van Zuidas. De bouw begon in 2002 en verliep in fasen. Tot de gerealiseerde gebouwen behoren de Ito-toren, Viñoly, het Baker McKenzie House, The Rock, het voormalige ABN AMRO-hoofdkantoor en gebouwen van onder meer UNStudio en Skidmore, Owings and Merrill. Met de oplevering van FOZ en het aangrenzende UNStudio-kantoor in 2010 was Mahler4 grotendeels afgerond. Daarna kwamen er onder meer woningen in 900 Mahler en het kantoor 1000 Mahler en bleven kantoren en de openbare ruimte veranderen. In 2026 werd The CubeHouse geplaatst en stond de transformatie van het voormalige ABN AMRO-complex tot het multifunctionele Mahler 1 op stapel. Daarmee speelt Mahler een centrale rol in de overgang van een monofunctioneel kantorengebied naar een gemengde stadswijk.
Gershwin ligt tussen de Gustav Mahlerlaan en de De Boelelaan en tussen de Parnassusweg en Beethovenstraat. Het was het eerste deel van Zuidas waarin woningbouw een hoofdfunctie kreeg. De eerste gebouwen van Amsterdam Symphony, met woningen, kantoren en voorzieningen, werden in 2009 opgeleverd. Daarna stonden er onder meer het Crowne Plaza-hotel en de woongebouwen Django, Miles en OpZuid. De kredietcrisis vertraagde de verdere ontwikkeling, maar vanaf 2013 kwam de bouw weer op gang. Vervolgens verrezen onder meer Gershwin Brothers, Summertime, Intermezzo, Ella, Xavier, The George, The Gustav en zes grondgebonden woningen. Ella, voltooid in 2017, was met 58 appartementen het eerste sociale woningbouwcomplex van Zuidas. Met de oplevering van The George omstreeks 2020 werd Gershwin als bouwproject voltooid; de inrichting van straten, pleinen en de De Boelegracht ging daarna verder.
Kop Zuidas is het oostelijkste deel van het projectgebied, tussen de A10, de Europaboulevard, de Kleine Wetering en de President Kennedylaan. De buurt vormt de overgang tussen Zuidas en de Rivierenbuurt. In de gemeentelijke gebiedsindeling valt het gebied onder de Scheldebuurt en niet onder de wijk Zuidas. Aanvankelijk was hier een groot musicaltheater van Joop van den Ende voorzien, maar dat plan ging niet door. Een in 2010 vastgesteld bestemmingsplan werd daarom later herzien ten gunste van een kleinschaliger gemengde buurt met meer woningen, onderwijs, horeca, kantoren en groen. Tot de gerealiseerde voorzieningen behoren het stadsdeelkantoor, het onderwijs- en voorzieningengebouw Flow, de culinaire vakschool en hotel Motel One. Nieuwe woningbouw concentreert zich onder meer rond het Hogelandplein; kantoren langs de A10 en Europaboulevard schermen de woonbuurt af van verkeersgeluid.

Vivaldi ligt tussen de A10, de De Boelelaan, de Europaboulevard en de Beethovenstraat. Het gebied heette tot 2005 Drentepark en ontwikkelde zich aanvankelijk vooral als kantorenlocatie, met onder meer het kantoor van Ernst & Young. In 2006 werden in Eurocenter de eerste 82 woningen van Zuidas opgeleverd. Het Europees Geneesmiddelenbureau vestigde zich er in 2019 en ongeveer een halfjaar later opende het Van der Valk-hotel. De gemeente wil Vivaldi verder verdichten en mengen met woningen, voorzieningen en meer openbaar groen. De geplande Vivaldipassage onder de A10 en de spoor- en metrolijnen moet de buurt rechtstreeks verbinden met het Beatrixpark en het gebied ten noorden van station Zuid.
Aan de Parnassusweg 280 staat sinds 2021 het nieuwe gebouw van de Rechtbank Amsterdam, de grootste van de elf Nederlandse rechtbanken. Het gebouw werd ontworpen door KAAN Architecten en gerealiseerd door het consortium New Amsterdam Court House in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf, via een DBFMO-contract dat behalve ontwerp en bouw ook dertig jaar onderhoud en dienstverlening omvat. Het telt tien lagen, circa 47.250 m² vloeroppervlak exclusief parkeren en vijftig zittingszalen, met ruimte voor ongeveer 1.000 rechtbankmedewerkers en 200 medewerkers van ketenpartners. De eerste zittingen vonden plaats op 3 mei 2021. Het verving een deel van het oudere complex uit 1975 aan de overzijde; het bewaard gebleven gedeelte daarvan, Parnassusweg 220, is gemeentelijk monument.




Tot de opvallende gebouwen in het gebied behoren:
Belangrijke instellingen zijn:
De gemeentelijke projectorganisatie voert een programma voor kunst en cultuur in het gebied, met permanente kunstwerken in de openbare ruimte. Daartoe behoren Love and Generosity op het plein voor de nieuwe rechtbank, het lichtkunstwerk White Noise in de Cellnex-mediatoren, Virtual Fountains in het park tegenover de RAI en verschillende werken in het Beatrixpark. De projectorganisatie biedt daarnaast een audiotour langs een selectie van deze werken aan.
Verscheidene bedrijven in het gebied stellen hun kunstcollectie open voor publiek. De ABN AMRO Kunstruimte huisvest een van de grootste bedrijfscollecties van Nederland, met werk van onder anderen Willem de Kooning, Donald Judd, Roy Lichtenstein en Anish Kapoor. De AkzoNobel Art Space toont hedendaagse kunst uit de collectie die het bedrijf sinds 1996 opbouwt.
In het voormalige kantongerechtsgebouw aan de Parnassusweg wordt een museum voor hedendaagse kunst ingericht, een initiatief van de Hartwig Art Foundation. Het museum ontwikkelt geen eigen collectie, maar toont werk van andere kunstenaars; een selectie daarvan wordt geschonken aan de Nederlandse Collectie.
In de projectbuurt Fred. Roeske staat de Gerrit Rietveld Academie, een hogeschool voor beeldende kunst en vormgeving uit 1924. Het oudste gebouw, voltooid in 1968 naar ontwerp van Gerrit Rietveld zelf, is sinds 2002 gemeentelijk monument; in 2003 kwam daar een gebouw van Benthem Crouwel Architekten bij en in 2019 een derde. Naast de academie ligt het Geert Groote College. Grotere onderwijsinstellingen in het gebied zijn de Vrije Universiteit Amsterdam en, in het Kenniskwartier, de daaraan verbonden voorzieningen.
De westelijke projectbuurt Verdi, met 60 hectare ongeveer een kwart van het projectgebied, maakt deel uit van de Amsterdamse Sportas, een zone met sportvoorzieningen langs de zuid- en westrand van de stad. In en rond het gebied liggen onder meer Sporthallen Zuid en het Frans Otten Stadion.
Sportpark Buitenveldert aan de Gustav Mahlerlaan ligt ondanks zijn naam bestuurlijk in Zuidas en is de thuisbasis van voetbalclub SC Buitenveldert. De Amsterdamsche Football Club speelt op Sportpark Goed Genoeg aan de Maurice Ravellaan in de projectbuurt Ravel; de club had haar velden voorheen langs de Zuidelijke Wandelweg en is daarmee al ruim een eeuw in het gebied gevestigd.
Sport en woningbouw concurreren daarbij om ruimte. Van de circa 1.000 sociale en middeldure woningen die in 2021 voor Verdi werden aangekondigd, waren er ongeveer 550 voorzien op de plek van Sporthallen Zuid, waarbij het sportcomplex gestapeld zou worden herbouwd; de gemeente meldde later dat deze plannen niet volgens verwachting verliepen. Een cultuurhistorisch onderzoek naar Verdi wees erop dat met de aanleg van Buitenveldert de directe verbinding tussen de sportterreinen en het Olympisch Stadion verdween, die voorheen door de Zuidelijke Wandelweg werd gevormd; herstel van die verbinding is een van de wensen uit de Zuidas-visie.
Station Amsterdam Zuid is het belangrijkste openbaarvervoerknooppunt van Zuidas. Het station wordt bediend door intercity's en sprinters, waaronder treinen naar Schiphol, Rotterdam, Utrecht, Almere en het noorden en oosten van Nederland. Sinds december 2024 stopt ook de Eurocity Direct tussen Lelystad en Brussel-Zuid via Schiphol, Rotterdam en Antwerpen op station Zuid.
Volgens de reguliere dienstregeling wordt station Zuid bediend door de metrolijnen 50, 51 en 52 en de tramlijnen 5 en 25. Sinds 29 maart 2026 rijdt daarnaast tramlijn 6 op werkdagen in de spits tussen Amstelveen Westwijk en station Zuid. Tramlijn 24 bedient de VU en Amsterdam UMC, terwijl tramlijn 4 het gebied rond de RAI aandoet. Aan de oostzijde van Zuidas ligt station Amsterdam RAI, dat trein- en metroverbindingen heeft. Door werkzaamheden aan Zuidasdok kunnen routes en haltes tijdelijk wijzigen.
Over de weg is Zuidas bereikbaar via de A10 Zuid en de aansluitingen S108 en S109. De grote aantallen reizigers, werknemers, studenten en bewoners leggen druk op het station, de wegen en de openbare ruimte. De uitbreiding van de vervoerscapaciteit vormt daarom een belangrijk onderdeel van Zuidasdok.

Zuidasdok is een afzonderlijk infrastructuurprogramma voor de verbouwing van station Amsterdam Zuid, de verbreding van de A10 Zuid en de gedeeltelijke ondertunneling van de snelweg. De A10 wordt tussen de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel over zes kilometer verbreed van vier naar zes rijstroken per rijrichting. Doorgaand verkeer en bestemmingsverkeer worden daarbij van elkaar gescheiden. Ter hoogte van het station verdwijnt de A10 over ruim een kilometer in twee tunnels. Daardoor ontstaat volgens Rijkswaterstaat bovengronds ongeveer 100.000 m² ruimte. De trein- en metrosporen blijven bovengronds.
Station Zuid krijgt bredere perrons, een nieuwe reizigerspassage, een verbrede bestaande passage, een nieuw tramstation aan de zuidzijde en een busstation aan de noordzijde. Ook de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel worden gereconstrueerd. De Brittenpassage, de nieuwe westelijke stationspassage, zou volgens de planning op 1 november 2026 voor reizigers opengaan.

Bij de vroege planvorming werden drie hoofdvarianten onderzocht:
In de Visie Zuidas van 2000 stond het dokmodel centraal. Zowel de A10 als de spoor- en metrolijnen zouden over ongeveer 1.200 meter ondergronds worden gebracht, zodat daarboven op grote schaal woningen en kantoren konden worden gebouwd. De gemeenteraad sprak in 2000 zijn voorkeur voor dit model uit. Gemeente en Rijk legden in 2002 een gezamenlijke voorkeur vast, met het dijkmodel als terugvaloptie, en in april 2005 stemde de gemeenteraad met het dokmodel in.
Voor de financiering en uitvoering werd publiek-private samenwerking voorbereid. In 2004 concludeerden Rijk en gemeente dat het model financieel uitvoerbaar kon zijn wanneer private partijen een belang van 60 procent zouden nemen en Rijk en gemeente ieder 20 procent. In 2006 werd hiervoor de Zuidas-onderneming opgericht. Banken, vastgoedpartijen en overheden werkten het plan verder uit, maar de kredietcrisis vanaf 2008 maakte de benodigde private financiering onhaalbaar. De onderneming leidde daardoor niet tot uitvoering van het volledige dokmodel.
Op 9 februari 2012 kozen Rijk en regio voor een beperktere variant: alleen de A10 gaat bij station Zuid ondergronds, terwijl de trein- en metrosporen bovengronds blijven. Het programma omvatte daarnaast de uitbreiding van station Zuid en de reconstructie van de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel. Voor de toen gekozen projectscope zegden het Rijk € 979 miljoen, de gemeente Amsterdam € 201 miljoen, de toenmalige Stadsregio Amsterdam € 130 miljoen en de provincie Noord-Holland € 75 miljoen toe. Deze bedragen vormden de financieringsafspraken van 2012 en zijn geen actuele kostenraming. De zogeheten Amstelveenboog, de tunnel waarmee de toenmalige metrolijn 51 tussen station Zuid en de Buitenveldertselaan afboog, verloor na de laatste rit van lijn 51 op 3 maart 2019 zijn functie. Een deel van de tunnel werd gesloopt om plaats te maken voor de Brittenpassage.
In 2017 werd de integrale uitvoering gegund aan het consortium ZuidPlus, gevormd door Fluor, Heijmans en Hochtief. De eerste werkzaamheden begonnen in 2018. Het integrale voorontwerp bleek aanzienlijk complexer dan voorzien en de planning kwam onder druk te staan. In 2019 lieten de bestuurlijke opdrachtgevers daarom ook het nut en de noodzaak van het programma opnieuw onderzoeken. Dit leidde in maart 2020 tot het rapport Voortvarend bouwen voor de toekomst. In 2020 besloten de opdrachtgevers en ZuidPlus de samenwerking te beëindigen. Het programma werd vervolgens opgeknipt in afzonderlijke werkpakketten voor onder meer het station, de verkeersknooppunten en de tunnels, die opnieuw werden of worden aanbesteed.
Volgens de in 2026 gepubliceerde planning bestaat de uitvoering uit een reeks deels overlappende projecten. Belangrijke geplande mijlpalen zijn:
De onderdelen worden gebouwd terwijl snelweg, spoor, metro en station grotendeels in gebruik blijven. De mijlpalen zijn daarom onderhevig aan wijzigingen.
De planning en raming van Zuidasdok zijn meermaals aangepast. Rijkswaterstaat vermeldde in 2026 als geplande einddatum 2037; de beide A10-tunnels zouden volgens die planning in 2035 gereed zijn. In een brief aan de Tweede Kamer van januari 2026 werd de eindmijlpaal vanwege onzekerheden op 2035–2037 gesteld. Het verwachte tekort was opgelopen tot € 1,15 à 1,3 miljard. Genoemde oorzaken waren onder meer inflatie, schaarste op de bouwmarkt, hogere uitvoeringskosten, vertraging en de complexiteit van bouwen terwijl het station en de snelweg in gebruik blijven. Voor voltooiing van het volledige programma is aanvullend budget nodig.
De langdurige werkzaamheden veroorzaken hinder voor trein-, metro- en wegverkeer en voor bewoners en bedrijven in de omgeving. In de gemeentelijke gebiedsopgaven voor 2023–2026 werden onder meer regelmatige geluidsoverlast, opgebroken openbare ruimte, verkeerscongestie en onderbrekingen van het openbaar vervoer genoemd. Het bereikbaar, toegankelijk en leefbaar houden van de wijk tijdens de bouw is daarom onderdeel van zowel de Visie Zuidas als het uitvoeringsprogramma.
De gemeentelijke projectorganisatie Zuidas is verantwoordelijk voor de gebiedsontwikkeling. Zuidasdok wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat, ProRail en de gemeente Amsterdam, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de provincie Noord-Holland, de Vervoerregio Amsterdam en de gemeente Amsterdam.