
In de statistiek en de signaalverwerking is autocorrelatie de kruiscorrelatie van een functie of signaal met zichzelf. Men kan autocorrelatie beschouwen als de mate van gelijkenis tussen de functie en een in de tijd verschoven kopie daarvan. Het is een wiskundig instrument om zich herhalende patronen te vinden, zoals de aanwezigheid van een periodiek signaal in ruis, of om de ontbrekende grondtoon te vinden in een signaal waarvan alleen de boventonen gegeven zijn. Autocorrelatie wordt veel gebruikt in de signaalverwerking om reeksen van waarden te analyseren, zoals tijdsafhankelijke signalen.
Verschillende onderzoeksgebieden definiëren de autocorrelatie op verschillende wijze, en deze definities zijn niet allemaal equivalent. In sommige gebieden worden de termen autocorrelatie en autocovariantie door elkaar gebruikt.
In de statistiek beschrijft de autocorrelatie van een stochastisch proces de correlatie tussen de waarden van dit proces op verschillende tijdstippen, als functie van de twee tijdstippen of van het tijdsverschil. Stel dat een herhaalbaar proces en een tijdstip na het starten van het proces. De index kan voor een discreet proces een geheel getal of voor een continu proces een reëel getal zijn. Dan is de waarde van het proces op tijdstip . Stel verder dat het proces voor alle tijdstippen gedefinieerde waarden heeft voor de verwachtingswaarde en de variantie . De definitie van de autocorrelatie is dan:
waarin de verwachting is. Merk op dat deze formule niet voor alle tijdreeksen of processen goed gedefinieerd is, aangezien de variantie nul (voor constante processen) of oneindig kan zijn. Als de functie goed gedefinieerd is, moet zijn waarde in het bereik [–1, 1] liggen, waarbij 1 volledige correlatie en –1 volledige anticorrelatie betekent.
Als een stationair proces van de tweede orde is, zijn de verwachtingswaarde en de variantie tijdsonafhankelijk. De autocorrelatie hangt in dat geval alleen af van het verschil tussen en : de correlatie hangt alleen nog af van het tijdsverschil tussen de twee waarden en niet meer van hun tijdstip. Dit impliceert tevens dat de autocorrelatie kan worden uitgedrukt als een functie van de tijdvertraging, en dat dit een even functie is van de vertraging . Dit leidt tot de bekendere vorm:
Omdat dit een even functie is, geldt
In sommige andere vakgebieden dan statistiek en tijdreeksanalyse is het gebruikelijk de normering met te laten vervallen en de term autocorrelatie uitwisselbaar te gebruiken met autocovariantie. De normering is echter van belang zowel omdat de interpretatie van de autocorrelatie als een correlatie een schaalvrije maat biedt voor de sterkte van de statistische afhankelijkheid, als omdat de normering van invloed is op de statistische eigenschappen van de geschatte autocorrelaties.
In de signaalverwerking wordt bovenstaande definitie veelal gebruikt zonder de normering, dat wil zeggen zonder het gemiddelde eraf te trekken en het resultaat te delen door de variantie. Wanneer de autocorrelatiefunctie wordt genormeerd met het gemiddelde en de variantie, noemt men dat soms de autocorrelatiecoëfficiënt.
Als een signaal is, wordt de continue autocorrelatie meestal de continue kruiscorrelatie-integraal van bij een tijdsvertraging genoemd:
waarin de complex geconjugeerde en de convolutie voorstellen. Voor een reëelwaardige functie geldt .
De discrete autocorrelatie bij vertraging voor een discreet signaal luidt
Bovenstaande definities gelden voor signalen die kwadratisch integreerbaar of kwadratisch sommeerbaar zijn, dat wil zeggen dat zij een eindige energie hebben. Signalen die 'eeuwig voortduren' worden daarentegen als aselecte processen behandeld, waarbij op grond van de verwachte waarden verschillende definities worden gebruikt. Voor stationaire aselecte processen in brede zin worden de autocorrelaties gedefinieerd als
Voor stationaire processen zullen dit ook functies van t of n zijn.
Voor processen die ook ergodisch zijn kan de verwachte waarde worden vervangen door de limiet over een tijdsgemiddelde. De autocorrelatie van een ergodisch proces wordt soms gedefinieerd als of gelijkgesteld aan
Deze definities hebben het voordeel dat zij een zinvol goed-gedefinieerd resultaat met één parameter geven voor ergodische functies, zelfs wanneer deze functies niet het resultaat zijn van ergodische processen.
Anderzijds kunnen „eeuwigdurende” signalen worden geanalyseerd met een autocorrelatie over een korte tijd, met behulp van integralen over een eindige tijd.
Meerdimensionale autocorrelatie wordt op soortgelijke wijze gedefinieerd. Zo leidt de autocorrelate van een kwadratisch sommeerbaar discreet signaal in drie dimensies tot
Wanneer de gemiddelde waarden worden afgetrokken voordat de autocorrelatiefunctie wordt berekend, wordt de resulterende functie meestal de autocovariantiefunctie genoemd.
In deze paragraaf worden alleen eendimensionale autocorrelaties beschreven, omdat de meeste eigenschappen eenvoudig zijn over te brengen op meerdimensionale gevallen.
Voor gegevens in de vorm van een discrete reeks is het vaak nodig de autocorrelatie snel te berekenen. Terwijl de brute-forcemethode van de orde is, zijn er verschillende efficiënte algoritmes die de autocorrelatie kunnen berekenen met een orde . Zo kan met de stelling van Wiener-Khinchin de autocorrelatie worden berekend vanuit de ruwe gegevens X met behulp van twee Fast Fourier transformaties (FFT):
waarin IFFT de inverse Fast Fourier transformatie is. Het sterretje geeft de complex geconjugeerde aan.