De CD-nomenclatuur of CD-codering is een systeem om eiwitten op het oppervlak van witte bloedcellen (leukocyten) te benoemen. Het is een belangrijk classificatiesysteem in de immunologie, omdat CD-markers algemeen gebruikt worden om typen immuuncellen van elkaar te onderscheiden. CD is een afkorting van de Engelse term cluster of differentiation. Bekende CD-markers zijn CD4 en CD8 die voorkomen op respectievelijk helper-T-cellen en cytotoxische T-cellen. Fysiologisch gezien zijn CD-moleculen membraaneiwitten die meestal een functie hebben bij de signaaltransductie: het kunnen bijvoorbeeld receptormoleculen zijn, maar ook eiwitten die een rol spelen bij celadhesie.
CD-codering is niet alleen in onderzoek, maar ook bij medische toepassingen van groot belang. Antilichamen gericht tegen CD-markers worden bijvoorbeeld gebruikt om te onderzoeken welke immuuncelpopulaties voorkomen in een bloedmonster tijdens flowcytometrie, of bij immunofenotypering in de diagnostiek van leukemie of hiv.
De CD-nomenclatuur werd voorgesteld tijdens een internationale conferentie over menselijke leukocytdifferentiatie, die in 1982 in Parijs werd gehouden. Het systeem was bedoeld voor de classificatie van de vele verschillende monoklonale antilichamen die door verschillende laboratoria over de hele wereld werden gegenereerd tegen epitopen op de oppervlaktemoleculen van leukocyten. Sindsdien zijn er meer dan 370 unieke CD-clusters geïdentificeerd, niet alleen voor witte bloedcellen maar ook andere lichaamscellen. Een oppervlaktemolecuul krijgt pas een CD-nummer toegewezen zodra is aangetoond dat er twee specifieke monoklonale antilichamen aan dit molecuul binden.
In de immunologie worden celpopulaties vaak gedefinieerd op basis van de expressie van een bepaald oppervlaktemolecuul. Alle T-lymfocyten hebben bijvoorbeeld het eiwit CD3 op hun membraan. Men zegt dat deze cellen CD3-positief zijn (CD3+). Stamcellen in het beenmerg zijn bijvoorbeeld CD34+ en CD31–. Omdat de expressie vaak plastisch is, worden soms meerdere CD-codes gebruikt voor een zo nauwkeurig mogelijke omlijning van een bepaalde populatie.
De CD-codering is formeel voorbehouden aan eiwitten die op het celmembraan zitten. Dit houdt in dat intracellulaire eiwitten, zoals signaaltransductiemoleculen en transcriptiefactoren, zelfs wanneer ze min of meer specifiek tot expressie komen in cellen van het immuunsysteem, geen CD-code bezitten.