| Eef Arnolds | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Volledige naam | Everhardus Johannes Maria Arnolds | |
| Geboortedatum | 1948 | |
| Geboorteplaats | Doorn | |
| Nationaliteit | Nederlands | |
| Beroep | Bioloog, mycoloog, ecoloog | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit Utrecht | |
| Opleiding/studierichting | Biologie | |
| Standaardafkorting | Arnolds | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | Mycologie, ecologie, taxonomie, natuurbescherming | |
| Universiteit | Landbouwuniversiteit Wageningen | |
| Instituten | Biologisch Station Wijster | |
| Bekend van | Onderzoek naar wasplaten, paddenstoelenkartering en natuurbescherming | |
| Erkenning en lidmaatschap | ||
| Prijzen | Erelid Nederlandse Mycologische Vereniging (2008), Drentse Floraprijs (2023), Zilveren Anjer (2023) | |
Everhardus Johannes Maria (Eef) Arnolds (Doorn, 1948) is een Nederlandse bioloog, mycoloog en ecoloog. Hij houdt zich bezig met de taxonomie, ecologie en verspreiding van schimmels, in het bijzonder paddenstoelen, en met natuurbescherming. Hij heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de inventarisatie van de Nederlandse paddenstoelenflora, de ontwikkeling van Rode Lijsten voor paddenstoelen en het behoud van mycologisch waardevolle natuurgebieden.
Arnolds werd in 1948 geboren in Doorn en groeide op in Utrecht. Al op jonge leeftijd ontwikkelde hij belangstelling voor de natuur. Na het behalen van zijn HBS-B-diploma in 1966 studeerde hij biologie aan de Universiteit Utrecht. Hij behaalde zijn kandidaatsexamen in 1969 en zijn doctoraalexamen in 1973.
In 1973 trad hij als promovendus in dienst bij het Biologisch Station te Wijster, een onderzoeksstation van de toenmalige Landbouwhogeschool Wageningen. In 1981 promoveerde hij cum laude aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift Ecology and coenology of macrofungi in grasslands and moist heathlands in Drenthe, the Netherlands. Dit onderzoek behandelde de samenstelling, ecologie en verspreiding van gemeenschappen van grotere schimmels in graslanden en vochtige heidegebieden in Drenthe.
Van 1990 tot 1998 was Arnolds directeur van het Biologisch Station Wijster. Zijn wetenschappelijke werkzaamheden hadden onder meer betrekking op de ecologie van bosgemeenschappen, met bijzondere aandacht voor paddenstoelen. Daarnaast verzorgde hij universitair onderwijs op het gebied van ecologie en vegetatiekunde. Na zijn vervroegde pensionering in 1998 bleef hij actief als onderzoeker, auteur en natuurbeschermer.
Arnolds richtte zijn onderzoek vooral op de taxonomie, ecologie en verspreiding van grotere schimmels (macrofungi). Hij verrichtte onder meer taxonomisch onderzoek aan wasplaten (Hygrocybe en verwante geslachten), satijnzwammen (Entoloma) en andere plaatjeszwammen.
Bij de beschrijving en naamgeving van verschillende schimmelsoorten wordt zijn officiële wetenschappelijke auteursafkorting Arnolds gebruikt. Deze afkorting is opgenomen in Index Fungorum.
Tot de door hem beschreven taxa behoren onder meer:
Arnolds speelde een belangrijke rol bij het opzetten van systematisch onderzoek naar de verspreiding van paddenstoelen in Nederland. In 1979 nam hij het initiatief tot een landelijk karteringsproject, dat in maart 1980 leidde tot de oprichting van de Werkgroep Paddenstoelenkartering Nederland. Ook was hij betrokken bij de ontwikkeling van het landelijke paddenstoelenmeetnet, dat in 1989 van start ging.
In de jaren tachtig was Arnolds betrokken bij onderzoek naar de achteruitgang van de Nederlandse paddenstoelenflora. Daarbij werd onder meer de invloed van menselijke activiteiten, verzuring en vermesting op de soortenrijkdom onderzocht. Zijn werk droeg bij aan de ontwikkeling van beschermingsmaatregelen voor bedreigde paddenstoelen en hun leefgebieden.
Samen met Thom Kuyper en Machiel Noordeloos verzorgde hij de redactie van het in 1995 verschenen Overzicht van de paddestoelen in Nederland. Dit standaardwerk bevat informatie over de taxonomie, ecologie, verspreiding en zeldzaamheid van Nederlandse macrofungi.
Arnolds was ook betrokken bij de totstandkoming van de Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe, die in 2015 verscheen. Deze driedelige uitgave geeft een uitgebreid overzicht van de paddenstoelenflora van Drenthe, met aandacht voor ecologie, verspreiding en natuurbeheer.
Arnolds zette zich tevens in voor de bescherming van mycologisch waardevolle gebieden. Zo was hij als student betrokken bij het behoud van Fort bij Rijnauwen als paddenstoelenreservaat. Mede door zijn inspanningen werden in 2017 tweeëntwintig oude sparrenbossen in Drenthe aangewezen als paddenstoelenreservaat.
Arnolds is sinds de jaren zestig betrokken bij de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV). Hij vervulde verschillende bestuursfuncties en was van 1994 tot 1999 voorzitter van de vereniging. Ook richtte hij de Paddenstoelenwerkgroep Drenthe op en was hij betrokken bij de organisatie van het Europese Mycologische Congres in Wageningen in 1995.
Daarnaast was hij voorzitter van de European Council for the Conservation of Fungi (ECCF), een internationale organisatie die zich richt op de bescherming van schimmels en hun leefgebieden.
Naast zijn wetenschappelijke werkzaamheden houdt Arnolds zich bezig met natuurontwikkeling en natuurbeheer. Bij zijn woning in Holthe, nabij Beilen, ontwikkelde hij het natuurgebied Schepping op voormalige landbouwgrond. In dit gebied worden verschillende vormen van natuurontwikkeling en ecologisch beheer toegepast.
Over zijn ervaringen met natuurontwikkeling schreef hij artikelen in onder meer De Levende Natuur, Oase en Het Vogeljaar. Hij publiceerde daarnaast over de relatie tussen mens en natuur, onder meer in het boek Weg van de natuur: Leidraad voor natuurbeleving en natuurbeschouwing (2000).
Arnolds ontving verschillende onderscheidingen voor zijn wetenschappelijke en maatschappelijke activiteiten: