Wasplaat

Wasplaten zijn een groep paddenstoelen die behoren tot verschillende geslachten van de orde Agaricales. Ze worden gekenmerkt door hun doorgaans wasachtig aanvoelende lamellen, vaak opvallende kleuren en witte sporenafdruk. Veel soorten groeien in voedselarme graslanden, maar er zijn ook soorten die in bossen, duinen en andere biotopen voorkomen.

De naam wasplaat werd traditioneel vooral gebruikt voor soorten uit het geslacht Hygrocybe. Moleculair onderzoek heeft aangetoond dat dit geslacht in ruime zin uit verschillende evolutionaire afstammingslijnen bestaat. Daarom worden tegenwoordig meerdere geslachten onderscheiden, waaronder Cuphophyllus, Gliophorus, Neohygrocybe en Porpolomopsis.

Wasplaten zijn belangrijke indicatoren van oude, voedselarme graslanden. Dergelijke terreinen worden wasplaatgraslanden genoemd en herbergen vaak ook bijzondere aardtongen, satijnzwammen en knotszwammen.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

Wasplaten vormen meestal kleine tot middelgrote vruchtlichamen met een centrale steel en een hoed. De hoed is aanvankelijk vaak halfbolvormig, klokvormig of kegelvormig en wordt bij het ouder worden doorgaans vlakker. Bij sommige soorten blijft een opvallende punt of bult aanwezig.

De hoedkleur varieert sterk. Veel soorten zijn helder rood, oranje of geel, maar ook groene, roze, witte, grijze en bruine vruchtlichamen komen voor. Het oppervlak kan droog, vettig, kleverig of sterk slijmerig zijn. De kleuren kunnen bij veroudering verbleken of veranderen. Bij sommige soorten, zoals de zwartwordende wasplaat (Hygrocybe conica), verkleuren de vruchtlichamen zwart bij beschadiging of veroudering.

De lamellen zijn doorgaans relatief dik, soms ver uiteenstaand en hebben vaak een wasachtige structuur. Ze kunnen vrij van de steel staan, aangehecht zijn of langs de steel aflopen. De kleur varieert van wit en crème tot geel, oranje en rood.

De steel is gewoonlijk glad, vezelig of kleverig en heeft doorgaans geen ring. Bij veel soorten is hij hol of wordt hij bij veroudering hol. De consistentie van het vlees varieert van tamelijk stevig tot breekbaar.

Geur en smaak zijn bij veel soorten onopvallend, maar sommige soorten hebben een kenmerkende geur.

Microscopische kenmerken

De sporen zijn bij wasplaten doorgaans kleurloos, gladwandig en dunwandig. Ze zijn meestal ellipsvormig, langwerpig of min of meer eivormig, soms met een insnoering. Het sporenpoeder is wit en de sporen zijn doorgaans niet amyloïde.

De basidiën zijn meestal knotsvormig en dragen doorgaans twee of vier sporen. De lengte van de basidiën ten opzichte van de sporen kan een belangrijk determinatiekenmerk zijn.

Ook de bouw van het lamellentrama is van taxonomisch belang. Bij soorten van Hygrocybe zijn de hyfen in het lamellentrama meestal min of meer evenwijdig gerangschikt. Bij Cuphophyllus hebben ze doorgaans een onregelmatiger, verweven structuur. De basidiën van Cuphophyllus zijn bovendien vaak opvallend lang ten opzichte van de sporen.

Andere microscopische kenmerken die bij de determinatie worden gebruikt, zijn de vorm en afmetingen van de sporen, de aanwezigheid van gespen, de structuur van de hoedhuid en de eventuele aanwezigheid van cystiden.

Taxonomie

Wasplaten behoren tot de Basidiomycota en de orde Agaricales. Het begrip wasplaat is geen formele taxonomische rang.

Traditioneel werden de meeste wasplaten ondergebracht in het geslacht Hygrocybe binnen de familie Hygrophoraceae. Moleculair-fylogenetisch onderzoek heeft geleid tot een opsplitsing van dit geslacht in meerdere, afzonderlijke geslachten.

Tot de geslachten die in ruime zin tot de wasplaten worden gerekend, behoren onder meer:

In een taxonomische herziening uit 2024 werd de onderorde Hygrophorineae verdeeld over vijf families. Daarbij werden onder andere de families Hygrocybaceae en Cuphophyllaceae op familieniveau onderscheiden van de Hygrophoraceae in engere zin. Deze indeling wordt niet in alle taxonomische publicaties en databanken op dezelfde wijze gevolgd.

De wasplaten worden ook onderscheiden van de verwante slijmkoppen (Hygrophorus). Slijmkoppen leven voornamelijk als ectomycorrhizavormers in associatie met bomen, terwijl wasplaten een andere, nog niet volledig opgehelderde voedingswijze hebben.

Ecologie

Leefomgeving

In Noordwest-Europa groeien veel wasplaten in oude, relatief voedselarme graslanden met een korte vegetatie. Ze komen vooral voor in:

De meeste soorten zijn gevoelig voor intensieve bemesting en ingrijpende bodemverstoring. Langdurig extensief beheer, zoals maaien met afvoer van het maaisel of lichte begrazing, kan gunstig zijn voor de ontwikkeling van soortenrijke wasplaatgraslanden.

Niet alle wasplaten zijn aan graslanden gebonden. Sommige groeien in bossen, moerassen of andere vochtige milieus. Buiten Europa, onder andere in tropische en subtropische gebieden, worden veel soorten voornamelijk in bossen aangetroffen.

Voedingswijze

Wasplaten werden lange tijd beschouwd als saprotrofe schimmels die organisch materiaal in de bodem afbreken. Hun voedingswijze blijkt echter ingewikkelder te zijn.

Onderzoek met stabiele isotopen van koolstof en stikstof heeft aanwijzingen opgeleverd dat veel wasplaten biotroof leven en koolstof verkrijgen van levende planten in plaats van uitsluitend uit dood organisch materiaal.

In een onderzoek uit 2013 werden hyfen van wasplaten aangetroffen in levende fijne plantenwortels. Ook werd DNA van wasplaten in wortelweefsel aangetoond. Dit ondersteunt de hypothese dat wasplaten ten minste gedurende een deel van hun levenscyclus als endofyt kunnen leven.

Of alle wasplaten op dezelfde manier leven en of zij daadwerkelijk een wederzijds voordelige symbiose met planten vormen, is nog niet volledig vastgesteld.

Verspreiding

Wasplaten komen wereldwijd voor, van gematigde tot tropische gebieden. Hun verspreiding en leefomgeving verschillen per soort en per werelddeel.

In Nederland zijn wasplaten vooral bekend uit oude graslanden, duingebieden, schrale bermen en andere terreinen met een relatief lage voedselrijkdom. Sommige soorten, zoals de zwartwordende wasplaat, hebben een brede ecologische verspreiding. Andere zijn veel sterker gebonden aan oude en weinig verstoorde graslanden.

Belangrijke Nederlandse gebieden voor wasplaten zijn onder andere de Amsterdamse Waterleidingduinen en de Rotstergaaster Wallen. In beide gebieden worden soortenrijke graslanden onderzocht en beheerd met bijzondere aandacht voor wasplaten en andere graslandpaddenstoelen.

Bescherming

Veel wasplaten zijn gevoelig voor veranderingen in het bodemmilieu. Vooral intensieve bemesting, het omploegen of opnieuw inzaaien van grasland en het verdwijnen van langdurig beheerde schrale graslanden kunnen leiden tot achteruitgang van soorten.

Verschillende soorten staan daarom op nationale of internationale Rode Lijsten. De bescherming richt zich vooral op het behoud van oude, voedselarme graslanden en een daarop afgestemd beheer.

Het aantal aangetroffen wasplaatsoorten wordt gebruikt als een van de indicatoren voor de mycologische natuurwaarde van graslanden. Bij uitgebreidere inventarisaties wordt ook gekeken naar andere kenmerkende groepen, waaronder knots- en koraalzwammen, aardtongen en satijnzwammen.

Voorbeelden

Enkele in Nederland voorkomende soorten zijn:

Zie ook