| Emma Smith | ||
|---|---|---|
Portret van Emma Hale Smith | ||
| Algemene informatie | ||
| Geboren | Willingborough Township, Pennsylvania | |
| Nationaliteit | Amerikaans | |
| Beroep | Religieus leider, redacteur | |
Emma Hale Smith Bidamon (Willingborough Township, Pennsylvania, 10 juli 1804 – Nauvoo, Illinois, 30 april 1879), doorgaans bekend als Emma Smith, was een Amerikaans religieus leider en redacteur. Zij was de eerste echtgenote van Joseph Smith, de grondlegger van de beweging van de heiligen der laatste dagen, en speelde een belangrijke rol bij het ontstaan en de ontwikkeling van deze religieuze beweging.
Emma Smith werkte als schrijver mee aan de vroege werkzaamheden aan het Boek van Mormon, stelde het eerste officiële zangboek van de Kerk samen en werd in 1842 de eerste presidente van de ZHV (Zustershulpvereniging), een organisatie voor vrouwen binnen de Kerk. Haar werkzaamheden droegen bij aan de ontwikkeling van de godsdienstige en maatschappelijke positie van vrouwen binnen de jonge geloofsgemeenschap.
Na de dood van Joseph Smith in 1844 bleef zij met haar kinderen in Nauvoo wonen en sloot zij zich niet aan bij de migratie van kerkleden onder leiding van Brigham Young naar het westen van de Verenigde Staten. In 1847 hertrouwde zij met Lewis C. Bidamon. Later ondersteunde zij de kerkelijke beweging die onder leiding van haar zoon Joseph Smith III bekend werd als de Gereorganiseerde Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, tegenwoordig de Gemeenschap van Christus.
Emma Hale werd op 10 juli 1804 geboren in Willingborough Township, in het noordoosten van Pennsylvania, een gebied dat later bekend werd als Harmony Township.
Zij was een dochter van Isaac Hale en Elizabeth Lewis. Haar ouders waren landbouwers en beheerden daarnaast een gelegenheid waar reizigers konden verblijven.
Het gezin was verbonden met de methodistische geloofstraditie. Emma ontving onderwijs en leerde lezen en schrijven, vaardigheden die later van betekenis zouden worden voor haar werkzaamheden binnen de beweging van de heiligen der laatste dagen.
In de jaren 1820 kwam Joseph Smith regelmatig in het gebied rond Harmony, waar hij betrokken was bij werkzaamheden voor Josiah Stowell, die op zoek was naar een vermeende verborgen schat.
Smith verbleef enige tijd bij het gezin Hale. Tijdens deze periode leerden Emma en Joseph elkaar kennen en ontstond een relatie.
Isaac Hale verzette zich tegen het voorgenomen huwelijk. Zijn bezwaren hielden onder meer verband met Smiths financiële omstandigheden en zijn activiteiten als schatzoeker.
Op 18 januari 1827 trouwden Emma Hale en Joseph Smith in South Bainbridge, in de staat New York. De huwelijksplechtigheid werd voltrokken door een plaatselijke vrederechter.
Het echtpaar vestigde zich aanvankelijk bij de familie Smith in Manchester, nabij Palmyra. Later verhuisden Emma en Joseph naar het gebied rond Harmony in Pennsylvania.
Hun huwelijk viel samen met de periode waarin Joseph Smith zijn religieuze ervaringen en aanspraken op goddelijke openbaring bekend begon te maken.
Volgens Smith ontving hij op 22 september 1827 gouden platen van een heuvel nabij Palmyra. Emma vergezelde hem die nacht naar de omgeving van de heuvel, maar verklaarde later de platen zelf nooit te hebben gezien.
Emma ondersteunde haar echtgenoot bij zijn religieuze werkzaamheden en kreeg tegelijkertijd te maken met financiële onzekerheid, verhuizingen en maatschappelijke conflicten.
Emma en Joseph Smith kregen negen biologische kinderen, van wie verschillende op jonge leeftijd overleden. Daarnaast namen zij twee kinderen van het gezin Murdock in hun gezin op.
Hun eerste zoon, Alvin, werd in 1828 geboren en overleed dezelfde dag.
In 1831 werden een tweeling, Thadeus en Louisa, geboren. Beide kinderen overleden kort na hun geboorte. Het echtpaar nam vervolgens de pasgeboren tweeling Joseph en Julia Murdock op in het gezin, nadat hun moeder was overleden.
Joseph Murdock Smith overleed in maart 1832, terwijl Julia de volwassen leeftijd bereikte.
Tot de kinderen die volwassen werden, behoorden Joseph Smith III, Frederick Granger Williams Smith, Alexander Hale Smith en David Hyrum Smith.
Emma kreeg tijdens haar huwelijk te maken met het overlijden van meerdere kinderen, de afwezigheid en gevangenschap van haar echtgenoot en de herhaalde verhuizingen van het gezin.
Tijdens de vroege werkzaamheden aan het Boek van Mormon in 1828 hielp Emma haar echtgenoot als schrijver.
Joseph Smith verklaarde dat hij een oude tekst vertaalde die op gouden platen was gegraveerd. Volgens zijn eigen verslag maakte hij hierbij gebruik van goddelijke inspiratie en vertaalmiddelen.
Emma schreef gedurende een deel van de vertaalwerkzaamheden de tekst op die Joseph dicteerde.
Later namen andere schrijvers deze taak over, onder wie Martin Harris en Oliver Cowdery. Vooral Cowdery schreef het grootste deel van het oorspronkelijke manuscript van het Boek van Mormon op.
Emma verklaarde later dat haar echtgenoot tijdens het dicteren niet voortdurend een geschreven manuscript raadpleegde. Haar herinneringen aan het vertaalproces zijn een belangrijke bron voor historisch onderzoek naar de totstandkoming van het boek.
Emma behoorde niet tot de officiële drie of acht getuigen van het Boek van Mormon, die verklaarden de gouden platen te hebben gezien.
Haar historische betekenis ligt vooral in haar directe betrokkenheid bij de vroege vertaalwerkzaamheden en haar latere verklaringen over de omstandigheden waaronder de tekst tot stand kwam.
Haar getuigenissen worden binnen De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen en de Gemeenschap van Christus beschouwd als belangrijke documenten uit de beginperiode van de beweging.
Historisch onderzoek maakt daarbij onderscheid tussen haar persoonlijke waarnemingen en de religieuze interpretatie van de oorsprong van het Boek van Mormon.
Emma werd op 28 juni 1830 door Oliver Cowdery gedoopt in Colesville, New York, enkele maanden na de officiële oprichting van de Kerk op 6 april 1830.
In juli 1830 verklaarde Joseph Smith een openbaring voor Emma te hebben ontvangen. Deze tekst werd later opgenomen in Leer en Verbonden 25.
In de openbaring werd Emma aangeduid als een 'uitverkoren vrouw' (Engels: elect lady). Zij kreeg onder meer de opdracht haar echtgenoot te ondersteunen, de Schriften te bestuderen, de kerkleden te onderwijzen en een verzameling geestelijke liederen samen te stellen.
De openbaring kreeg binnen de beweging van de heiligen der laatste dagen een blijvende betekenis voor de religieuze positie en verantwoordelijkheden van Emma Smith.
In 1835 stelde Emma Smith een verzameling geestelijke liederen samen voor gebruik tijdens de erediensten van de Kerk.
Het zangboek verscheen onder de titel A Collection of Sacred Hymns, for the Church of the Latter Day Saints en werd gepubliceerd in Kirtland, Ohio.
De verzameling omvatte negentig liederen, waaronder bestaande protestantse gezangen en nieuwe liederen die binnen de beweging van de heiligen der laatste dagen waren ontstaan.
Emma werkte hierbij samen met onder anderen William W. Phelps, die verschillende liederen en teksten voor de Kerk schreef.
Het zangboek droeg bij aan de ontwikkeling van een eigen muzikale traditie en werd een voorbeeld voor latere kerkelijke zangboeken.
De samenstelling ervan was tevens een van de eerste officiële redactionele opdrachten die binnen de jonge Kerk aan een vrouw werden toevertrouwd.
Op 17 maart 1842 werd in Nauvoo de Female Relief Society of Nauvoo opgericht, een organisatie voor vrouwen die later bekend zou worden als de ZHV (Zustershulpvereniging).
Emma Smith werd tijdens de oprichtingsbijeenkomst gekozen als eerste presidente. Zij werd ondersteund door Elizabeth Ann Whitney en Sarah M. Cleveland als raadgeefsters.
De organisatie had aanvankelijk tot doel behoeftigen te helpen, de onderlinge verbondenheid tussen vrouwen te bevorderen en praktische ondersteuning te bieden aan de groeiende gemeenschap.
Tijdens de bijeenkomsten werd daarnaast aandacht besteed aan geestelijk onderwijs, liefdadigheid en morele vraagstukken.
Emma benadrukte dat vrouwen een actieve bijdrage konden leveren aan de ontwikkeling van de Kerk. Onder haar leiding organiseerde de ZHV hulpverlening en besprak zij maatschappelijke en godsdienstige aangelegenheden.
De oorspronkelijke notulen van de organisatie vormen een belangrijke historische bron voor het onderzoek naar de positie van vrouwen binnen de vroege beweging van de heiligen der laatste dagen.
Emma was eveneens betrokken bij de ontwikkeling van de godsdienstige verordeningen die Joseph Smith in Nauvoo introduceerde.
In mei 1843 werden Joseph en Emma volgens de kerkelijke overlevering voor de eeuwigheid aan elkaar verzegeld. In september van hetzelfde jaar ontving Emma de begiftiging, een religieuze ceremonie die later een vaste plaats kreeg in de tempels van de Kerk.
Emma was een van de eerste vrouwen die deze verordeningen ontving en hielp vervolgens bij de voorbereiding en bediening ervan aan andere vrouwen.
De ontwikkeling van de tempelverordeningen in Nauvoo werd later voortgezet in de Nauvootempel, die in 1846 werd ingewijd.
Tijdens de jaren 1830 en 1840 introduceerde Joseph Smith binnen een beperkte kring van zijn volgelingen het meervoudig huwelijk.
Deze praktijk hield in dat een man met meerdere vrouwen een religieus huwelijk of een verzegeling kon aangaan.
De invoering van het meervoudig huwelijk veroorzaakte spanningen binnen de beweging en binnen het huwelijk van Joseph en Emma Smith.
Historisch onderzoek heeft aangetoond dat Smith gedurende zijn leven meerdere vrouwen huwde of aan zich liet verzegelen. De omstandigheden en aard van afzonderlijke relaties worden nog steeds door historici onderzocht.
Emma Smith verzette zich gedurende verschillende perioden tegen het meervoudig huwelijk.
Volgens historische documenten en latere verklaringen was zij op de hoogte van enkele meervoudige huwelijken van haar echtgenoot, maar waarschijnlijk niet van alle relaties die hij was aangegaan.
In 1843 stemde Emma gedurende enige tijd in met verschillende verzegelingen van Joseph Smith aan andere vrouwen. Haar houding veranderde echter herhaaldelijk en leidde tot ernstige spanningen binnen hun huwelijk.
In juli 1843 dicteerde Joseph Smith een openbaring over het huwelijk, waarin onder meer het meervoudig huwelijk werd behandeld. De tekst werd later opgenomen in Leer en Verbonden 132.
Deze openbaring bevatte ook aanwijzingen en waarschuwingen aan Emma.
Tijdens de laatste jaren van haar leven bleef Emma publiekelijk ontkennen dat Joseph Smith het meervoudig huwelijk had onderwezen of toegepast. Deze verklaringen staan op gespannen voet met andere historische documenten en getuigenissen over Smiths meervoudige huwelijken.
Historici hebben erop gewezen dat Emma's houding moet worden begrepen tegen de achtergrond van haar persoonlijke ervaringen, religieuze overtuigingen en de conflicten binnen de beweging.
Emma Smith sprak zich tijdens haar presidentschap van de ZHV herhaaldelijk uit tegen seksueel wangedrag en relaties die zij als ongeoorloofd beschouwde.
In oktober 1842 ondertekende zij samen met andere leidende vrouwen een publieke verklaring waarin afstand werd genomen van beschuldigingen over een geheim systeem van huwelijken binnen de Kerk.
De verklaring was mede gericht tegen de praktijken en beschuldigingen van John C. Bennett, een voormalige kerkleider in Nauvoo.
Historische documenten laten zien dat de verhouding tussen deze publieke uitspraken en de vertrouwelijk uitgevoerde meervoudige huwelijken complex was. Sommige ondertekenaars van de verklaring waren zelf bij dergelijke huwelijken betrokken.
De verklaringen van Emma en andere vrouwen worden daarom in historisch onderzoek geplaatst binnen de bredere maatschappelijke en religieuze conflicten in Nauvoo.
Op 27 juni 1844 werden Joseph Smith en zijn broer Hyrum Smith gedood in de gevangenis van Carthage, Illinois.
Emma bleef hierdoor op 39-jarige leeftijd achter met de zorg voor haar kinderen.
De dood van Joseph Smith leidde tot een opvolgingscrisis binnen de beweging van de heiligen der laatste dagen. Verschillende personen en groepen maakten aanspraak op het kerkelijk leiderschap.
Brigham Young, destijds president van het Quorum der Twaalf Apostelen, kreeg de steun van een meerderheid van de kerkleden in Nauvoo.
Emma steunde Youngs aanspraak op het leiderschap niet en bleef met haar gezin in Nauvoo wonen.
In de daaropvolgende jaren verlieten veel kerkleden de stad om zich onder leiding van Young in het westen van de Verenigde Staten te vestigen.
Emma kreeg te maken met financiële en juridische problemen over de nalatenschap van Joseph Smith. Tijdens zijn leven waren persoonlijke bezittingen, kerkelijke eigendommen en zakelijke verplichtingen niet altijd duidelijk van elkaar gescheiden.
De afwikkeling van de nalatenschap leidde daardoor tot langdurige conflicten en onzekerheid over de eigendomsrechten van verschillende bezittingen.
Op 23 december 1847 trouwde Emma met Lewis Crum Bidamon, een zakenman en voormalig militair.
Het echtpaar bleef in Nauvoo wonen. Bidamon was betrokken bij verschillende zakelijke activiteiten en hielp bij het beheer van de bezittingen van het gezin.
Emma bleef zich bezighouden met de opvoeding van haar kinderen, het beheer van het huishouden en de herinnering aan het leven en werk van Joseph Smith.
Gedurende deze periode bewaarde zij verschillende historische documenten en voorwerpen die verband hielden met haar eerste echtgenoot.
Onder deze bezittingen bevonden zich manuscripten en andere documenten die later van groot belang werden voor het historische onderzoek naar de vroege beweging van de heiligen der laatste dagen.
Na de dood van Joseph Smith ontstonden verschillende religieuze gemeenschappen die zich als voortzetting van zijn oorspronkelijke kerk beschouwden.
Een van deze groepen ontwikkelde zich in de jaren 1850 tot een beweging die onder leiding van Joseph Smith III, de oudste nog levende zoon van Joseph en Emma Smith, werd gereorganiseerd.
Op 6 april 1860 aanvaardde Joseph Smith III het presidentschap van de Gereorganiseerde Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
Emma ondersteunde haar zoon en sloot zich aan bij deze religieuze gemeenschap, die tegenwoordig bekendstaat als de Gemeenschap van Christus.
De gereorganiseerde kerk verwierp het meervoudig huwelijk en beschouwde zichzelf als de rechtmatige voortzetting van de oorspronkelijke beweging van Joseph Smith.
Emma's steun aan deze gemeenschap droeg bij aan haar historische betekenis binnen de ontwikkeling van de verschillende kerkgenootschappen die uit de beweging van de heiligen der laatste dagen zijn voortgekomen.
Emma Smith overleed op 30 april 1879 in Nauvoo, Illinois, op 74-jarige leeftijd.
Zij werd begraven op de familiebegraafplaats van de familie Smith in Nauvoo, nabij de graven van Joseph en Hyrum Smith.
Haar overlijden betekende het einde van een leven dat nauw verbonden was geweest met de belangrijkste ontwikkelingen van de vroege beweging van de heiligen der laatste dagen.
Emma Smith neemt een bijzondere plaats in binnen de geschiedenis van de beweging van de heiligen der laatste dagen.
Haar betekenis berust niet uitsluitend op haar huwelijk met Joseph Smith, maar ook op haar zelfstandige werkzaamheden als redacteur, organisator en religieus leider.
Door de samenstelling van het eerste officiële zangboek en haar leiding over de ZHV leverde zij een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de godsdienstige praktijk en de organisatie van vrouwen binnen de jonge Kerk.
Haar persoonlijke herinneringen aan de vertaling van het Boek van Mormon vormen daarnaast belangrijke historische getuigenissen over de beginperiode van de beweging.
Haar houding tegenover het meervoudig huwelijk, haar conflicten met verschillende kerkelijke leiders en haar latere steun aan de gereorganiseerde kerk illustreren de verdeeldheid die na de dood van Joseph Smith ontstond.
Binnen De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen wordt Emma vooral herinnerd als de eerste presidente van de ZHV en als een belangrijke medewerker van Joseph Smith.
Binnen de Gemeenschap van Christus wordt zij daarnaast beschouwd als een belangrijke historische figuur vanwege haar betrokkenheid bij de reorganisatie van de kerk en haar steun aan Joseph Smith III.
De onafhankelijke biografie Mormon Enigma van Linda King Newell en Valeen Tippetts Avery, oorspronkelijk verschenen in 1984, droeg bij aan een hernieuwde wetenschappelijke belangstelling voor Emma Smith en haar persoonlijke ervaringen.