
Georges Elbert Migot (Parijs, 27 februari 1891 – Levallois-Perret, 5 januari 1976) was een Frans componist, muziekpedagoog, organist, kunstschilder en dichter.
Migot werd in een protestantse artsenfamilie geboren; zijn eerste pianoles kreeg hij op zevenjarige leeftijd van zijn moeder. Al spoedig begon hij te componeren en toen hij 15 jaar was, werd het eerste kleine werk onder de titel Noël a capella pour quatre voix gepubliceerd. Vanaf 1909 studeerde hij bij Jules Bouval (harmonie), André Gédalge (fuga), Charles-Marie Widor (compositie), Alexandre Guilmant en Louis Vierne (orgel), Vincent d'Indy (orkestratie) alsook Maurice Emmanuel (musicologie) aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij in het Franse leger en raakte zwaargewond in de buurt van Longuyon. Voor ongeveer 1 jaar was hij aangewezen op krukken om te kunnen lopen. Later componeerde hij en won hij met zijn werken verschillende prijzen zoals de Prix Lili Boulanger (1917), de Prix Lépaulle (1919), de Prix Halfen (1920) en de prijs van de Fondation Blumenthal (1921).
Vanaf 1937 doceerde hij aan de Schola Cantorum de Paris. Verder produceerde hij uitzendingen van de omroepmaatschappij Radio-Cité van 1937 tot 1939. Van 1949 tot 1961 was hij conservator van het instrumentenmuseum van het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs. Door de "Société des Auteurs, Compositeurs et Éditeurs de Musique" (SACEM) werd hij onderscheiden met de Grand-Prix de la musique française.
Als componist schreef hij werken in verschillende genres. Zijn stijl was beïnvloed door de muziek vanuit de renaissance en het barok, maar ook als mengeling met de stijl van Gabriel Fauré en Claude Debussy. Hij waardeerde de Franse luitisten en de stijl van Jean-Philippe Rameau.
Naast zijn werkzaamheden met het componeren besteedde hij ook aandacht aan de schilderkunst. Hij ontwikkelde een talent als kunstschilder en kon in de jaren 1917, 1919 en 1923 in grote Parijse galerijen zijn werken tentoonstellen. Verder schreef hij gedichten. Deze zijn dan weer soms terug te vinden in zijn eigen composities. Tot slot is hij auteur van boeken over thema's uit de muziekgeschiedenis en over muziekesthetiek.
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 1926-1928 | Le Rossignol en amour | 1 akte | 2 maart 1937, Genève | van de componist |
| 1949-1950 | Cantate d'Amour concertopera | van de componist | ||
| 1969-1970 | La Sulamite | van de componist | ||
| 1971 | L'Arche, polyphonie spatiale | 3 mei 1974, Marseille | naar een gedicht van de componist |
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto | choreografie |
|---|---|---|---|---|---|
| 1920-1921 | Hugoromo, Symphonie lyrique et chorégraphique | 9 mei 1922, Monte Carlo | van de componist en Louis Laloy |