Maurice Pierre Schoemaker (Anderlecht, 27 december 1890 - Etterbeek, 24 augustus 1964) was een Belgisch componist. Voor bepaalde werken gebruikte hij het pseudoniem: Wil Saer.
Hij was zoon van tuinier Jean Baptiste Schoemaker en onderwijzeres Marie Leonie Raes.
Wat de muzikale opvoeding betreft was Schoemaker autodidact. Pas op later leeftijd startte hij privéstudies voor harmonieleer bij Theo Ysaÿe, contrapunt bij Michel Brusselmans, fuga bij Martin Lunssens en compositie bij Paul Gilson. Hij was afgevaardigd beheerder bij de Belgische auteursrechtenorganisatie SABAM. Ook behoorde hij als leerling van Paul Gilson tot de componistengroep De Synthetisten. Opmerkelijk zijn zijn overwegend Vlaamse titels en zijn romantische stijl, duidelijk volgens Gilson-normen.
Zijn symfonisch gedicht Vuurwerk (1924) werd een succes onder andere dank de voortreffelijke uitvoeringen van het Groot Harmonieorkest van de Belgische Gidsen onder leiding van Arthur Prévost. Naast dit werk getuigd ook zijn opera Swane van een rijke orkestratie en evocatieve natuur. Samen met Marcel Poot wist hij binnen de groep van De Synthetisten zijn uitgesproken Vlaams karakter te bewaren.
Als dirigent stond hij vanaf 1925 voor het Dierentuinorkest in Antwerpen van Flor Alpaerts en dirigeerde eigen werken.
“Le légende de Sire Halewijn”, voor cello en orkest was diverse keren in de jaren dertig in Nederland te beluisteren. Cellist Marix Loevensohn, aan wie het opgedragen is, speelde het met orkesten in Leeuwarden, Rotterdam en Haarlem. In 1932 speelde hij het begeleid door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Eduard Flipse. Het Vaderland constateerde een werk met in het begin veel dissonanten, dat later tot rust komt. Er werd vastgesteld dat het werk meermalen beluisterd moest worden om het te doorgronden. Het is voorts het enige werk van Schoemaker dat het Concertgebouworkest in Amsterdam van hem speelde, Marix Loevensohn was erin (opnieuw) solist onder leiding van Lodewijk De Vocht op 7 juli 1935; het was geprogrammeerd tussen Ouverture Charlotte Corday van Peter Benoit en Vreugde van de dirigent; na de pauze volgde de Symfonie in d-mineur van César Franck. Schoemaker was bij de uitvoering aanwezig. Paul F. Sanders meldde daarop in Het Volk dat het werk grote gebreken kent; de componist blijft op twee gedachten hinken. Andere hielden het op een talentvol componist.
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 1933 | De Swane | 19 februari 1933, Antwerpen, Koninklijke Vlaamse Opera | Emmanuel de Bom, gebaseerd op Stijn Streuvels pantheïstisch verhaal "Het woud" | |
| 1937 | Arc-en-ciel | 1 akte | 7 januari 1963, Vlaamse Radio- en Televisieomroep | Michel de Ghelderode |
| 1954 | De toverviool - Kasper | 2 aktes | 6 december 1960, Vlaamse Radio- en Televisieomroep | Anton Van de Velde |
Bibliografie
Externe links