Hij was zoon van tuinier Jean Baptiste Schoemaker en onderwijzeres Marie Leonie Raes.
Wat de muzikale opvoeding betreft was Schoemaker autodidact. Pas op later leeftijd startte hij privéstudies voor harmonieleer bij Theo Ysaÿe, contrapunt bij Michel Brusselmans, fuga bij Martin Lunssens en compositie bij Paul Gilson. Hij was afgevaardigd beheerder bij de Belgische auteursrechtenorganisatie SABAM. Ook behoorde hij als leerling van Paul Gilson tot de componistengroep De Synthetisten. Opmerkelijk zijn zijn overwegend Vlaamse titels en zijn romantische stijl, duidelijk volgens Gilson-normen.
Zijn symfonisch gedicht Vuurwerk (1924) werd een succes onder andere dank de voortreffelijke uitvoeringen van het Groot Harmonieorkest van de Belgische Gidsen onder leiding van Arthur Prévost. Naast dit werk getuigd ook zijn opera Swane van een rijke orkestratie en evocatieve natuur. Samen met Marcel Poot wist hij binnen de groep van De Synthetisten zijn uitgesproken Vlaams karakter te bewaren.
Als dirigent stond hij vanaf 1925 voor het Dierentuinorkest in Antwerpen van Flor Alpaerts en dirigeerde eigen werken.
“Le légende de Sire Halewijn”, voor cello en orkest was diverse keren in de jaren dertig in Nederland te beluisteren. Cellist Marix Loevensohn, aan wie het opgedragen is, speelde het met orkesten in Leeuwarden, Rotterdam en Haarlem. In 1932 speelde hij het begeleid door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Eduard Flipse. Het Vaderland constateerde een werk met in het begin veel dissonanten, dat later tot rust komt. Er werd vastgesteld dat het werk meermalen beluisterd moest worden om het te doorgronden. Het is voorts het enige werk van Schoemaker dat het Concertgebouworkest in Amsterdam van hem speelde, Marix Loevensohn was erin (opnieuw) solist onder leiding van Lodewijk De Vocht op 7 juli 1935; het was geprogrammeerd tussen Ouverture Charlotte Corday van Peter Benoit en Vreugde van de dirigent; na de pauze volgde de Symfonie in d-mineur van César Franck. Schoemaker was bij de uitvoering aanwezig. Paul F. Sanders meldde daarop in Het Volk dat het werk grote gebreken kent; de componist blijft op twee gedachten hinken. Andere hielden het op een talentvol componist.
Werken voor harmonie- en fanfareorkesten
1922Feu d'Artifice - vuurwerk, voor fanfareorkest - later ook voor harmonieorkest en 1924 ook voor symfonisch orkest
1934Vlaamse taferelen - Scènes flamandes, voor harmonieorkest
1934fantasie op het ballet "De Koning drinkt", voor harmonie- of fanfareorkest
Les Cahiers de la Musique 2, 102-04 (Met werklijst)
Bronnen, noten en/of referenties
Bibliografie
Francis Pieters: Grootmeesters van de Simfonie en de Blaasmuziek - De Sythetisten, in: FEDEKAMNIEUWS Tweemaandelijks orgaan van de Fedekam Vlaanderen, 27e jaargang, nr. 3- juni 1982, pp. 178-181.
Francis Pieters: Maurits Schoemaker, in: Ook zij schreven voor blaasorkest, Wormerveer, 1996, pp. 138-139, ISBN 90-70628-35-X
Diana von Volborth-Danys: CeBeDeM et ses compositeurs affilies: biographies, catalogues, discographie, Bruxelles: Centre belge de documentation musicale, 1977. Vol. I: A-L: 1977: 211 p.; Vol. II: M-Z: 1980: 276 p.
Karel De Schrijver: Bibliografie der Belgische Toonkunstenaars sedert 1800, Leuven: Vlaamse Drukkerij, 1958, 152 p.
Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, ISBN 3-923058-07-1
Jean-Marie Londeix: Musique pour saxophone, volume II: repertoire general des oeuvres et des ouvrages d'enseignement pour le saxophone, Cherry Hill: Roncorp Publications, 1985.
Paul Frank, Burchard Bulling, Florian Noetzel, Helmut Rosner: Kurzgefasstes Tonkünstler Lexikon - Zweiter Teil: Ergänzungen und Erweiterungen seit 1937, 15. Aufl., Wilhelmshaven: Heinrichshofen, Band 1: A-K. 1974. ISBN 3-7959-0083-2; Band 2: L-Z. 1976. ISBN 3-7959-0087-5
Storm Bull: Index to biographies of contemporary composers, Vol. II, Metuchen, N.J.: Scarecrow Press, 1974, 567 p., ISBN 0-8108-0734-3
Marc Honneger: Dictionnaire de la musique, Paris: Bordas, 1970-76
Music in Belgium: contemporary Belgian composers, Brussels: Manteau, 1964, 158 p.
P Townend: Who's who in music and musicians' international directory 1962, New York: Hafner Publishing Co., 1962, 331 p.
Joaquín Pena, Higinio Anglés, Miguel Querol Gavalda: Diccionario de la Música LABOR, Barcelona: Editorial Labor, 1954, 2V, 2318P.
Carl-Allan Moberg, Einar Sundstrom: Sohlman's musiklexikon: nordiskt och allmant upplagsverk for tonkonst, musikliv och dans, Stockholm: Sohlman Forlag, (1951-).
Theodore Baker: Baker's biographical dictionary of musicians - Fourth edition, New York: G. Schirmer, 1940.
Carlo Schmidl: Dizionario universale dei musicisti, Milan: Sonzogno, 1937, 2V p.