| Mycena | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Melksteelmycena (Mycena galopus) | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||
| Mycena (Pers.) Roussel (1806) | ||||||||||||
| ||||||||||||
Mycena is een geslacht van schimmels dat behoort tot de plaatjeszwammen (Agaricales). Het geslacht omvat soorten met middelgrote tot kleine paddenstoelen.
Ze hebben een kegel- tot klokvormige hoed met vaak gevoorde rand, die bij het ouder worden niet naar binnen omkrult. De steel is meestal slank en heeft geen manchet. Sommige soorten hebben melksapvoerende hyfen, waardoor bij beschadiging wit of roodachtig vocht naar buiten kan vrijkomen.
De sporenprint is wit.
De basidia zijn twee- of viersporig. De sporen zijn meestal appelpit- of traanvormig, minder vaak vrijwel cilindrisch of bolvormig. Ze zijn glad, hebben geen kiempore en zijn meestal amyloïde. Bij enkele soorten zijn de sporen inamyloïde.
Een belangrijk microscopisch kenmerk is de vorm van de cheilocystiden, die in tegenstelling tot de pleurocystiden bijna altijd aanwezig zijn. Ze kunnen knotsvormig, peervormig, spoelvormig, flesvormig of, minder vaak, cilindrisch zijn. Ze zijn glad, eenvoudig spoelvormig of vertakt, of ze dragen verschillend gevormde, eenvoudige of vertakte uitgroeisels, zodat ze "egelborstelig" of "geweiachtig vertakt" kunnen lijken. De pleurocystiden kunnen talrijk, schaars of afwezig zijn.
De hyfen van de hoedhuid (pileipellis) bestaat doorgaans uit hyfen die vertakt en zelden glad zijn. De hyfen van de buitenste laag van de steel zijn glad of zakvormig (sacculair). Soms zijn gespecialiseerde eindcellen of caulocystiden aanwezig. Het lamellaire trama kleurt paarsbruin met Melzers reagens (dextrinoïde reactie), slechts in enkele gevallen kleurt het niet.
In totaal kent dit geslacht 1350 soorten (oktober 2023) waarvan er meer dan 100 in Europa voorkomen. Dat jaar werd ook de soort Mycena subcyanocephala in Taiwan ontdekt.
De soorten met een Nederlandse benaming zijn: