Nossen

Nossen
Stad in Duitsland Vlag van Duitsland
Wapen van Nossen
Nossen (Saksen)
Nossen
Situering
Deelstaat Vlag van de Duitse deelstaat Saksen Saksen
Landkreis Meißen
Coördinaten 51° 3′ NB, 13° 18′ OL
Algemeen
Oppervlakte 122,74 km²
Inwoners
(31-12-2020)
10.510
(86 inw./km²)
Hoogte 259 m
Christian Bartusch (SPD)
Overig
Postcode 01683
Netnummers 035242, 035246, 035241
Kenteken MEI
Stad 56 stadsdelen
Gemeentenr. 14 6 27 180
Website Officiële website
Locatie van Nossen in Meißen
Kaart van Nossen
Foto's
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Nossen is een kleine stad in de Duitse deelstaat Saksen, gelegen in de Landkreis Meißen.

Geografie

De stad ligt aan de zuidrand van het Middelsaksisch Heuvelland aan de oevers van de (niet bevaarbare) Freiberger Mulde. Dresden ligt 31 km ten oosten van Nossen en Chemnitz 36 km in zuidwestelijke richting. De stad telt 10.510 inwoners.

Naburige gemeentes

Stadsindeling

Voor een plattegrond met daarop de ligging van de 56 Ortsteile zie op de gemeentelijke website: www.nossen.de/ortsteile.html

Sinds de opheffing en annexatie van de voormalige gemeenten Ketzerbachtal en Leuben-Schleinitz kent Nossen de volgende 56 stadsdelen:

  • Abend
  • Badersen
  • Bodenbach
  • Deutschenbora
  • Dobschütz
  • Elgersdorf
  • Eulitz
  • Gallschütz
  • Göltzscha
  • Graupzig
  • Gruna
  • Heynitz
  • Höfgen
  • Ilkendorf
  • Karcha
  • Katzenberg
  • Klessig
  • Kottewitz
  • Kreißa
  • Leippen
  • Leuben
  • Lossen
  • Lösten
  • Mahlitzsch
  • Mergenthal
  • Mertitz
  • Mettelwitz
  • Mutzschwitz
  • Neubodenbach
  • Nossen (stad)
  • Noßlitz
  • Oberstößwitz
  • Perba
  • Pinnewitz
  • Praterschütz
  • Priesen
  • Pröda
  • Radewitz
  • Raßlitz
  • Raußlitz
  • Rhäsa
  • Rüsseina
  • Saulitz
  • Schänitz
  • Schleinitz
  • Schrebitz
  • Stahna
  • Starbach
  • Wahnitz
  • Wauden
  • Wendischbora
  • Wolkau
  • Wuhsen
  • Wunschwitz
  • Zetta
  • Ziegenhain

Uit het bovenstaande blijkt, dat de stad Nossen, met in 2019 ruim 5.000 inwoners, in het uiterste zuiden van het gemeentegebied ligt.

Plaatsjes, die wel in de gemeente Nossen liggen, maar niet op de bovenstaande lijst van Ortsteile voorkomen, zijn:

Bijzonderheden over enkele stadsdelen van Nossen

Tot en met 2014 lagen de 15 meest noordelijke van deze Ortsteile in de gemeente Leuben-Schleinitz, en 27 in de (in het zuiden daaraan grenzende) voormalige gemeente Ketzerbachtal.

Bijna alle Ortsteile van Nossen buiten de stad zelf zijn kleine dorpen en gehuchten, vaak met een agrarisch karakter. Wanneer een historisch bevolkingscijfer vermeld wordt, betreft dit het jaar 2019.

Verkeer en vervoer

Belangrijke verkeersaders in de gemeente zijn de Autobahn A 4, de Autobahn A 14 (afrit 36 en 37), de Bundesstraße 101 en de Bundesstraße 175. De A 4 en de A 14 komen bij stadsdeel Deutschenbora samen op het Dreieck Nossen.

Nossen heeft wel, al sinds 1868, een spoorwegstation, maar dit ligt aan enige lijntjes, die sinds eind 2015 niet meer voor reizigersvervoer worden gebruikt. Wel is er uitvoerige discussie gaande, of de spoorverbinding met de steden Meißen en Döbeln voor reizigersvervoer zal worden hersteld. Problemen zijn de verouderde infrastructuur, het gevaar van overstromingen, omdat de lijn langs de rivier Freiberger Mulde loopt, en daarmee samenhangend de hoge kosten van het opknappen van deze spoorlijn. Vooralsnog rijdt er een streekbus Döbeln-Nossen-Meißen v.v..; ander openbaar vervoer per bus in deze regio is beperkt tot incidenteel rijdende school- en belbussen.

Economie

Kleine en middelgrote industriële, ambachtelijke en logistieke ondernemingen zijn vooral gevestigd op de vier bedrijventerreinen van de gemeente, te weten een terrein rondom het station van Nossen, en de drie officiële Gewerbegebiete (bedrijventerreinen) Augustusberg, Heynitz-Lehden en Starbach-Süd. Opvallend is een kleine fabriek van Sämischleder of Chamoisleder, in het Nederlands als zeemleer bekend.

Bij Neubodenbach, daar waar de B175 op afrit 36 aansluit op de Autobahn A 14, bevindt zich een grote olieterminal, Tanklager Neubodenbach, die over een eigen spoorlijntje voor goederentreinen beschikt. Ernaast staat een zeer grote, op een fabriek lijkende, boerderij. Beide bedrijven liggen circa 3 km ten noordwesten van Nossen.

Ten noorden van Leuben-Schleinitz strekt zich een agrarisch gebied met vruchtbare lössgrond uit, de Lommatzscher Pflege. Hier vindt, evenals tussen de dorpjes ten noorden van Nossen zelf, intensieve akkerbouw plaats.

Het toerisme is nog beperkt, maar neemt in betekenis toe.

Geschiedenis

In 1185 wordt in een document een ridder Petrus de Nozin (Pieter van Nossen) genoemd, een vazal van de bisschop van Meißen. In 1168 werd ten zuidwesten van het huidige stadje het Klooster Altenzella gesticht, dat grote delen van de omliggende wouden liet ontginnen ten behoeve van de landbouw. Ten zuidwesten van het cisterciënzerklooster is een 2.336 groot restant van dit bos, het Zellwald, bewaard gebleven. Wel is een groot deel hiervan met dennen en eiken beplant productiebos geworden. Het klooster werd omstreeks 1556, bij de Reformatie, gesloten en gedeeltelijk gesloopt. In de heuvels rondom het klooster werd vanaf de middeleeuwen tot 1899 kleinschalige mijnbouw bedreven; welk metaal uit dit Erz (erts) werd gewonnen, is niet meer bekend.

Sedert de Reformatie zijn verreweg de meeste christenen in de huidige gemeente Nossen evangelisch-luthers. Dat geldt ook voor de in dit artikel beschreven kerkgebouwen, tenzij anders vermeld. In deze tijd, in 1559, ging het wereldlijke prinsbisdom Meißen op in het Keurvorstendom Saksen. In dat jaar werd dit geregeerd door August van Saksen. Deze liet in 1557 het kasteel van Nossen met een nieuwe westelijke vleugel uitbreiden; August gebruikte Kasteel Nossen als jachtslot. In 1540 en 1577 werd Nossen door grote stadsbranden geteisterd; daarbij ging het middeleeuwse stadsarchief verloren. In de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) werd Nossen, zoals zoveel plaatsen in Duitsland, zwaar getroffen door oorlogsgeweld en pestepidemieën.

Nossen verwierf stadsrechten in 1664. Vanaf 1701 werd het een belangrijk poststation, begin- en eindpunt van postkoetsroutes. In 1717 werd een vaste brug over de Freiberger Mulde in gebruik genomen, die tot 6 mei 1945 bestond. De Zevenjarige Oorlog (1756-1763) bezorgde Nossen weer veel schade en ellende, evenals tussen 1806 en 1813 de Napoleontische oorlogen. In de 19e eeuw verkreeg de stad aansluiting op het spoorwegnet (1868) en vestigde er zich enige industrie (vanaf 1871, o.a. een fabriek van weegschalen, die tot 1962 heeft bestaan).

In de nazi-periode, met name in 1944 en 1945, stond er dicht bij het oude Kloster Zella een Außenlager Nossen/Roßwein van het concentratiekamp Flossenbürg. Tot maximaal 650 gevangenen uit dit kamp moesten er, vaak onder onmenselijke omstandigheden, dwangarbeid verrichten in industriële bedrijven te Nossen. Op 14 april 1945 werden de gevangenen hiervandaan op een dodenmars richting het kamp Theresienstadt gedreven. Minstens 67 van deze gevangenen overleefden dit niet. Na de verovering van de stad door het Rode Leger kwam Nossen van 1949 tot 1990 in de DDR te liggen.

In de 20e eeuw en in 2002 ondervond Nossen overlast en schade door overstromingen van de rivier Freiberger Mulde. Zie ook: Hoogwater in Centraal-Europa 2002.

Bezienswaardigheden

Afbeeldingen

Belangrijke personen in relatie tot de gemeente

Geboren te Nossen

Overigen

Varia

Met Alsheim in Rijnland-Palts onderhoudt Nossen een jumelage.

Zie de categorie Nossen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.