Pierre Treillet

Pierre Treillet
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Volledige naam Pierre Philippe Treillet
Geboren 29 augustus 1918, Mont-de-Marsan
Overleden 23 juni 2005, Toulouse
Groep Radio Patrie; Réseau Françoise; Dutch-Paris

Pierre Philippe Treillet (Mont-de-Marsan, 29 augustus 1918 – Toulouse, 23 juni 2005) was een Franse verzetsstrijder, spoorwegman en passeur die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder de schuilnaam Palo vluchtelingen en geallieerde militairen door de Pyreneeën naar Spanje begeleidde.

Treillet werkte onder meer voor het Réseau Françoise van Marie-Louise Dissard en vormde tevens een belangrijke schakel in de zuidelijke ontsnappingsroute van Dutch-Paris. Hij werkte veel samen met Henri Marot, met de schuilnaam Mireille. Onder de Nederlanders die hij hielp waren verschillende Engelandvaarders, onder wie Harry Linthorst Homan, Gerrit Jan van Heuven Goedhart, Chris van Oosterzee, Robert van Exter en Rudy Zeeman.

Jeugd en begin van de oorlog

Treillet verloor op jonge leeftijd zijn ouders en groeide met zijn twee oudere zussen op bij zijn grootouders van moederskant in Saint-Girons, in het departement Ariège. De drie kinderen werden in april 1925 tot pupilles de la Nation verklaard. Zijn grootvader Pierre Aragon, afkomstig uit Rouze in de Haut-Couserans, bracht hem zijn belangstelling voor de bergen bij. Treillet ontwikkelde zich al jong tot een ervaren bergman.

Na het behalen van zijn baccalaureaat volgde hij aan het Lycée Pierre-de-Fermat in Toulouse een voorbereidende opleiding voor de grandes écoles. Hij had daarnaast grote belangstelling voor de luchtvaart, behaalde een vliegbrevet en werd opgeleid als waarnemer.

Na de Franse capitulatie in 1940 werd Treillet gedemobiliseerd. In juni 1941 trad hij in dienst van de SNCF. In 1943 werd hij aangewezen als chef van een treintransport naar Duitsland in het kader van de zogenoemde Relève, waarbij Franse arbeidskrachten naar Duitsland werden gestuurd in ruil voor de vrijlating van Franse krijgsgevangenen. Treillet weigerde het transport uit te voeren en dook onder.

In Toulouse kwam hij via zijn vriend Benoît Faur, een commandant van de Francs-tireurs et partisans, terecht bij de verzetsgroep Radio Patrie. Binnen deze organisatie gebruikte hij de schuilnaam Étienne Ferrand. In december 1943 ontsnapte hij aan een arrestatieactie van de Gestapo bij de Banque Courtois in Toulouse doordat de trein waarmee hij reisde vertraging had. Verschillende andere verzetsmensen werden daar wel gearresteerd.

Réseau Françoise en Dutch-Paris

Vanwege zijn grote kennis van de Pyreneeën en zijn professionele SNCF-kaart, waarmee hij zich relatief gemakkelijk per trein kon verplaatsen, kwam Treillet in contact met het Réseau Françoise. Dit ontsnappingsnetwerk werd geleid door de Franse verzetsstrijdster Marie-Louise Dissard, die de schuilnaam Françoise gebruikte.

Réseau Françoise en Dutch-Paris waren afzonderlijke verzetsorganisaties, maar hun werkzaamheden sloten in Zuidwest-Frankrijk op elkaar aan. Dutch-Paris bracht vluchtelingen vanuit Nederland, België en Parijs naar Toulouse. Een Franse beschrijving van een van Treillets transporten vermeldt dat de reizigers vanuit Nederland en Parijs tot Toulouse waren gebracht en daar door Réseau Françoise werden overgenomen voor het laatste traject naar Spanje.

Treillet werkte daarbij veel samen met Henri Marot, die de schuilnaam Mireille gebruikte. Ook Jean-Louis Bazerque, met de schuilnaam Charbonnier, was op de ontsnappingsroutes rond Toulouse en de Pyreneeën actief.

Treillet concentreerde zich voornamelijk op routes door het departement Haute-Garonne. In Cazères beschikte hij over een huis van de familie van zijn vrouw, waar vluchtelingen tijdelijk konden worden ondergebracht. In Toulouse werden reizigers onder meer opgevangen in het appartement dat Treillet en Marot gebruikten aan de Place des Puits-Clos.

Een veelgebruikte route liep vanuit Toulouse per trein naar Cazères en vervolgens per autobus naar Mane. Daar begon de tocht te voet via Arbas, La Baderque en de Col de Portet-d'Aspet, waarna de vluchtelingen via Couledoux, de Col d'Artigascou en de vallei van Melles uiteindelijk Canejan in Spanje bereikten.

Zelfs onder gunstige omstandigheden duurde deze tocht ongeveer drie dagen. Grote delen werden 's nachts afgelegd om patrouilles van de Duitse bezetter te vermijden. De groepen bestonden gewoonlijk uit tien tot twintig personen en soms uit meer. Onder hen bevonden zich Britse, Amerikaanse, Nederlandse, Belgische en Australische militairen, neergeschoten vliegers, Joodse vluchtelingen, verzetsmensen en Engelandvaarders.

Nederlanders over de Pyreneeën

Op 26 januari 1944 bereikten Treillet en Marot met een groep van zes geallieerde militairen de Frans-Spaanse grens boven Canejan. De groep bestond uit vier Amerikaanse vliegers en de Nederlanders Robert van Exter en Rudy Zeeman.

Zeeman beschreef later hoe de groep na een zware tocht door kniediepe sneeuw de grens bereikte. Treillet stak zijn wandelstok in de sneeuw en maakte de uitgeputte vluchtelingen duidelijk dat zij Spanje hadden bereikt. De reizigers waren door Dutch-Paris tot Toulouse gebracht en werden daar voor het traject via Cazères, Mane, Arbas en de Col de Portet-d'Aspet overgenomen door Réseau Françoise.

Tot de Nederlanders die Treillet hielp behoorde ook Harry Linthorst Homan. Deze vertrok tijdens de oorlog uit Nederland en reisde via Brussel, Parijs en Toulouse naar de Pyreneeën en vervolgens naar Spanje. Treillets rol bij deze ontsnapping komt aan bod in de documentaire Weg naar de vrijheid van journalist Dick Verkijk, die in 1967 voor de VPRO werd gemaakt over Dutch-Paris.

Linthorst Homan bereikte uiteindelijk via Spanje het Verenigd Koninkrijk, waar hij voor de Nederlandse regering in ballingschap ging werken.

Ook de Nederlandse journalist en verzetsman Gerrit Jan van Heuven Goedhart werd via de route van Dutch-Paris naar Zuid-Frankrijk gebracht en door Treillet over de Pyreneeën geholpen. Na zijn tocht via Spanje en Gibraltar bereikte Van Heuven Goedhart Groot-Brittannië. Hij werd daar in 1944 minister van Justitie in het kabinet-Gerbrandy II en werd na de oorlog de eerste Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties.

Col de Portet-d'Aspet

Op 6 februari 1944 begeleidden Treillet en Marot opnieuw een groep vluchtelingen door de Pyreneeën. Onder zware winterse omstandigheden bereikte het konvooi de omgeving van de Col de Portet-d'Aspet. In de bergen lag veel sneeuw en de groep liep vertraging op. Een deel van de vluchtelingen rustte uit in een berghut die later bekend werd als de Cabane des Évadés.

Treillet ging vooruit om de route te verkennen en stuitte daarbij op een Duitse patrouille. De Duitsers openden het vuur, waarna hij de rest van de groep waarschuwde. Treillet en Marot wisten met een deel van het konvooi, onder wie Chris van Oosterzee, te ontkomen en brachten de ontsnapte vluchtelingen terug naar veiliger gebied. Andere vluchtelingen bleven bij of keerden terug naar de hut en werden daar door de Duitsers gearresteerd.

Onder de gevangenen bevonden zich verschillende Nederlandse Engelandvaarders. Zij werden naar de gevangenis Saint-Michel in Toulouse gebracht en vervolgens via Frankrijk naar Duitse concentratiekampen gedeporteerd. Verschillende van hen kwamen tijdens hun gevangenschap om.

Twee Nederlanders, Sam Timmers Verhoeven en Gijs den Besten, probeerden na de overval zelfstandig te ontsnappen maar raakten verdwaald in de besneeuwde bergen. Zij kwamen uiteindelijk terecht bij het gehucht Autrech bij Saint-Lary, waar de familie Ribis hen hielp. Den Besten had ernstige bevriezingsverschijnselen en werd clandestien naar een ziekenhuis in Saint-Girons gebracht.

Bij de Cabane des Évadés werd later een gedenkteken opgericht ter herinnering aan de passeurs en de vluchtelingen die op 6 februari 1944 werden gearresteerd en gedeporteerd.

Maquis

Naarmate de Duitse veiligheidsdiensten meer kennis kregen van de ontsnappingsroutes werd het werk van Treillet steeds gevaarlijker. Uiteindelijk sloot hij zich samen met Henri Marot aan bij het maquis in het gebied rond Arbas en La Baderque.

Een naoorlogs verslag van verzetsman Aimé Castex noemt Treillet en Marot als passeurs van het Réseau Françoise die bij het maquis terechtkwamen nadat hun clandestiene werkzaamheden waren blootgesteld.

Het Service historique de la Défense bewaart een individueel verzetsdossier van Pierre Philippe Treillet onder nummer GR 16 P 577323.

Na de oorlog

Op 6 juli 1948 werd Treillet wegens zijn verdiensten voor de Nederlandse zaak tijdens de Tweede Wereldoorlog onderscheiden met de Erkentelijkheidsmedaille 1940-1945 van het Koninkrijk der Nederlanden.

Treillet bleef na de oorlog contact houden met mensen die hij tijdens hun ontsnapping had geholpen. Een bijzonder weerzien vond plaats op 5 juni 1994. Rudy Zeeman, die inmiddels in Tasmanië woonde, keerde terug naar Saint-Girons om de route van zijn ontsnapping uit januari 1944 opnieuw te bezoeken. Vijftig jaar nadat Treillet hem naar de Spaanse grens had geleid, ontmoetten zij elkaar opnieuw.

Zeeman had Treillet al in maart 1945 geschreven. Tijdens het weerzien herinnerde hij hem aan een handschoen die hij tijdens de tocht in de sneeuw was verloren. Treillets vrouw had die oude correspondentie bewaard. Zeeman beschreef later dat Treillet thuis dankbetuigingen en onderscheidingen liet zien die hij na de oorlog had ontvangen.

Zeeman maakte tevens een schilderij van de winterse Pyreneeënovertocht van januari 1944. Daarop zijn de zes vluchtelingen en hun twee passeurs afgebeeld; onder de afgebeelde Nederlanders bevinden zich Robert van Exter en Zeeman zelf.

Treillet overleed op 23 juni 2005 in Toulouse, op 86-jarige leeftijd.

Literatuur