| Pravoslavlevia Status: Uitgestorven Fossiel voorkomen: Laat-Perm | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Pravoslavlevia parva | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||
| Pravoslavlevia Vjushkov, 1953 | ||||||||||||
| Typesoort | ||||||||||||
| Inostrancevia parva | ||||||||||||
| ||||||||||||
Pravoslavlevia is een geslacht van uitgestorven gorgonopside therapsiden dat leefde in het Laat-Perm en deel uitmaakte van het Sokolki-subcomplex van Rusland. Het had een schedel van tweeëntwintig centimeter lang. De totale lengte van het dier was ongeveer honderdveertig centimeter. Er is slechts als enige soort Pravoslavlevia parva bekend.
De soort werd als Inostrancevia parva benoemd door Pravoslav. De soortaanduiding betekent 'de kleine'. In 1953 maakte Wjoesjkow er een apart geslacht Pravoslavlevia van. De geslachtsnaam eert Pawel Aleksandrowitsj Prawoslawlew. Een probleem is dat deze naam al bezet is door een foraminafeer.
Het holotype is PIN 2005/1859, een schedel gevonden bij Sokolki.
De schedel is tweeëntwintig centimeter lang. De lichaamslengte is daarmee slechts 1,4 meter, een stuk minder dan sommige verwanten.
Er zijn vier opvallende verschillen met naaste verwanten. Het slaapvenster is uniek smal en verticaal gericht in plaats van breed en ovaal als bij Inostrancevia. De bovenranden van de oogkassen steken opvallend omhoog wat bulten op het schedeldak schept. De schedel is opvallend bol met een korte afgeronde snuit in plaats van langwerpig, balkvormig en smal als bij de meeste Gorgonopia. De bovenste postcanine tanden zijn behouden in tegenstelling tot de bovenste en onderste postcaninen van Inostrancevia die geheel verloren gingen.
Het volgende cladogram dat de positie van Pravoslavlevia binnen Gorgonopsia laat zien, volgt Kammerer en Masyutin, 2018:
| Gorgonopsia |
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Literatuur
Noten