| Gorgonops Fossiel voorkomen: Laat-Perm | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||
| Gorgonops | ||||||||||||
| Typesoort | ||||||||||||
| Gorgonops torvus | ||||||||||||
| ||||||||||||
Gorgonops is een uitgestorven dier uit de orde van Therapsida. Dit dier leefde ongeveer 255 tot 250 miljoen jaar geleden in het Laat-Perm in zuidelijk Afrika. Gorgonops was een typisch lid van de onderorde Gorgonopsia, waarvan het de naamgever is.
Fossielen van Gorgonops zijn gevonden in de Zuid-Afrikaanse Beaufortgroep (Endothiodon en Cistecephalus Assemblage Zone), de Chiweta-formatie in Malawi en de Usili-formatie in Tanzania.
Richard Owen benoemde in 1876 de typesoort Gorgonops torvus. Het holotype, NHMUK PV R 1647, een geplette schedel, is midden negentiende eeuw gevonden bij Middenhalls door een nu onbekende verzamelaar.
In 2023 werd een skelet van hoge kwaliteit beschreven, specimen SAM-PK-K10591.

Scymnognathus whaitsi Broom, 1912 werd in 1970 door Denise Sigogneau-Russell hernoemd tot Gorgonops whaitsi. Het is de typesoort van Scymnognathus. Het is nog steeds omstreden of dit een apart geslacht is. Het holotype is AMNH 5530a.
Gorgonognathus longifrons Haughton, 1915 is in 1989 door Denise Sigogneau-Russell hernoemd tot Gorgonops longifrons. Dit zou een geldige tweede soort kunnen zijn maar sommigen zien het als een nomen dubium. Het holotype is SAM-PK-2671.
Leptotrachelus eupachygnathus Watson, 1921 werd in 1970 door Denise Sigogneau-Russell hernoemd tot Gorgonops? eupachygnathus toen bleek dat de naam al bezet was door een vis. Het zou het jong van een grotere soort kunnen zijn. Het holotype is NHMUK PV R 4051.
Chiwetasaurus dixeyi Haughton, 1926 is in 1970 door Denise Sigogneau-Russell hernoemd tot Gorgonops? dixeyi. Het holotype is SAM-PK-7847.
Pachyrhinos kaiseri Broili & Schroeder, 1934 is in 1970 door Denise Sigogneau-Russell hernoemd tot Gorgonops? kaiseri. Het holotype is BSPG 1934-VIII-1, een grote schedel.

Gorgonops was een middelgrote vorm uit de Gorgonopsia met een slank en wolfachtig lichaam. De kleinste soort was G. torvus met een schedellengte van tweeëntwintig centimeter een totale lengte van 120 centimeter. SAM-PK-K10591 heeft een geschat gewicht van achtennegentig centimeter. G. longifrons was de grootste soort en het had een schedellengte van 35 cm met een totale lengte van 200 cm. Het gewicht wordt geschat op 100 kg.

Het ploegschaarbeen is aan beide zijden verbreed in een patroon van naar achteren uitwaaierende richels. Dit ontbreekt bij kleinere verwanten. Het radiale in pols is driehoekig in plaats van een afgerond rechthoekig blok. De handklauwen zijn korter en kleiner dan het ulnare terwijl ze bij verwanten juist erg lang zijn. Het darmbeen heeft een voorste groeve in de binnenzijde. Het zitbeen heeft een grote deuk in het achterste binnenblad.

SAM-PK-K10591 toont een borstbeencomplex dat al erg afgeleid is en dat van zoogdieren benadert. Eerder werd nog gedacht dat het sternum enkelvoudig en plat was. Het borstbeen is gesegmenteerd met een voorste manubrium en op een rij drie achterliggende stenebrae die verbonden zijn met de ribben. Voor het manubrium ligt nog een interclavicula. De bouw wijst op een constante diepe ademhaling nodig voor warmbloedigheid. Ook is een permanente krachtige afzet van de voorpoten mogelijk voor een constante krachtige gang.
Gorgonops had een brede, platte snuit en grote hoektanden van twaalf centimeter lang. De voorpoten waren korter en robuuster dan de achterpoten en werden vermoedelijk gebruikt om prooidieren na de vangst tegen de grond te drukken om vervolgens met de hoektanden te doden. De grote hoektanden waren geschikt voor het doorboren van pantsers als die van pareiasauriërs. De kaken konden negentig graden geopend worden. De poten stonden bij Gorgonops onder het lichaam, waardoor dit dier efficiënter en sneller bewoog dan zijn meeste tijdgenoten en prooidieren. Desondanks joeg Gorgonops vermoedelijk vanuit een hinderlaag. Gorgonops had afgaand op de bouw van de neus vermoedelijk een goede reuk. Het zicht en met name het gehoor waren nog minder goed ontwikkeld.
Owen plaatste Gorgonops in een nieuw benoemde groep Tectinarialia, een begrip dat niet meer gebruikt wordt. Het zou gaan om koudbloedige reptielen met een "gesloten" schedeldak die niet zouden behoren tot de groepen die wij kennen als de Diapsida en Synapsida. In feite is Gorgonops een synapside. In 1890 benoemde Richard Lydekker een eigen Gorgonopsidae.
Gebauer vond in 2007 de volgende stamboom: