
Aloposaurus is een geslacht van Synapsida, behorende tot de Gorgonopsia, dat tijdens het late Perm leefde in het gebied van het huidige Zuid-Afrika. Er zijn twee soorten benoemd in het geslacht.
Robert Broom vond bij Kuilspoort in West-Kaap de schedel van een gorgonopiër.
In 1910 benoemde Broom de typesoort Aloposaurus gracilis. De geslachtsnaam is afgeleid van het Grieks alopos, "vos". Broom vernoemde basale synapside geslachten vaak naar moderne zoogdieren. De soortaanduiding betekent "lichtgebouwd".
Het holotype, AMNH 5317, bestaat uit een schedel van een jong dier, met onderkaken. Hersenpan en achterhoofd zijn ingedrukt. In 1937 wees Friedrich von Huene specimen GPIT/RE/7124, een hersenpan gevonden bij Heuningneskrans, aan de typesoort toe. In 2007 werd het toegewezen aan Aelurosaurus. Het werd in 2016/2017 in detail beschreven.
In 1970 benoemde Denise Sigogneau een tweede soort, Aloposaurus tenuis, "de tengere". Dat was een hernoeming van Aloposauroides Brink & Kitching, 1953. Hiervan is het holotype BP 256, een schedel en een dentarium.

De schedel van de typesoort heeft een lengte van twaalf centimeter, wat wijst op een lichaamslengte van zeventig centimeter. Volwassen exemplaren kunnen langer zijn geweest.
Het gebit bestaat per zijde uit vijf voorste incisiformen, tot veertien millimeter lang, een grote caniniform als hoektand en zes kleine postcaninen. Het holotype heeft een tweede tand op de hoek staan maar dat wordt geacht een uitgekomen vervangingstand te zijn. De slaapvensters zijn groot, wat wijst op een aanzienlijke bijtkracht. De snuit is niet verbreed, een basaal kenmerk.

Aloposaurus is vaak zeer basaal in de Gorgonopsia geplaatst. Die positie kan echter veroorzaakt zijn door de jonge individuele leeftijd van het holotype. Volwassen dieren hadden wellicht een meer afgeleide bouw met een bredere snuit en minder postcaninen.
Het volgende kladogram toont een mogelijke positie in de evolutionaire stamboom.
Aloposaurus was een roofdier dat zijn lange bovenkaken en krachtige sluitspieren gebruikte om zijn lange hoektanden met grote snelheid in zijn prooi te drijven.