| Remaclusretabel | ||||
|---|---|---|---|---|
Tekening van het retabel uit 1661 | ||||
| Kunstenaar | onbekend (Godfried van Hoei?) | |||
| Jaar | ca. 1150 | |||
| Ontstaanslocatie | Stavelot?, Maasland | |||
| Stroming | Maaslandse kunst, romaans | |||
| Materiaal | hout, zilver, verguld koper, goud, email | |||
| Breedte | 311 cm | |||
| Hoogte | 278 cm | |||
| ||||
Het Remaclusretabel of altaarretabel van Stavelot was een middeleeuws altaarretabel, vervaardigd van zilver, verguld koper, goud en email, in de Belgische plaats Stavelot. Het retabel was bedoeld om het reliekschrijn van de heilige Remaclus te tonen en bevatte reliëfs met scènes uit het leven van deze heilige. Het kunstvoorwerp werd omstreeks het midden van de twaalfde eeuw vervaardigd in een Maaslands atelier en bevond zich daarna eeuwenlang in het koor van de abdijkerk van Stavelot. Omstreeks 1700 werd het retabel afgebroken. Slechts enkele fragmenten en twee zeventiende-eeuwse tekeningen bleven bewaard. Het Remaclusretabel wordt beschouwd als een meesterwerk van middeleeuwse edelsmeed- en emailkunst.
Het altaarstuk werd waarschijnlijk tussen 1148 en 1150 vervaardigd in een werkplaats in het Maasland. Volgens een inscriptie werd het vervaardigd in opdracht van abt Wibald van Stavelot voor de inmiddels verdwenen abdijkerk van Stavelot. Daar stond het op het priesterkoor, vlak bij het koorgestoelte waar de benedictijner monniken van Stavelot hun koorgebeden baden en zongen. Centraal in het retabel stond het reliekschrijn van Remaclus, de stichter en patroonheilige van de abdij.
Nadat in 1268 een nieuw schrijn voor de relieken van Remaclus was voltooid, werd het oorspronkelijke schrijn gebruikt voor de relieken van een andere abt van Stavelot, de heilige Papolin. Dit oorspronkelijke Remaclusschrijn is verloren gegaan; alleen het dertiende-eeuwse schrijn bleef bewaard.
Het retabel werd tussen het einde van de zeventiende eeuw en 1718 vernietigd. Mogelijk was het onherstelbaar beschadigd geraakt bij de verwoesting van de abdij op 4 oktober 1689 door de troepen van Lodewijk XIV van Frankrijk (tijdens de Negenjarige Oorlog). De zilveren reliëfs zijn sindsdien spoorloos. Wellicht werden ze omgesmolten. Slechts twee geëmailleerde medaillons en twee smalle stroken met Latijnse inscripties zijn bewaard gebleven. Deze laatste, samen met het dertiende-eeuwse Remaclusschrijn, bevinden zich thans in de Sint-Sebastiaanskerk, de parochiekerk van Stavelot. De twee medaillons wisselden meerdere malen van eigenaar en belandden in verschillende collecties: het Fides-medaillon kwam in 1929 in het Museum voor toegepaste kunst in Frankfurt am Main terecht, en het Operatio-medaillon kwam in 1978 vanuit de privécollectie van Robert von Hirsch terecht in het Museum voor toegepaste kunst in Berlijn.

Het retabel kan gedetailleerd worden gereconstrueerd aan de hand van twee bewaard gebleven tekeningen van kort voor 1666. Deze dienden als bewijsstuk in een rechtszaak voor het Rijkskamergerecht in 1666. De meest gedetailleerde tekening werd in 1881 ontdekt in het Rijksarchief te Luik en wordt hieronder uitgebreid beschreven. De andere is niet meer dan een schets, die bedoeld lijkt als handleiding voor de heropbouw van het retabel. Deze werd in 2014 in hetzelfde archief ontdekt.
Over de interpretatie van beide tekeningen zijn diverse alternatieve theorieën ontwikkeld. De meest radicale is wel die van de kunsthistoricus Hadrien Kockerols, die van mening is dat de gedetailleerde tekening de zeventiende-eeuwse toestand weergeeft. Volgens hem creëerde prior Nicolas Hocht aan het begin van die eeuw het 'gouden retabel', dat bestond uit restanten van reliekschrijnen en andere edelsmeedwerken, die na de godsdienstoorlogen van de zestiende en zeventiende eeuw waren overgebleven. Die werden door Hocht aan de hand van de ontwerptekening geassembleerd tot een historiserend altaarstuk, dat in 1628 werd ingewijd. Het zogenaamde gouden altaarretabel van Wibald van Stavelot heeft volgens Kockerols nooit bestaan, althans niet in deze vorm. Kockerels' ideeën kregen enige navolging, onder andere van de Luikse kunsthistoricus Pierre Colman (1931-2023), die echter meende dat het retabel zoals afgebeeld op de zeventiende-eeuwse tekening nooit werd gerealiseerd.
Op basis van de twee genoemde tekeningen in Luik konden de afmetingen van het retabel worden gereconstrueerd als 3,11 m breed en 2,78 m hoog. Vermoedt wordt dat het retabel bestond uit een houten constructie die geheel bekleed was met zilveren en/of verguld koperen platen, die door middel van drijf- en repousseerwerk waren bewerkt, zodat talrijke reliëfafbeeldingen ontstonden. De vele medaillons waren waarschijnlijk deels van goud en verder grotendeels bedekt met kleurrijk emaille champlevé.
In een nis (aedicula) in het centrale deel van het altaarretabel bevond zich aanvankelijk het elfde- of twaalfde-eeuwse reliekschrijn van Remaclus. In 1263 werd dit vervangen door het nieuwe schrijn. In het fronton boven de aedicula waren drie medaillons in champlevé-techniek aangebracht. De middelste daarvan bevatte een afbeelding van de Heilige Geest in de vorm van een duif. De andere twee zijn de bewaard gebleven medaillons "Fides" en "Operatio". Deze restanten getuigen van de hoge kwaliteit van het emailleerwerk en de verguldtechniek.
Aan weerszijden van de aedicula bevonden zich vier vierkante panelen, elk met reliëfs met scènes uit het leven van de heilige Remaclus. Elke scène ging vergezeld van een Latijnse inscriptie (titulus). De twee bewaard gebleven tituli in de parochiekerk van Stavelot zijn afkomstig van de panelen waarop de bouw van de abdijkerk door Remaclus en zijn dood waren afgebeeld.
Boven de aedicula en de Remaclusreliëfs bevond zich een meerdelige reliëfvoorstelling met dertien, deels overlappende medaillons. Het middendeel daarvan bestond uit een ware opeenhoping van medaillons met in het midden Christus als Alfa en Omega, daaromheen vier halve medaillons (een vierpas vormend) met personificaties van de kardinale deugden, en daar weer omheen vier kwart medaillons met de evangelistensymbolen. Aan de onderzijde van dit cluster, alsmede in de uiterste hoeken van het meerdelige reliëf bevonden zich segmenten van medaillons met personificaties van de vier rivieren van het paradijs (Pison, Gichon, Tigris en Eufraat). Daartussen bevonden zich twee reliëfs met als centrale element een van de bomen uit de Hof van Eden: links de boom van kennis van goed en kwaad, geflankeerd door de oudtestamentische figuren van Henoch en Elia; rechts de boom des levens, tussen een engel en Sint-Remaclus. De overige velden waren opgevuld met engelen, deels knielend, gericht naar het centrale medailloncluster. Deze grootschalige en complexe voorstelling werd aan de bovenzijde afgesloten door een rijk versierde rondboog.
Van het retabel zijn slechts enkele fragmenten bewaard gebleven:
Verder bleef bewaard het dertiende-eeuwse reliekschrijn van Remaclus, dat van 1268 tot circa 1700 onderdeel vormde van het retabel.