Rille is ook een andere naam voor de Franse rivier de Risle.
Rimae Aristarchus (links) en Vallis Schröteri (rechts) nabij de heldere krater Aristarchus en de vlakke krater Herodotus op het Aristarchus plateau
Een rille op de Maan is een kronkelend kanaal met een lengte van enkele tientallen, soms honderden kilometers. De breedte kan enkele kilometers bedragen. De meestal rillen bevinden zich op de maria, maar soms treft men ze ook op de bekraterde hooglanden van de Maan aan.
Rillen mogen niet verward worden met scheuren die sterk op aardse crevasses of gletsjerspleten lijken. Deze scheuren vertonen zich op de bodems van relatief jonge inslagkraters zoals Aristarchus, Copernicus, en Tycho.
Over het ontstaan van rillen is men het nog niet eens.
Sommigen interpreteren ze als slenken, maar het is aangetoond dat niet alle rillen slenken kunnen zijn.
Een ander hypothese vertrekt van een bestaande bodeminzinking die werd gebruikt door lavastromen. De eroderende werking van de lava vervormde de inzinkingen uiteindelijk tot de huidige rillen.
Ten slotte verklaart men rillen als lavakanalen of lavatunnels die na de vulkanische fase zijn ingestort. Probleem hierbij is dat gelijkaardige structuren op Aarde 30 tot 50 maal kleiner zijn dan de rillen op de Maan. Om rillen als lavatunnels te verklaren, moet men dan ook uitgaan van andere omstandigheden (lagere zwaartekracht, hogere magmatemperatuur, grotere vloeibaarheid van de lava en groter debiet van de lava) dan op Aarde.
Zelf rillen waarnemen met behulp van telescopen
Elke amateurastronoom kan rillen waarnemen, echter niet met behulp van relatief kleine telescopen omdat de dwarsdoorsnedes van de meeste rillen slechts een paar honderd meter tot een paar kilometer bedragen. De lengten van deze rillen lopen op tot enkele tientallen of meer dan honderd kilometer. De beste periode om rillen waar te nemen is na de lokale zonsopkomst, als de ochtendterminator zich ten westen bevindt van de waar te nemen rille. Gedurende deze omstandigheid bevindt de oostelijke binnenhelling van de bedding in betreffende rille zich in schaduw, hetgeen de contrastwerking optimaliseert. Hetzelfde, maar in omgekeerde zin, kan ook toegepast worden voorafgaand aan de lokale zonsondergang, als de avondterminator zich ten oosten van de waar te nemen rille bevindt. Deze omstandigheid is vooral toepasbaar tijdens het observeren van de afnemende maan in de ochtendhemel.
Zelf rillen ontdekken
De Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) fotografeert sinds 2009 heel het maanoppervlak in hoge resolutie, waarbij tal van betrekkelijk kleine structuren worden ontdekt die gedurende de voorgaande jaren onbekend waren gebleven omdat waarnemers met telescopen op aarde niet in staat waren deze vreemdsoortige details te observeren. Ze werden ook niet, of slechts gedeeltelijk, ontdekt ten tijde van het Lunar Orbiterprogramma en het Apolloprogramma. De lijst met rillen op de maan kan door aandachtige verkenners van de LROC-QuickMap, de online fotografische maanatlas die tot stand kwam aan de hand van de hogeresolutiefoto's van de LROC (Lunar Reconnaissance Orbiter Camera) nog worden aangelengd, want niet alle rillen zijn ontdekt. Veel hangt af van de belichting van de zon en het wel of niet tevoorschijn komen van de schaduwen op de binnenhellingen van de beddingen in de rillen. Een treffend voorbeeld hiervan is Rima Yangel' net ten zuiden van krater Yangel' aan de noordelijke rand van Mare Vaporum, die uiterst moeilijk waarneembaar is omdat deze rille in oost-westelijke richting is georiënteerd, hetgeen ervoor zorgt dat er in Rima Yangel' nooit schaduwvorming kan optreden. Deze rille is niet afgebeeld op kaart 22 in Antonín Rükl's Atlas of the Moon, ook niet op kaart 29 in The Times Atlas of the Moon.
Atlas of Lunar Sinuous Rilles
Een overzicht van 195 officieel door maandeskundigen beschreven en onderzochte rillen is te zien in de online Atlas of Lunar Sinuous Rilles van Debra M. Hurwitz, James W. Head, en David A. Kring (LPI - Lunar and Planetary Institute). Het betreft hier enkel het soort rillen waarbij tal van meanders en ook hoefijzermeren zijn betrokken, hetgeen deze rillen allerlei zeer grillig uitziende vormen hebben meegegeven. Een treffend voorbeeld hiervan is het uiterst noordoostelijke gedeelte van het stelsel rillen tussen Mare Humorum en Oceanus Procellarum, ten westen van de krater Herigonius (Hurwitz 7), officieel door de Internationale Astronomische Unie (IAU) van de naam Rima Herigonius voorzien, afgebeeld op kaart 41 in Antonín Rükl's Atlas of the Moon.
William Henry Pickering
Het bestaan van rillen op de maan, in het bijzonder deze die eruit zien als kronkelige rivierbeddingen, werd vastgesteld door de Amerikaanse maanwaarnemer William Henry Pickering, en noemde ze riverbeds. Pickering had de centrale rille in Vallis Alpes (de Alpenvallei) ontdekt. Deze vallei in Montes Alpes, de noordoostelijke bergachtige rand van Mare Imbrium, is een gemakkelijk object voor waarnemers met relatief kleine telescopen. Krachtige telescopen zijn vereist om de kronkelig uitziende rille op de vlakke vloer van deze vallei te zien te krijgen (Hurwitz 129). De komst van het Lunar Orbiterprogramma bracht de mogelijkheid deze rille in detail te fotograferen waarbij W. H. Pickering's waarnemingen van Vallis Alpes en de centrale rille werden bevestigd. Met de komst van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) werd het mogelijk rotsblokken te fotograferen die zich op de binnenhellingen en de vloer van de rille in Vallis Alpes bevinden. De gefotografeerde rotsblokken hebben diameters varierend van enkele tientallen meters tot enkele meters.
Apollo 15 en Rima Hadley (Hurwitz 112)
Toen aan David Scott, de commandant van de maanmissie Apollo 15 in 1971, na zijn terugkomst op aarde werd gevraagd of hij, als hij aan de oostelijke rand van Rima Hadley (Hurwitz 112) stond, geen opwelling kreeg om een stuk rotsblok in deze rille te gooien, zou dat toch niets hebben opgeleverd omdat de hoek van de glooiende binnenhelling veel te vlak was. Het stuk rotsblok zou slechts enkele meters over de binnenhelling hebben gerold om dan tot stilstand te komen.
De door de astronauten David Scott en James Irwin gefotografeerde westelijke binnenhellingen van Rima Hadley vertoonden tal van formaties die door de maandeskundigen en geologen Rocky Outcrops werden genoemd, hetgeen aantoonde dat er een vorm van rotsachtige gelaagdheid te bemerken was in het deels door de rille onderbroken maanoppervlak. Deze door de astronauten van Apollo 15 gefotografeerde Rocky Outcrops kunnen ook teruggevonden worden op de hogeresolutiefoto's gemaakt door de Lunar Reconnaissance Orbiter Camera (LROC).
Foto's genomen vanaf de voet aan de helling van Mons Hadley delta, in de richting van de bocht in Rima Hadley, tonen duidelijk de vloer van deze rille, bezaaid met rotsblokken waarvan de diameters overeenkomen met deze van huizen of kleine appartementsgebouwen, zoals dat ook bij Apollo 16 het geval was tijdens de verkenning van House Rock (the Big Black Boulder) aan de zuidoostelijke rand van North Ray Crater.
Rimae Prinz
Het gebied ten oosten van het Aristarchus plateau, aan de baaivormige en zo goed als volledig door lava overspoelde krater Prinz, wordt gedomineerd door een chaotisch uitziend systeem van kronkelige rillen, de Rimae Prinz. Dit gebied was een T.O.O. (Target of Opportunity) tijdens de missie van Apollo 15 om er vanuit omloop rond de maan detailfoto's van te nemen. Foto AS15-93-12608, die betreffend rillesysteem toont, werd opgenomen in National Geographic Magazine van februari 1972, op bladzijden 258-259, en toont tevens de merkwaardige grijs/khakigroen achtige kleurzweem van het gefotografeerde maanoppervlak.
Hurwitz 24, vreemdsoortige vormen aan het noordelijke uiteinde van Rima Suess
Een stelsel vreemdsoortige bochten die doen denken aan de hoefijzermeren van meanderende rivieren op aarde zijn te bemerken aan het noordelijke uiteinde van Rima Suess, ten zuidoosten van krater Marius in Oceanus Procellarum. De coordinaten van het meest geprononceerde onderdeel van Hurwitz 24 zijn: Latitude 9.34 / Longitude 311.46. Dit stelsel kan opgespoord worden in de online fotografische maanatlas LROC-QuickMap. Rima Suess is niet afgebeeld op kaart 37 in The Times Atlas of the Moon, wel op kaart 29 in Antonín Rükl's Atlas of the Moon.
Hurwitz 83, het snoer tussen Gruithuisen K en Angström B
Een uniek geval op de maan vormt het snoer dat bestaat uit een rij ellipsvormige depressies, halfweg tussen de kraters Gruithuisen K en Angström B in het gebied tussen Mare Imbrium en Oceanus Procellarum, ten zuiden van Giovanni Battista Riccioli's Terra Pruinae. De ontstaanswijze van dit snoer, Hurwitz 83, is nog steeds niet opgehelderd. Het is dan ook veelvuldig gefotografeerd door middel van allerlei sondes in omloop rond de maan. Ook de Command Module Pilot (CMP) van Apollo 15, Alfred Worden, maakte er een reeks Hasselblad foto's van, zoals een exemplaar ervan te zien is op bladzijde 252 in National Geographic Magazine van februari 1972.
Hurwitz 120, ten oosten van de heuvelberg Delisle alpha
Een merkwaardig geval bestaande uit een chaotisch doch compact uitziend 'knooppunt' van meanderende rivierbeddingen is Hurwitz 120. Het bevindt zich net ten oosten van de heuvelberg Delisle alpha tussen Mare Imbrium en Oceanus Procellarum. De exacte coordinaten van Hurwitz 120 zijn Latitude: 32.92 / Longitude: 322.25. Het kan opgezocht worden in de online fotografische maanatlas LROC-QuickMap.
Hurwitz 41, ten noordoosten van Marius in Oceanus Procellarum
Hurwitz 41 is een kratervormige depressie met aansluitend, ten oostzuidoosten ervan, een korte lichtjes meanderende rille, hetgeen het geheel het uitzicht geeft van een spermatozoide. De exacte coordinaten van Hurwitz 41 zijn Latitude: 13.9 / Longitude: 310.7.
Deze lijst werd opgesteld aan de hand van het alfabetisch namenregister in het boek The Clementine Atlas of the Moon, revised and updated edition (Ben Bussey / Paul Spudis), Cambridge University Press, 2012.
Rima Agricola (Hurwitz 81), ten noordwesten van het Aristarchus plateau, nabij Montes Agricola. Werd Rima Chopin genoemd op Lunar Topographic Orthophotomap 38-B2.
Rima Archytas, aan de zuidelijke rand van Mare Frigoris.
Rima Gay-Lussac, ten noordnoordwesten van Copernicus.
Rima Hadley (Hurwitz 112), ten westen van de landingsplaats van Apollo 15.
Rima Hansteen, in het uiterste zuidwestelijke gedeelte van Oceanus Procellarum.
Rima Hase, ten noordwesten van Mare Australe, nabij de zuidoostelijke limbus van de naar de aarde toegekeerde kant van de maan. Rima Hase werd niet opgenomen in The Clementine Atlas of the Moon (Bussey/Spudis), wel in kaart 69 van Antonín Rükl's Atlas of the Moon.
Rima Hesiodus, aan de zuidelijke rand van Mare Nubium.
Rima Sheepshanks, in het oostelijk gedeelte van Mare Frigoris.
Rima Siegfried, tussen de merkwaardig gevormde donkere krater Bowditch en het al even donkere maregebied Lacus Solitudinis ten zuiden ervan, op de achterzijde van de maan. In beide oppervlaktestructuren, Bowditch en Lacus Solitudinis, kan met gemak een pareidolie worden gezien, met de vorm van het Verenigd Koninkrijk (Engeland). Deze pareidolie kan opgemerkt worden via LAC 100 (bladzijde 200) van The Clementine Atlas of the Moon.
Rimae Doppelmayer, aan de zuidwestelijke rand van Mare Humorum.
Rimae Focas, in het zuidelijk gedeelte van Mare Orientale.
Rimae Fresnel, aan het noordelijke uiteinde van Montes Apenninus, ten noordnoordwesten van de landingsplaats van Apollo 15. Werd Fossae Fresnel genoemd op Lunar Topographic Orthophotomap 41-B4.
Rimae Gassendi, in krater Gassendi aan de noordelijke rand van Mare Humorum.
Rimae Gerard, aan de noordwestelijke limbus van de naar de aarde toegekeerde kant van de maan.
Rimae Hypatia, aan de zuidwestelijke rand van Mare Tranquillitatis, het langste onderdeel van Rimae Hypatia werd U.S. Highway Number One of US-1 genoemd ten tijde van de missies van Apollo 10 en Apollo 11.
Rimae Janssen, in de walvlakte Janssen, in het zuidoostelijk sterk bekraterde landschap van Giovanni Battista Riccioli's Terra Fertilitatis.
Rimae Posidonius, in krater Posidonius aan de noordoostelijke rand van Mare Serenitatis (Hurwitz 162)
Rimae Prinz (Hurwitz 63), ten noordoosten van Aristarchus. Rima Prinz II werd Rima Beethoven genoemd op Lunar Topographic Orthophotomap 39-A3. Andere onderdelen van Rimae Prinz werden ook nog Rima Handel en Rima Telemann genoemd.
Rillen die namen hebben gekregen tijdens het Apolloprogramma
Apollo Rille, ten zuidzuidoosten van krater Secchi aan de noordwestelijke rand van Mare Fecunditatis.
Diamondback Rille, ten oosten van de landingsplaats van Apollo 11.
Sidewinder Rille, ten oosten van de landingsplaats van Apollo 11.
Wagon Road, een onderdeel van Rimae Hypatia in het zuidwestelijk gedeelte van Mare Tranquillitatis.
Worm Rille, ten westnoordwesten van de komvormige krater Moltke in het zuidwestelijk gedeelte van Mare Tranquillitatis.
Rillen die op de Lunar Topographic Orthophotomaps (LTO) namen hebben gekregen die niet werden geaccepteerd door de IAU
De Lunar Topographic Orthophotomaps en de Lunar Topophotomaps (zeer gedetailleerde maankaarten) werden gemaakt aan de hand van de orbitale hogeresolutiefoto's afkomstig van Apollo 15, Apollo 16, en Apollo 17. Sommige van de rillen die in deze kaarten werden opgenomen waren niet aangeduid als Rima en Rimae, maar wel als Fossa en Fossae. De trend om oppervlaktestructuren naar componisten van klassieke muziek te noemen werd door de IAU officieel aanvaard voor de nomenclatuur van de kraters op de planeet Mercurius.
Rima Beethoven (Rima Prinz II ten noordoosten van het Aristarchus plateau), LTO 39-A3.
Rima Brahms (nabij krater Delisle in het uiterst westelijk gedeelte van Mare Imbrium), LTO 39-B1 / LTO 39-B2.
Fossa Caruso (ten zuidoosten van krater Nielsen aan het noordelijk gedeelte van het Aristarchus plateau), LTO 38-B2.
Fossa Casals (Rupes Cauchy in het oostelijk gedeelte van Mare Tranquillitatis), LTO 61-A3.
Rima Chopin (nabij Montes Agricola aan het noordelijk gedeelte van het Aristarchus plateau), LTO 38-B2.
Rima Gluck (ten zuidwesten van krater Artsimovich in het uiterst westelijk gedeelte van Mare Imbrium), LTO 39-B4.
Rima Handel (Rimae Prinz ten noordoosten van het Aristarchus plateau), LTO 39-A3.
Rima Mozart (nabij de langwerpige depressie Kathleen in Palus Putredinis), LTO 41-A3 / LTO 41-B4.
Fossae Pavlova (ten oosten van Dorsa Aldrovandi aan de oostelijke rand van Mare Serenitatis), LTO 42-B3 / LTO 42-C2.
Rima Rimsky-Korsakov (tussen kraters Euler en Euler B in het zuidwestelijk gedeelte van Mare Imbrium), LTO 39-B3.
Rima Sibelius (aan het noordelijk gedeelte van het Aristarchus plateau), LTO 38-B2.
Rima Telemann (Rimae Prinz ten noordoosten van het Aristarchus plateau), LTO 39-A3.
Vallis Alpes ten oostzuidoosten van Plato, bevat een meanderende rille die was ontdekt door William Henry Pickering. Deze rille kreeg van Debra M. Hurwitz het catalogusnummer 129.
Vallis Schröteri in het Aristarchus plateau, bevat een meanderende rille die was ontdekt tijdens het Lunar Orbiterprogramma. Deze rille kreeg van Debra M. Hurwitz het catalogusnummer 55.
Nog andere rillen, niet van naam voorzien door de IAU
Een zwak zichtbaar systeem ten oosten van krater Fontenelle, aan de noordelijke rand van Mare Frigoris.
Ten westen van Dorsa Burnet en het Aristarchus plateau.
Op het noordnoordwestelijk gedeelte van de vloer van de walvlakte Hedin (Sven Hedin), nabij de westelijke limbus van de naar de aarde toegekeerde kant van de maan.
Ten oosten van krater Krafft, in het uiterst westelijk gedeelte van Oceanus Procellarum.
Op het oostzuidoostelijk gedeelte van de vloer van krater Ulugh Beigh A, nabij de noordoostelijke limbus van de naar de aarde toegekeerde kant van de maan.
De rille tussen de krater Lehmann en de walvlakte Schickard, nabij de zuidwestelijke limbus van de naar de aarde toegekeerde kant van de maan.
Ten noordwesten van Promontorium Heraclides (op het zuidelijk gedeelte van Sinus Iridum).
Ten zuiden van krater Aristillus A, in het oostelijk gedeelte van Mare Imbrium.
Ten westnoordwesten van krater Egede G, aan de zuidelijke rand van Mare Frigoris.
Korte rille ten noordwesten van krater Pico C in het noordoostelijk gedeelte van Mare Imbrium.
Systeem op de vloer van de baaivormige walvlakte Fracastorius aan de zuidelijke rand van Mare Nectaris.
Op de vloer van krater Wurzelbauer ten zuiden van Mare Nubium (Hurwitz 171).
Ten noorden van J. N. Krieger's en R. König's Promontorium Banat aan Montes Carpatus. Een korte rille met het uitzicht van een lange naaktslak.
Naamloze rillen op de achterzijde van de maan
Tussen kraters Chretien A en Chretien W.
Ten noorden van krater Poincaré Z.
Ten zuiden van krater Donner R, net ten noorden van Mare Australe.
Ten noorden van krater Mees Y.
Trivia
Een opvallend kenmerk van de kronkelig uitziende rivierbeddingen (sinuous rilles) op de maan is hun aanwezigheid als gedeeltelijk rechtlopende fragmenten langsheen de benedenhellingen van heuvelbergen aan de randen van vlakke maregebieden.
↑Lunar Rivers - Richard E. Lingenfelter, Science, 161:266-269, 1968. Pages 213-214 in Mysterious Universe, a handbook of astronomical anomalies. William R. Corliss, The Sourcebook Project, 1979.
↑Chriet Titulaer, Operatie Maan (1969), blz 73 (foto Vallis Alpes, Lunar Orbiter 5).
↑Awesome Views of the Forbidding Moonscape, pages 236-237 (Lunar Orbiter 5, Vallis Alpes), National Geographic, february 1969, Kenneth F. Weaver: That orbèd maiden, the Moon.
↑Kenneth F. Weaver, To the Mountains of the Moon (Apollo 15), National Geographic, february 1972, pages 230-265.
↑Debra M. Hurwitz heeft de verschillende rillen in dit gebied allerlei catalogusnummers gegeven. Een maanatlas is vereist om deze rillen te leren herkennen en uit elkaar te houden.
↑Tijdens de grafische reproductie van de door de Apollo astronauten genomen Hasselbladfoto's was de kleur van de maan uiterst moeilijk te benaderen en weer te geven. Veel van dit soort gereproduceerde foto's tonen dan ook zeer onevenwichtig uitziende kleurbalansen, waarbij het maanoppervlak er ongewoon blauw of groen uitziet, zoals dat in de maanfoto's van Apollo 8 duidelijk te zien is.
↑Lunar Reconnaissance Orbiter Camera (LROC). Post N° 737: Collapsing Tube (Hiroyuki Sato, 30 january 2014).