| Sphaerellothecium | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||
| Sphaerellothecium Zopf (1897) | ||||||||||||||
| Typesoort | ||||||||||||||
| Sphaerellothecium araneosum | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Sphaerellothecium is een geslacht van korstmosbewonende schimmels uit de familie Mycosphaerellaceae. De soorten groeien op korstmossen en leven overwegend als parasiet op het thallus of de vruchtlichamen van hun gastheer. Het geslacht werd in 1897 beschreven door de Duitse mycoloog Wilhelm Zopf. De typesoort is Sphaerellothecium araneosum.
De soorten vormen doorgaans een netwerk van donkere, oppervlakkige schimmeldraden (hyfen) op het thallus of de apotheciën van hun gastheer. Deze bruine tot donkerbruine hyfen zijn vaak dikwandig, vertakt en onderling verbonden. Bij sommige soorten dringen de hyfen ook in het weefsel van de gastheer door.
De vruchtlichamen (ascomata) zijn klein, donkerbruin tot zwart en doorgaans bolvormig. Ze zijn peritheciumachtig, met een kleine opening (ostiole) aan de bovenzijde. Ze kunnen ingezonken in het thallus, half ingezonken of oppervlakkig voorkomen. De wand bestaat uit enkele lagen donker gepigmenteerde cellen.
De asci zijn doorgaans achtsporig, dubbelwandig (bitunicaat) en fissitunicaat. Ze zijn eivormig, ellipsoïde, knotsvormig tot bijna cilindrisch. Rond de ostiole kunnen korte, onvertakte perifysen aanwezig zijn. Tussen de asci komen bij sommige soorten draadvormige elementen (parafysoïden) voor.
De ascosporen zijn meestal ellipsoïde, langwerpig tot enigszins knotsvormig. Ze zijn aanvankelijk kleurloos (hyaliene) en kunnen bij rijping lichtbruin tot donkerbruin worden. Gewoonlijk bezitten ze één tot drie dwarssepta. De sporen meten, afhankelijk van de soort, ongeveer 6,5–22 × 3–8 µm. Hun oppervlak is glad tot zwak wrattig en een gelatineuze omhulling kan aanwezig zijn.
Bij sommige soorten worden ook pycnidiën gevormd, waarin kleurloze, doorgaans korte en staafvormige conidiën ontstaan.
Alle goed onderzochte soorten van Sphaerellothecium zijn lichenicool, wat betekent dat zij op korstmossen leven. Ze groeien op het thallus of de apotheciën van uiteenlopende gastheersoorten. De relatie met de gastheer is meestal parasitair, hoewel sommige soorten slechts geringe schade veroorzaken.
Het geslacht is aangetroffen op korstmossen uit verschillende geslachten, waaronder Cladonia, Parmelia, Ochrolechia, Cetraria, Lecanora en Placidium. Verschillende soorten vertonen een duidelijke voorkeur voor bepaalde gastheren.
Zo groeit Sphaerellothecium araneosum op Ochrolechia tartarea, terwijl Sphaerellothecium breussii werd beschreven van Placidium lacinulatum. Sphaerellothecium parietinarium is onder meer bekend van Xanthoria parietina.
Sphaerellothecium heeft een wereldwijde verspreiding en komt vooral voor in gematigde streken. Soorten zijn onder meer bekend uit Europa, Noord-Amerika en het noordpoolgebied. Ook van Antarctica zijn vertegenwoordigers gemeld.
De verspreiding van afzonderlijke soorten hangt mede samen met het voorkomen van hun specifieke korstmosgastheren.
Het geslacht werd door Wilhelm Zopf in 1897 beschreven in zijn onderzoek naar ziekten van korstmossen die door parasitaire schimmels worden veroorzaakt. Hij bracht de eerder als Sphaerella araneosa beschreven soort onder in het nieuwe geslacht als Sphaerellothecium araneosum.
Het geslacht vertoont morfologische overeenkomsten met Stigmidium en Echinothecium. Een kenmerk dat bij veel soorten van Sphaerellothecium voorkomt, is het netwerk van donkere, dikwandige hyfen op het oppervlak van de gastheer. De afgrenzing ten opzichte van Echinothecium is in de literatuur verschillend behandeld. Voor een definitieve beoordeling van deze verwantschap is aanvullend moleculair onderzoek nodig.
Volgens Species Fungorum worden de volgende 39 soorten als geaccepteerd beschouwd (peildatum oktober 2026):
De namen Sphaerellothecium pumilum, Sphaerellothecium reticulatum en Sphaerellothecium episquamarinae worden door Species Fungorum als synoniemen behandeld en zijn daarom niet in bovenstaande lijst opgenomen.