Ta Som

Ta Som
Oostelijke gopura in de derde omheining
Oostelijke gopura in de derde omheining
Tempel in Cambodja
Locatie Angkor
Coördinaten 13° 28′ NB, 103° 55′ OL
Religie Boeddhisme
Bouwjaar eind 12e eeuw
Detailkaart
Ta Som (Cambodja)
Ta Som
Ruïnes van het centrale heiligdom
Ruïnes van het centrale heiligdom
Lijst met tempels in Cambodja
Portaal  Portaalicoon   Religie

Ta Som (Khmer: ប្រាសាទតាសោម) is een boeddhistische tempel in Angkor in Cambodja. De tempel is aan het einde van de twaalfde eeuw gebouwd voor koning Jayavarman VII.

Geschiedenis

Ta Som is gebouwd tijdens de regeerperiode van Jayavarman VII, een krachtige heerser die het Mahayana-boeddhisme tot staatsreligie verhief. Inscripties in de nabij gelegen tempel Preah Khan lijken erop te wijzen dat de oorspronkelijke naam in het Sanskriet Gaurashrigajaratna was, wat "Het Juweel van de Heilige Witte Olifant" betekent. De witte olifant was een krachtig symbool van koninklijke autoriteit en spirituele zuiverheid.

Waarschijnlijk wijdde Jayavarman VII de tempel aan zijn vader, Dharanindravarman II, die in de jaren 1150 over het Khmer-rijk regeerde. Inscripties op de deurposten bevatten lijsten met namen van hoge priesters en lokale heren. Dit laat zien dat Ta Som niet alleen een spirituele functie had, maar ook diende als een economisch centrum voor het beheer van de omliggende rijstvelden.

Architectuur

Alle structuren van Ta Som zijn op het grondniveau opgetrokken zonder gebruik te maken van kunstmatige verhogingen of piramidevormige terrassen. De tempel heeft drie concentrische ommuringen van lateriet die de bezoeker stap voor stap naar de heilige kern leiden, een structuur die symbool staat voor de hindoeïstische en boeddhistische kosmologie. De buitenste ommuring meet circa 240 bij 200 meter en wordt aan de oost- en westzijde onderbroken door monumentale gopura's die zijn versierd met vier gezichten in de Bayon-stijl, geflankeerd door kleine vertrekken met ramen. Deze gezichten stellen de bodhisattva Lokeshvara voor. De serene glimlach was bedoeld om de barmhartigheid van het boeddhisme uit te stralen over de vier windstreken van het rijk. wiens glimlach de compassie van het boeddhisme over het rijk uitstraalt. De toren wordt bekroond met een amalaka, een stenen schijf met ribbels aan de rand.

Na het passeren van deze poorten volgt een gracht die wordt overgestoken via een verhoogd pad dat oorspronkelijk aan weerszijden was afgezet met naga-balustrades en versierd met grote garoeda-figuren. De tweede ommuring bevat gopura's van zandsteen met kleine vleugels en balusterramen die alleen naar buiten openen, overdekt met elkaar kruisende tongewelven.

De binnenste zone wordt gevormd door galerijen van lateriet en zandsteen van 20 bij 30 meter, met paviljoens op de hoeken die beschikken over kruisgewelven en gemodelleerde schijndeuren. Op de centrale binnenplaats staan twee zandstenen bibliotheekgebouwen die naar het oosten openen en waarvan het zuidelijke gebouw het best bewaard is gebleven. Het eigenlijke heiligdom in het centrum heeft een kruisvormig grondplan met vier vestibules en een rijk gedecoreerde kroonlijst. Hoewel de oorspronkelijke opzet van een quincunx-opstelling met vijf torens uitging — een verwijzing naar het silhouet van de berg Meru, zoals bij Angkor Wat — staat alleen de oostelijke toren nog volledig overeind.

Uitzonderlijk gedetailleerde devata-reliëfs sieren de muren van Ta Som. Deze vrouwelijke godheden vertonen een zeldzame individualiteit in kapsels en juwelen, wat suggereert dat ze mogelijk gebaseerd zijn op werkelijke personen uit de Khmer-samenleving.

Het meest markante overblijfsel van het complex is de oostelijke gopura in de buitenste omheining, die volledig is vergroeid met een enorme bodhiboom. De wortels van deze boom zijn door de zandstenen blokken heen gegroeid en vormen nu een onlosmakelijk deel van de structuur. Dit vormt een krachtig symbool van de symbiose tussen architectuur en natuur.

Afbeeldingen

Literatuur

Zie de categorie Ta Som van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.