| Thopia | ||
|---|---|---|
| Land | Middeleeuws Albanië:
| |
| Regeringszetel | Durrës, Albanië | |
| Titels | Prins van Albanië, Heerser van Durrës, Heerser van Krujë, Graaf van Mat | |
| Oprichter | Tanush I Thopia | |
| Laatste regeerder | Niketa Thopia | |
| Etniciteit | Albanees | |
Het huis Thopia (Albanees: Shtëpia e Topiajt) was een Albanese dynastie die vanaf 1328 over het vorstendom Thopia in Centraal-Albanië heerste. Onder Tanush I en Andrea I regeerde de familie als vazal van het Huis Anjou-Sicilië over delen van het Koninkrijk Albanië. Onder Karl Thopia bereikte de dynastie haar grootste macht en verdreef zij in 1368 de Anjou-dynastie uit Albanië, waarna Karl zich als onafhankelijk prins van Albanië vestigde en hij in de stad Durrës resideerde. Zijn nageslacht volgde hem tot de Ottomaanse veroveringen in 1415 op.

De stamvader van de Thopia-familie, Tanush I Thopia, wordt in 1329 vermeld als een van de graven van Albanië onder het Huis Anjou-Sicilië, dat het Koninkrijk Albanië bestuurde. Tanush I werd verbonden met het gebied Mat. De familie had aanvankelijk banden met de oosters-orthodoxe kerk, maar raakte in de loop van de 14e eeuw, mede door haar nauwe betrekkingen met de katholieke Angevijnse heersers, verbonden met de Rooms-Katholieke Kerk. Tanush I werd opgevolgd door zijn zoon Andrea I Thopia. De familie breidde onder de volgende generaties haar macht in centraal-Albanië verder uit. De belangrijkste telg van de dynastie werd uiteindelijk Karl Thopia, de zoon van Andrea I en de prinses Helena Anjou. Door zijn moeder was Karl Thopia een kleinzoon van Robert van Anjou, koning van Napels en heerser over het Koninkrijk Albanië. Zijn afkomst gaf hem niet alleen aanspraken binnen de Albanese adel, maar verbond het huis Thopia rechtstreeks met het Huis Anjou-Sicilië. Karl Thopia kwam in opstand tegen de heerschappij van Anjou en wist in 1368 Durrës in handen te krijgen. Hiermee maakte hij een einde aan de Angevijnse heerschappij over het grootste deel van het Albanese binnenland en vestigde hij het Prinsdom Albanië. Karl werd de machtigste vertegenwoordiger van het huis Thopia en heerste over een groot deel van centraal-Albanië.
De positie van Karl werd mede versterkt door zijn familiebanden met andere Albanese edelen. In 1370 trouwde hij met Vojsava Balsha, een telg van het Huis Balsha. Dit huwelijk verbond twee van de belangrijkste Albanese dynastieën met elkaar. De politieke samenwerking hield echter geen stand. De Thopia's en Balsha's raakten verwikkeld in een territoriaal conflict over gebieden in centraal-Albanië. Het conflict bereikte een hoogtepunt in 1385, toen Balsha II met een leger tegen Karl Thopia optrok. In de Slag bij Savra werd het leger van Balša II verslagen en kwam Balša II om het leven. Karl Thopia wist zijn machtspositie hierdoor te behouden. Bij de strijd waren ook Ottomaanse troepen betrokken, waarmee Karl een tijdelijke militaire samenwerking was aangegaan. De overwinning maakte Karl opnieuw tot de belangrijkste machthebber in een groot deel van centraal-Albanië. Uit het huwelijk met Vojsava Balsha kreeg Karl Thopia vijf kinderen: Gjergj Thopia, Helena Thopia, Niketa Thopia, Maria Thopia en Vojsava Thopia. De kinderen van Karl zouden na zijn dood verschillende delen van het voormalige Thopia-gebied erven of besturen. Zijn zoon Gjergj Thopia kreeg de heerschappij over Durrës, terwijl zijn dochter Helena Thopia verbonden was met Krujë. Helena trouwde in 1394 met Konstantin Balsha, een lid van de Balsha-dynastie. Daarmee werd de familieband tussen de Thopia's en Balsha's opnieuw voortgezet, ondanks het eerdere conflict tussen beide adellijke families.

Gjergj Thopia was gehuwd met Teodora Branković, afkomstig uit een Servische adellijke familie. Hij stierf zonder kinderen na te laten, waardoor zijn tak van de dynastie uitstierf. Na zijn dood kwam Durrës uiteindelijk onder Venetiaanse invloed. De Thopia-bezittingen werden daardoor steeds verder verdeeld tussen familieleden, regionale machthebbers en buitenlandse machten Niketa Thopia, een andere zoon van Karl, vormde vervolgens een belangrijke zijtak van de dynastie. Hij wist zijn positie in centraal-Albanië te handhaven en kwam eveneens in conflict met zowel de Republiek Venetië als andere Albanese adellijke families. Niketa wordt doorgaans beschouwd als de laatste belangrijke territoriale heerser van het huis Thopia. In 1415 werd zijn machtsgebied door de Ottomanen veroverd. Het einde van de zelfstandige Thopia-heerschappij betekende echter niet het einde van de familie. Verschillende leden en nakomelingen van het geslacht bleven in Albanië aanwezig en sommige Thopia's werden later opgenomen in het netwerk van Albanese adel dat zich tegen de Ottomanen verzette. Leden van de familie waren in de 15e eeuw betrokken bij de bredere Albanese politieke en militaire beweging die uiteindelijk leidde tot de oprichting van de Liga van Lezhë in 1444.
