Raymond Loucheur

Raymond Loucheur (Tourcoing, 1 januari 1899 – Nogent-sur-Marne, 14 september 1979) was een Frans componist en muziekpedagoog.

Levensloop

Loucheur begon zijn muziekstudies aan het CRD - Conservatoire Arthur Honegger in Le Havre bij Henri Woollett. Vervolgens studeerde hij aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs bij Henri Dallier, Paul Fauchet, Nadia Boulanger (harmonie), André Gedalge (contrapunt en fuga), Paul Vidal en Max d’Ollone (compositie), Vincent d'Indy (orkestdirectie) en Joseph Baggers. Met zijn cantate Héraklès à Delphes, op een libretto van René Puaux, won hij in 1928 de Prix de Rome. Dit was verbonden met een verblijf in de Villa Medici in Rome, waar ook zijn eerste grote composities ontstonden.

Van 1925 tot 1940 was hij muziekleraar aan verschillende openbare scholen in Parijs. In 1938 werd hij "inspecteur divisionnaire" en in 1941 als opvolger van Jean Roger-Ducasse generale inspecteur voor het muziekonderwijs aan de stedelijke scholen van Parijs. In 1946 werd hij generale inspecteur in het Franse ministerie van onderwijs. Van 1956 tot 1962 was hij als opvolger van Marcel Dupré directeur van het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs.

Als componist schreef hij werken voor verschillende genres. Voor zijn werken werd hij met diverse nationale prijzen bekroond, zoals de Prix Georges Bizet (1935) en de Grand Prix national de la musique in 1934 en 1974.

Composities

Werken voor orkest

Symfonieën

Concerten voor instrumenten en orkest

  • 1954/1956: Concertino, voor trompetten en orkest - ook in een versie voor trompetten en blazerssextet
  • 1960-1963: Concert, voor viool en orkest
  • 1963: Concertino, voor slagwerk en orkest
  • 1967-1968: Concert, voor cello en orkest

Andere werken voor orkest

  • 1934: Défilé inspiré d'une photographie sportive comprenant 4 parties, voor orkest
    1. Convocation
    2. les enfants
    3. les jeunes filles
    4. les jeunes gens
  • 1938: Pastorale
  • 1940: En famille, voor kamerorkest
  • 1945: Rapsodie malgache pour le cinquantenaire du rattachement de Madagascar à la France en 1895
    1. Les musiciens
    2. les Piroguiers
    3. les Sorciers
    4. les Guerriers
  • 1949: Suite nr. 1 uit het ballet "Hop-Frog"
  • 1949: Suite nr. 2 uit het ballet "Hop-Frog"
  • 1951: Divertissement
  • 1971: Thrène, voor dwarsfluit en strijkorkest
  • 1973: Hommage à Raoul Dufy

Werken voor harmonieorkest

Muziektheater

Balletten

Voltooid in titel aktes première libretto choreografie
1935-1948 Hop-Frog 2 aktes 17 juni 1953, Parijs, Opéra Garnier Edgar Allan Poe Harold Landes

Vocale muziek

Cantates

Werken voor koor

  • 1936: La Ballade des petites filles qui n'ont pas de poupée, voor 4 solisten, gemengd koor en piano
  • 1937: L'apothéose de la Seine, voor spreker, mezzosopraan, gemengd koor, ondes Martenot en orkest
  • Le Jeune Menetrier, voor driestemmig koor
  • Psaume XXXIX, voor gemengd koor en orkest
  • Renard et Chanteclerc, voor driestemmig koor

Liederen

  • 1934: 3 Duos, voor sopraan, gemengd koor en orkest
    1. Nostalgiques
    2. Pour Mnasidica - tekst: Sappho
    3. Chanson des Ingénieurs - tekst: Paul Verlaine «poèmes Saturniens»
  • 1938: Chansons de la bulle, voor zangstem en piano - tekst: Renée de Brimont
    1. La Bulle de savon
    2. La Tasse de lait
    3. L'Œuf à la coque
    4. Le Pantin gourmand
    5. Le Bélier noir
    6. Fleur-des-Pois
    7. Le Rayon-de-Soleil
  • 1946: Chant du Stade, voor zangstem en piano - tekst: José Bruyr
  • 1952-1957: 5 Gedichten, voor mezzosopraan en strijkkwartet - tekst: Rainer Maria Rilke

Kamermuziek

Werken voor piano

Bibliografie