| Thomas Koschat | ||||
|---|---|---|---|---|
Thomas Koschat Lithografie door Josef Bauer, 1884 | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Thomas Koschat | |||
| Geboren | 8 augustus 1845 | |||
| Overleden | 19 mei 1914 | |||
| Land | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep(en) | dirigent, zanger (bas) | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Instrument | piano | |||
| Belangrijkste werken | Schneewalzer (Sneeuwwals), Aus Kärntner Bergen, Am Wörthersee, Der Schreckschuß | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Prijzen en erkenningen | Orde van de Rode Adelaar | |||
| Links | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| (en) Discogs-profiel | ||||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Thomas Koschat (Viktring, 8 augustus 1845 – Wenen, 19 mei 1914) was een Oostenrijks componist, dirigent en zanger (bas).
Koschat was al vroeg lid van een kerkkoor, dat gedirigeerd werd door Josefine Moro. Josefine Moro was de zuster van de werkgever (textielbedrijf) van zijn vader, Leopold von Moro. De familie Moro woonde in een voormalig kloostergebouw, dat oorspronkelijk door de Cisterciënzers was aangelegd. In de tuin van dit gebouw werd door het gezin van Moro en diens vrienden regelmatig gezongen. Thomas kon later naar Klagenfurt op het gymnasium van de Benedictijnen. Vanaf 1865 studeerde hij scheikunde in Wenen, dit op advies van Leopold von Moro aan de vader van Thomas. Hij stopte met deze studie in 1867. Thomas' vader overleed in 1862.
In Wenen werd hij lid van drie zangverenigingen, van het Wiedner mannenkoor (Wiedner Männerchor) van de Weense mannenzangvereniging (Wiener Männergesang-Verein) en van de Academische zangvereniging (Akademischer Gesangsverein). De laatstgenoemde vereniging was voor hem de springplank als bas in de Weense hofopera. Vanaf 7 november 1867 werkte hij in het koor van deze gerenommeerde institutie. Later werd hij zelf dirigent van dit koor van de hofopera. In 1874 werd hij ook bas in het koor van de Stephansdom in Wenen. In 1878 werd hij bas in de keizerlijke hofkapel. In 1907 werd hij tot erelid van de hofopera benoemd.
Hij richtte het Koschat Kwintet op, een zanggroep bestaande uit Rudolf Traxler, Walter Fournes, Georg Haan, Klemens Fochler en Thomas Koschat. Met dit kwintet ging hij op concerttournee door Europa en de Verenigde Staten. Dit kwintet zong naast walsliederen ook de liederen vanuit Karinthië, die daardoor ook buiten deze regio en buiten Oostenrijk bekend werden. Hij richtte meerdere zangkwartetten en -kwintetten, maar ook zangverenigingen op.
In de loop van zijn leven ontving hij vele eretekens en onderscheidingen, waarvan de door keizer Wilhelm II van Duitsland uitgereikte Orde van de Rode Adelaar voor hem belangrijk was. Toen hij in 1912 met pensioen ging, eerde de hofopera, waar hij meerdere decennia bestuurslid van het koor was geweest, hem met de uitvoering van het zangspel Am Wörthersee, een eigen compositie van Koschat.

Koschat is in een eregraf op de begraafplaats Annabichl van de stad Klagenfurt begraven. Tijdens de uitvaartplechtigheden zong een koor met 622 leden. In Klagenfurt werd ter nagedachtenis aan hem een Thomas-Koschat-Museum ingericht en er is zowel een park als een straat naar hem genoemd. De gemeente Velden am Wörther See heeft hem tot ereburger benoemd en een promenade naar hem genoemd. In het 19e district (Bezirk) in de wijk Döbling van de Oostenrijkse hoofdstad Wenen is een steeg, de Koschatgasse, naar hem genoemd.
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 1878 | Am Wörthersee, op. 26 | 1 akte | 22 maart 1880, Wenen, Weense hofopera | van de componist |
| 1879 | s'Röserl vom Wörthersee, op. 28 | 3 bedrijven | Heinrich Schmidt, August Proft | |
| 1881 | Der Gosauschmied | |||
| 1882 | Eine Bauernhochzeit in Kärnten, op. 34 | |||
| 1890 | Die Rosenthaler Nachtigall | 4 bedrijven | ||
| 1891 | Aus den Kärntner Bergen | |||
| 1893 | Der Bürgermeister von Sankt Anna | |||
| 1893 | Der Schreckschuß, op. 90 | 1 akte | 1894 | van de componist |
| 1895 | Auf der Brautschau |