
Dame Elizabeth Violet Maconchy Le Fanu DBE (Broxbourne, 19 maart 1907 – Norwich, 11 november 1994) was een Brits componiste van Ierse afkomst.
Maconchy groeide op het land in Engeland en later in Ierland op. Al op zesjarige leeftijd kon zij de piano bespelen en schreef eenvoudige liedjes. Van 1923 tot 1929 studeerde zij bij Arthur Alexander (piano), Charles Wood en Ralph Vaughan Williams (compositie) aan het Royal College of Music in Londen. Alhoewel zij na het behalen van haar diploma's meerdere prijzen won, kon zij met een studiebeurs van de Octavia Travelling Scholarship in Praag bij Karel Boleslav Jirák verder te studeren. Aldaar werd ook voor het eerst een van haar werken op 19 maart 1930 - haar 23e verjaardag - uitgevoerd. Het Concertino voor piano en kamerorkest ging met de componist Ervín Schulhoff als solist en het Praags Filharmonisch Orkest in de Smetana Hall in première. De invloed van haar mentor Ralph Vaughan Williams en Gustav Holst is in dit werk herkenbaar, maar ook een uitkijk op de ontwikkelingen in Centraal-Europa, vooral op Béla Bartók.
Zij ging naar Engeland terug. Eveneens in 1930 huwde zij met de medische historicus William Le Fanu; samen hadden zij twee dochtertjes (Elisabeth Anna, geboren in 1939, en Nicola, geboren in 1947, ook een componiste). Haar composities werden nu meer en meer bekend, haar werken werden nu ook in Engeland uitgevoerd. De bekende dirigent Sir Henry Wood stelde haar suite The Land met groot succes tijdens de Promsconcerten op 30 augustus 1930 in Londen voor. Gevolgd werd deze succes door uitvoeringen van andere werken in het kader van de door Anne Macnaghten en Iris Lemare georganiseerde concerten in het Ballet Club Theatre en later in het Mercury Theatre. In Centraal-Europa werden vooral haar 13 strijkkwartetten zeer gewaardeerd.
In 1932 werd zij erg ziek door tuberculose. Haar compositorische activiteiten moest zij in het verdere verloop van deze ziekte sterk reduceren. In verband met de reconvalescentie vertrok zij met haar man op het land in de graafschap Kent. Eerst rond 3 jaar later kon zij weer inzetten met het componeren van muziek. Later onthechtte zij zich van de door Vaughan Williams gekenmerkte compositiestijl en ontwikkelde haar eigen stijl, die gekenmerkt was van sterke concentratie en dichtheid. Zij schreef werken voor naast alle genres.
Maconchy Le Fanu was 1959-1960 bestuurslid van de Composers’ Guild of Great Britain en voorzitter van de Society for the Promotion of New Music. In 1977 werd zij onderscheiden tot Commander of the British Empire (CBE) en tien jaar later door de Koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk onderscheiden als Dame Commandeur in de Orde van het Britse Rijk.
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 1956-1957; rev.1966 |
The Sofa | 1 akte | 13 december 1959, Londen, Sadler's Wells Theatre; rev. versie: 28 februari 1967, Londen, Town Hall, Euston Road |
Ursula Vaughan Williams naar Claude Prosper Jolyot de Crébillon «Le sofa» |
| 1957-1958; rev.1967, 1969, 1977 |
The Three Strangers | 1 akte | 5 juni 1968, Bishop's Stortford College | van de componiste naar T. Hardy "Wessex tales: The Three Wayfarers" |
| 1960-1961 rev.1977 |
The Departure | 1 akte | 16 december 1962, Londen, Sadler's Wells Theatre | Anne Ridler |
| 1969 | Johnny and the Mohawks, kinderopera | 1 akte | zomer 1971, Londen, Francis Holland School | van de componiste |
| 1975; rev.1976 |
The King of the Golden River, kinderopera | 1 akte | 29 oktober 1975, Oxford, U. Church of St Mary | van de componist naar J. Ruskin |
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto | choreografie |
|---|---|---|---|---|---|
| 1933 | Great Agrippa | 1933 concertante uitvoering; 4 februari 1935, Londen, Mercury |
naar Heinrich Hoffmann "Struwwelpeter" | ||
| 1935 | Little Red Shoes (teruggetrokken) | G. Reverat en de componiste, naar Hans Christian Andersen | |||
| 1939-1940 | Puck Fair; voor 2 piano's gecomponeerd; in 1948 georkestreerd door Boyle; in 1953 de orkestratie door de componiste gereviseerd |
5 scènes | 10 mei 1948, Cork, Opera House | Frederick Robert Higgins |