Stroetbolle

Stroetbolle
Akte van belening uit 1356
Akte van belening uit 1356
Locatie
Plaats Sint-Oedenrode, Nederland
Bouwkundige informatie
Kasteeltype adellijke woning
Status en tijdlijn
Gebouwd in 14e eeuw
Gesloopt in 18e eeuw (?)

Stroetbolle (ook gespeld als Stro(o)bol, Strootbolle of Stroysbol) was een hoeve en adellijke woning in de Nederlandse plaats Sint-Oedenrode, provincie Noord-Brabant. Van de oorspronkelijke bebouwing is niets bewaard gebleven.

De naam Stroetbolle wijst op een zandige hoogte in een moerassig gebied.

Geschiedenis

De oudste vermelding dateert uit 1356: hertog Wenceslaus en hertogin Johanna van Brabant beleenden Willem van Bobnaghel Lucassoen van Erp met de hoeve Stroetbolle. Willem was overigens niet de eerste leenman, want Lonys uten Woude ging hem voor.

In de tweede helft van de 14e eeuw viel het leen Stroetbolle uiteen in de hoeve Stroetbolle (ook wel: d'aude Stroetbolle), een leengoed Stroetbolle en het Bunsland (het latere Bruynsland/Vogelsanck).

Inbeslagname

Leenman Jan van Erp - eigenaar van het Hertogenhuis en gehuwd met Agnes van Sompeke - moest nog achterstallige grondrenten voldoen. Philips van Bourgondië nam daarom de hoeve in beslag en bracht deze op 26 augustus 1454 onder bij mr. Ambrosius van Dynter. Omdat het echtpaar niet voldeed aan de gestelde financiële eisen, raakten ze in 1459 de hoeve definitief kwijt. De hoeve werd nu in leen uitgegeven aan Ambrosius.

Van Bouchem en Van der Dussen

In 1461 werd Melijs van Bouchem, gehuwd met Ambrosius' dochter Hillegaerd van Dynter, beleend met Stroetbolle. Dit was in plaats van de erfrenten die Ambrosius van Dynter hen als onderdeel van de huwelijksvoorwaarden had toegezegd. Na het overlijden van Melijs werd Hillegaerd in 1483 met de hoeve beleend. Zij liet de hoeve in 1501 weer na aan haar dochter Barbara van Bouchem.

Barbara was getrouwd met Jan van der Dussen. Ze gaf de Stroetbolle door aan hun dochter Marie van der Dussen, die huwde met Jan de Jode. Hun drie kinderen Arnt, Florijs, Ambrosius en Digna de Jode erfden in 1530 de Stroetbolle.

Ruil

Arnt de Jode, heer van Hardinxveld, ruilde in 1545 de Stroetbolle met goederen van Jan Millinck. Die laatste werd in 1547 officieel met de Stroetbolle beleend. In 1552 kreeg Millinck ook het Hertogenhuis te Sint-Oedenrode in bezit. Hij verkocht nog voor zijn dood in 1567 zowel de Stroetbolle als het Hertogenhuis aan zijn zwager Splinter van Hargen, die de eigendommen weer naliet aan zijn kinderen Andries en Ottelina van Hargen.

Bouw van een woonhuis

Ottelina van Hargen trouwde in 1582 met Huijbert van Malsen, heer van Tilburg. Hij liet in 1598 een woonhuis bouwen op het goed Stroetbolle. Ottelina verkreeg uiteindelijk ook de helft die haar broer Andries had geërfd, zodat ze in 1614 werd beleend met de volledige Stroetbolle.

Ottelina's zoon Adriaan erfde de Stroetbolle in 1616. Hij overleed kinderloos, waardoor zowel de Stroetbolle als het Hertogenhuis vererfden naar zijn zus Maria, die de bezittingen weer overdeed aan de Megense drossaard Charles van den Campe. Deze werd in 1633 met de Stroetbolle beleend.

Van Lalaing

Charles' dochter Catharina van den Campe erfde de Stroetbolle. Ze huwde Jan Baptista Larchier, die er vervolgens in 1662 mee werd beleend. Hun dochter Maria Catharina Josephine trouwde met Maximiliaan Joseph graaf van Lalaing, zodat de belening in 1708 op zijn naam terecht kwam. Maximiliaan overleed in 1756, Maria in 1764. Ze lieten de Stroetbolle na aan hun zoon Charles Joseph. Overigens was de woning inmiddels afgebrand.

In 1774 verkocht Charles' zoon Maximiliaan Carolus graaf van Lalaing zowel het Hertogenhuis als de Stroetbolle. De nieuwe eigenaar van de ruïneuze Stroetbolle (inclusief Vogelsanck) was Jacob Kien. Diens nakomelingen behielden de Stroetbolle tot in de 19e eeuw.

In de tweede helft van de 19e eeuw kocht statenlid Willem van Homberg de Stroetbolle aan, op dat moment bestaande uit twee hoeven.