Cum Primum

Deel van de serie over
documenten van de
Heilige Stoel

Constituties, encyclieken,
exhortaties en instructies

Wapen van de Heilige Stoel
op gezag van
de Heilige Stoel
Constituties

Sacrosanctum Concilium
Gaudium et Spes
Lumen Gentium

Encyclieken

Pius IX
Leo XIII
Pius X
Benedictus XV
Pius XI
Pius XII
Johannes XXIII
Paulus VI
Johannes Paulus II
Benedictus XVI
Franciscus

Instructies

Inter Oecumenici
Liturgiam Authenticam
Redemptionis Sacramentum

Cum primum is een encycliek van paus Gregorius XVI, uitgevaardigd op 9 juni 1832 en gericht aan de aartsbisschoppen en bisschoppen die in het Koninkrijk Polen verbleven. Het document verscheen in de nasleep van de Novemberopstand van 1830–1831 tegen het Russische gezag en behandelt in het bijzonder de plicht van christenen tot gehoorzaamheid aan wettig wereldlijk gezag.

In de encycliek baseert Gregorius XVI die gehoorzaamheid op de Schrift en de kerkelijke traditie. Zij is volgens de tekst echter niet onbeperkt: een christen is niet gehouden aan voorschriften die strijdig zijn met de wetten van God en de Kerk. De encycliek werd in Polen en elders in Europa zeer omstreden. Hoewel het document in de historiografie dikwijls wordt samengevat als een pauselijke veroordeling van de Novemberopstand, heeft historicus Alan J. Reinerman erop gewezen dat een expliciete veroordeling van de Poolse revolutie en van de deelname van geestelijken uit de definitieve tekst werd verwijderd.

Historische achtergrond

Na de Poolse delingen was het grootste deel van het voormalige Hertogdom Warschau op het Congres van Wenen van 1815 ingericht als het Koninkrijk Polen, in personele unie met de Russische tsaar. Onder Nicolaas I werden volgens Reinerman de bijzondere rechten en de afzonderlijke positie van het koninkrijk steeds verder beperkt. In november 1830 brak een opstand tegen het Russische gezag uit. Een deel van de Poolse rooms-katholieke geestelijkheid steunde de opstand, wat voor de Russische regering een belangrijke reden was om bij de Heilige Stoel op een pauselijke interventie aan te dringen.

De verhouding tussen de Poolse nationale beweging en de katholieke hiërarchie was in deze periode complex. Historicus Jared N. Warren stelt dat een groot deel van de katholieke hiërarchie in de jaren 1830 afwijzend stond tegenover revolutionaire bewegingen. De ervaringen met de Franse Revolutie en de napoleontische oorlogen hadden ertoe bijgedragen dat revolutionair nationalisme door veel kerkelijke gezagsdragers als een bedreiging voor kerk en maatschappelijke orde werd gezien. De deelname van sommige Poolse geestelijken aan de Novemberopstand vormde volgens Warren een directe achtergrond van Cum primum.

Gregorius XVI stond bovendien zelf afwijzend tegenover revolutionaire politiek. Reinerman verbindt deze houding zowel met zijn algemene opvattingen over de verhouding tussen christendom en politiek gezag als met de revoluties die kort daarvoor de Kerkelijke Staat hadden getroffen. Tegelijk speelde diplomatie een rol. De Oostenrijkse staatsman Klemens von Metternich trachtte de paus ervan te overtuigen dat loyaliteit van Poolse katholieken aan de tsaar hun positie binnen het Russische Rijk zou kunnen verbeteren.

Inhoud

Adressering en aanleiding

De officiële Vaticaanse uitgave omschrijft Cum primum als een encycliek en adresseert haar aan alle aartsbisschoppen en bisschoppen die in het Koninkrijk Polen verbleven. In de openingspassages verwijst Gregorius XVI naar de onrust van het voorafgaande jaar. Hij schrijft deze toe aan personen die volgens hem onder het voorwendsel van godsdienst mensen tegen het wettige gezag hadden opgezet. Vervolgens draagt hij de bisschoppen op dergelijke ideeën met behulp van de Schrift en de kerkelijke traditie te bestrijden.

De encycliek noemt de Novemberopstand niet bij naam. Volgens Reinerman was dit niet toevallig. De Russische regering had een specifieke pauselijke veroordeling van de opstand en van de rol van de Poolse geestelijkheid gewenst. Een dergelijke formulering kwam in een eerdere versie voor, maar werd volgens Reinerman door Gregorius XVI zelf verwijderd. De paus koos in de definitieve versie voor algemene beginselen betreffende politiek gezag en christelijke gehoorzaamheid.

Schrift en traditie

Voor de leer over wereldlijk gezag beroept Gregorius XVI zich in de eerste plaats op Romeinen 13, in het bijzonder Romeinen 13:1–2, waar Paulus oproept tot onderwerping aan hogere machten. Daarnaast verwijst hij naar 1 Petrus 2:13–14, waarin christenen worden aangespoord zich om Gods wil aan menselijke instellingen en gezagsdragers te onderwerpen.

De paus verbindt deze bijbelplaatsen met voorbeelden uit de vroegchristelijke traditie. Hij haalt Augustinus van Hippo aan over christelijke soldaten die een niet-christelijke keizer dienden, terwijl zij onderscheid maakten tussen hun tijdelijke heer en God als eeuwige Heer. Ook beroept hij zich op Tertullianus om te betogen dat christelijke loyaliteit tegenover het burgerlijk gezag verenigbaar was met hun eerste religieuze verplichting jegens God.

Reinerman plaatst dit Schriftgebruik binnen een langer bestaande christelijke traditie inzake politiek gezag. Hij betoogt dat Gregorius' beroep op Paulus niet uitsluitend als diplomatiek middel ten gunste van de Russische tsaar kan worden verklaard, maar aansloot bij de eigen religieuze en politieke overtuigingen van de paus.

Grens van de gehoorzaamheid

De gehoorzaamheid die Cum primum verlangt, wordt in het document niet als absoluut voorgesteld. Gregorius XVI stelt uitdrukkelijk dat gehoorzaamheid verschuldigd is aan de door God gewilde machten, behalve wanneer hun voorschriften in strijd zijn met de wetten van God en de Kerk. Daarmee wordt het wereldlijk gezag in de redenering van de encycliek zelf aan een hogere religieuze norm onderworpen.

De tekst ontwikkelt geen afzonderlijke theorie over de beste staatsvorm. De argumentatie concentreert zich op de legitimiteit van bestaand gezag, de morele plicht tot gehoorzaamheid en de grens die het goddelijke en kerkelijke recht volgens de paus aan die gehoorzaamheid stelt. Reinerman karakteriseert het grootste deel van het document als een uiteenzetting van algemene beginselen die volgens Gregorius voor de Kerk als geheel golden; vooral de slotpassages verbinden deze beginselen rechtstreeks met de concrete Poolse situatie.

Rol van bisschoppen en geestelijkheid

De bisschoppen krijgen in Cum primum de opdracht de gelovigen over deze leer te onderrichten en op te treden tegen wat de encycliek als misleidende of revolutionaire doctrines beschouwt. Ook verwacht de paus dat de geestelijkheid zich door leer, voorzichtigheid en levenswandel zo gedraagt dat zij geen aanleiding geeft tot politieke verdenking.

Volgens Reinerman hield dit tevens verband met de wens de Poolse geestelijkheid buiten revolutionaire politieke activiteit te houden. Warren plaatst dat streven in een breder conflict tussen de prioriteiten van Poolse revolutionairen en die van de katholieke hiërarchie in deze periode.

Theologische en politieke betekenis

De theologische redenering van Cum primum verbindt drie elementen: de goddelijke oorsprong van legitiem gezag, de morele verplichting van christenen tot gehoorzaamheid en de voorrang van Gods wet wanneer beide met elkaar in conflict komen. Schrift en traditie fungeren daarbij als normatieve bronnen. De encycliek behandelt burgerlijke gehoorzaamheid dus niet uitsluitend als een kwestie van politieke doelmatigheid, maar als een religieus-morele verplichting.

Tegelijk was het document nauw verbonden met de concrete politieke omstandigheden van 1832. Reinerman onderscheidt daarom tussen Gregorius' principiële overtuigingen en zijn diplomatieke berekening. Volgens hem hoopte de paus dat aantoonbare loyaliteit van Poolse katholieken Nicolaas I ertoe zou bewegen hen milder te behandelen. Gregorius beschikte volgens deze interpretatie over weinig andere middelen om hun positie na de nederlaag van de opstand te beïnvloeden.

Deze diplomatieke dimensie blijkt ook uit het slot van de encycliek. Gregorius XVI spreekt daar de verwachting uit dat de vorst verzoeken ten behoeve van de katholieke godsdienst welwillend zal ontvangen en verklaart dat de Heilige Stoel zich daarvoor zal blijven inzetten.

Receptie

Cum primum veroorzaakte scherpe reacties. Volgens Reinerman beschouwden veel Polen het document als een teken dat Rome hen in de steek liet. Ook in West-Europa kwam kritiek, in het bijzonder uit liberaal-katholieke kring.

Een uitgesproken criticus was de Franse priester en denker Félicité de Lamennais. Hij beweerde dat de paus de Poolse zaak had opgeofferd in ruil voor Russische steun aan de Kerkelijke Staat. Reinerman verwerpt deze voorstelling van een concrete politieke ruil als ongegrond, maar merkt op dat de ruimere indruk dat de paus door zijn afkeer van revolutie onvoldoende oog had voor de Poolse situatie wijdverbreid was.

Warren beschrijft de controverse als onderdeel van een bredere spanning tussen het pauselijke verzet tegen revolutionaire bewegingen en de politieke cultuur van Poolse nationalisten. In de Poolse emigratie van de jaren 1830 werden katholieke hiërarchie en revolutionair nationalisme daardoor geregeld als tegengestelde krachten voorgesteld.

Latere ontwikkeling

De verwachtingen dat een verzoenende houding tegenover Nicolaas I de situatie van katholieken in het Russische Rijk zou verbeteren, werden volgens Reinerman niet vervuld. Naarmate de Russische overheid harder tegen katholieke instellingen optrad, verslechterde ook de verhouding tussen Gregorius XVI en de tsaar. In 1839 protesteerde de paus publiekelijk tegen de onderdrukking van de met Rome verbonden oosterse kerk in het Russische Rijk.

Vanaf 1837 ontving Gregorius bovendien vertegenwoordigers van de Poolse emigratie en verbeterden de betrekkingen tussen Rome en Poolse ballingen. Hij sprak zich echter niet uit voor de Poolse onafhankelijkheid en erkende de Poolse regering in ballingschap niet formeel.

Op 22 juli 1842 uitte Gregorius XVI in de allocutie Haerentem diu een aanzienlijk scherpere openbare kritiek op de Russische behandeling van katholieken. Volgens Reinerman zagen verschillende Polen dit destijds als een gedeeltelijke ommekeer ten opzichte van de houding van 1832, hoewel de paus zijn principiële afwijzing van revolutionaire politiek niet opgaf.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Cum Primum van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.