| Deel van de serie over documenten van de |
| Heilige Stoel |
| op gezag van de Heilige Stoel |
| Constituties |
| Encyclieken |
|
Pius IX |
| Instructies |
|
Inter Oecumenici |
Probe Nostis is een pauselijke breve van paus Gregorius XVI, gedateerd op 18 september 1840. Het document handelt over de katholieke missie, de ondersteuning van missionarissen en in het bijzonder over de in Lyon opgerichte Œuvre de la Propagation de la Foi, het Genootschap tot Voortplanting van het Geloof. De officiële website van de Heilige Stoel classificeert Probe Nostis als een breve. In enkele latere Engelstalige verzamelingen wordt het document daarentegen als een encycliek aangeduid.
Het breve is gericht aan de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen en bisschoppen van de Katholieke Kerk. Gregorius XVI roept hen op katholieke missionaire activiteiten en verenigingen te bevorderen. Een groot gedeelte van de tekst is gewijd aan het werk van het in 1822 in Lyon gestichte Genootschap tot Voortplanting van het Geloof, dat missionaire activiteiten ondersteunde door gebed en financiële bijdragen.
De eerste helft van de negentiende eeuw kende in verschillende delen van Europa een heropleving van katholieke missionaire belangstelling. Volgens historicus Siegfried Weichlein maakte de missionaire beweging deel uit van de bredere katholieke heropleving die zich na de napoleontische periode in onder meer Frankrijk en de Duitse gebieden ontwikkelde. Daarbij ontstonden nieuwe religieuze congregaties en lekenverenigingen die personeel en financiële middelen voor missies verzamelden.
In deze context werd in Lyon in 1822 de Œuvre de la Propagation de la Foi opgericht. De organisatie steunde katholieke missies door middel van gebed en kleine periodieke bijdragen van haar leden. Zij ontwikkelde zich tot een internationale vereniging en verspreidde tevens missionaire berichten via de Annales de la Propagation de la Foi. Het model van Lyon vond ook buiten Frankrijk navolging; Weichlein beschrijft onder meer de uitbreiding ervan naar katholieke verenigingen in Duitse gebieden.
Gregorius XVI, die van 1831 tot 1846 paus was, besteedde tijdens zijn pontificaat bijzondere aandacht aan de katholieke missie. Probe Nostis moet tegen deze achtergrond worden gelezen. Het document draagt de datum 18 september 1840 en werd volgens de slotformule uitgevaardigd in Santa Maria Maggiore in Rome, in het tiende jaar van zijn pontificaat.
Aan het begin van Probe Nostis schetst Gregorius XVI in sterk confessionele bewoordingen wat hij als bedreigingen voor het katholieke geloof beschouwde. Hij verwijst naar de verspreiding van volgens hem dwalende leerstellingen door scholen, gedrukte publicaties en andere communicatiemiddelen. Ook noemt hij het gebruik van natuurwetenschappen en recente uitvindingen om dergelijke ideeën ingang te doen vinden.
De paus draagt de bisschoppen op zich daartegen te verzetten, maar verbindt die oproep met vertrouwen in de blijvende aanwezigheid van Christus in de Kerk. Daarbij verwijst de tekst onder andere naar Matteüs 28:20 en Johannes 16:33. Ook wordt Leo de Grote aangehaald.
Vervolgens verschuift de aandacht naar de katholieke missies. De tekst noemt missionaire activiteiten in Amerika, de toenmalige "Indiën" en andere gebieden. Missionarissen worden voorgesteld als verkondigers die zonder militaire of wereldlijke macht optreden en hun vertrouwen stellen in het geloof.
Gregorius XVI besteedt tevens aandacht aan vervolging en martelaarschap. Hij verwijst daarbij onder meer naar missionarissen en christenen in Tonkin en Cochinchina. Binnen de argumentatie van het breve worden dergelijke gebeurtenissen geplaatst in een theologisch kader van lijden, volharding en vertrouwen op de goddelijke beloften.
Een belangrijk deel van het breve betreft katholieke verenigingen die missionaire activiteiten financieel en geestelijk ondersteunden. Gregorius XVI noemt religieuze gemeenschappen en verenigingen die volgens hem nuttige publicaties verspreidden en missionarissen ondersteunden.
Bijzondere aandacht krijgt de Œuvre de la Propagation de la Foi. De paus vermeldt dat deze vereniging in 1822 in Lyon tot stand was gekomen en zich vervolgens sterk had uitgebreid. De organisatie berustte volgens het document op betrekkelijk kleine bijdragen van haar leden en op dagelijks gebed. De ingezamelde middelen waren bestemd voor missionarissen, voor nieuwe christelijke gemeenschappen en voor gelovigen die onder vervolging leden.
Gregorius XVI vraagt de bisschoppen daarom de vereniging te beschermen, de deelname eraan te bevorderen en haar verdere verspreiding te ondersteunen. Historicus Richard Drevet plaatst deze pauselijke steun in een bredere ontwikkeling waarin een oorspronkelijk sterk door leken gedragen missionaire organisatie steeds nauwere betrekkingen met het kerkelijke gezag in Rome ontwikkelde.
De ecclesiologie van Probe Nostis komt vooral tot uitdrukking in de rolverdeling die het document beschrijft. De bisschoppen worden rechtstreeks aangesproken als verantwoordelijken voor de verdediging en verspreiding van het geloof, terwijl priesters, religieuzen en leken via missionaire verenigingen aan dat doel bijdragen. De missionaire activiteit wordt daarbij niet uitsluitend als taak van afzonderlijke missionarissen voorgesteld: ook gelovigen die door gebed en financiële bijdragen deelnemen, worden bij het missiewerk betrokken.
De negentiende-eeuwse missionaire verenigingscultuur vormde volgens Weichlein een belangrijk onderdeel van de bredere katholieke mobilisering in Europa. Drevet benadrukt voor het Genootschap tot Voortplanting van het Geloof in het bijzonder het samenspel, en op langere termijn ook de spanning, tussen lekeninitiatief en Romeinse kerkelijke centralisering.
De argumentatie van het breve is overwegend bijbels en theologisch. De verwijzingen naar Christus' blijvende aanwezigheid bij zijn volgelingen en naar zijn overwinning op de wereld dienen als grond voor vertrouwen ondanks de door Gregorius beschreven tegenstand. Ook de groei van missionaire verenigingen wordt in de tekst geïnterpreteerd binnen een kader van goddelijke voorzienigheid.
De missie zelf wordt soteriologisch beschreven: de verspreiding van het geloof, bekering, doop en de ondersteuning van nieuwe christenen maken deel uit van één religieuze visie op de verbreiding van de Kerk. De tekst gebruikt daarbij negentiende-eeuwse confessionele termen voor niet-katholieken en niet-christenen die in hedendaags historisch onderzoek als taalgebruik van de bron moeten worden begrepen.
Probe Nostis bevat geen systematische filosofische verhandeling over kennis of wetenschap. Natuurwetenschap en technische vernieuwingen komen ter sprake voor zover zij volgens Gregorius XVI konden worden gebruikt om religieuze ideeën te verspreiden die hij afwees. Tegelijkertijd prijst het document katholieke verenigingen die gedrukte werken verspreidden die de paus als nuttig en leerzaam beschouwde.
Het document stelt drukwerk en nieuwe communicatiemiddelen dus niet als zelfstandige filosofische onderwerpen aan de orde, maar behandelt hun gebruik binnen een religieus en apologetisch conflict. Begrippen uit veel latere katholieke denkrichtingen, zoals personalisme, worden in het breve zelf niet ontwikkeld.
In de geschiedschrijving van het Genootschap tot Voortplanting van het Geloof wordt Probe Nostis beschouwd als een belangrijke pauselijke aanbeveling van de organisatie. Missiehistoricus Mario L. Grignani stelt dat Gregorius XVI met het document het werk onder de aandacht van de katholieke wereld bracht en daarmee een sterke impuls gaf aan de verdere ontwikkeling ervan.
Ook in latere pauselijke documenten werd naar de steun van Gregorius XVI voor het Genootschap verwezen. Paus Leo XIII herinnerde in de encycliek Sancta Dei Civitas uit 1880 aan de aanbevelingen van zijn voorgangers en haalde in dat verband de steun van Gregorius XVI aan.
De geschiedenis van het Genootschap liep na 1840 verder door. Drevet beschrijft hoe de verhouding tussen het internationale lekeninitiatief en het pauselijke bestuur gedurende de negentiende en vroege twintigste eeuw veranderde en uiteindelijk sterker in de richting van Romeinse centralisering evolueerde. Die latere ontwikkeling moet worden onderscheiden van de concrete inhoud van Probe Nostis, dat primair een oproep tot ondersteuning en uitbreiding van het missiewerk is.