Singulari Nos

Deel van de serie over
documenten van de
Heilige Stoel

Constituties, encyclieken,
exhortaties en instructies

Wapen van de Heilige Stoel
op gezag van
de Heilige Stoel
Constituties

Sacrosanctum Concilium
Gaudium et Spes
Lumen Gentium

Encyclieken

Pius IX
Leo XIII
Pius X
Benedictus XV
Pius XI
Pius XII
Johannes XXIII
Paulus VI
Johannes Paulus II
Benedictus XVI
Franciscus

Instructies

Inter Oecumenici
Liturgiam Authenticam
Redemptionis Sacramentum

Singulari nos is een encycliek van paus Gregorius XVI, gedateerd op 25 juni 1834 en gericht aan de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen en bisschoppen van de Rooms-Katholieke Kerk. Het document veroordeelt het in 1834 verschenen Paroles d'un croyant van de Franse priester en schrijver Félicité Robert de Lamennais. Het bouwt voort op de encycliek Mirari vos uit 1832, waarin Gregorius XVI onder meer stelling had genomen tegen religieus indifferentisme en bepaalde opvattingen over gewetens-, menings- en persvrijheid.

Singulari nos had zowel betrekking op de politiek-religieuze denkbeelden die met Lamennais en het tijdschrift L'Avenir werden geassocieerd als op de filosofische grondslag van zijn denken. De historicus Sylvain Milbach beschouwt de veroordeling van 1834 in dit opzicht als een verschuiving ten opzichte van 1832: naast de politieke ideeën van Lamennais kwam ook zijn filosofische systeem onder kritiek te staan. De encycliek zelf veroordeelde Paroles d'un croyant, maar sprak geen excommunicatie over Lamennais uit.

Achtergrond

Lamennais en L'Avenir

Lamennais was aanvankelijk een uitgesproken vertegenwoordiger van het ultramontanisme, waarin het gezag van de paus tegenover nationale en staatsgebonden vormen van kerkelijk gezag werd benadrukt. Na de politieke omwentelingen van 1830 ontwikkelde hij echter een programma waarin katholiek geloof werd verbonden met burgerlijke en politieke vrijheden. Samen met onder anderen Henri-Dominique Lacordaire en Charles de Montalembert verdedigde hij in het in 1830 opgerichte dagblad L'Avenir onder het motto Dieu et Liberté ("God en vrijheid") onder meer vrijheid van drukpers en een grotere onafhankelijkheid van de Kerk tegenover de staat.

Lamennais' politieke ontwikkeling hing samen met zijn overtuiging dat nauwe verbindingen tussen kerkelijke en wereldlijke macht het katholicisme konden schaden. Thomas Kselman beschrijft deze ontwikkeling als een overgang van een ultramontaanse verdediging van pauselijk gezag naar een katholiek programma waarin scheiding van Kerk en staat en burgerlijke vrijheden een belangrijkere plaats kregen.

De standpunten van de kring rond L'Avenir leidden tot spanningen met de kerkelijke hiërarchie. Lamennais, Lacordaire en Montalembert reisden naar Rome om hun positie aan het pauselijk oordeel voor te leggen. Op 15 augustus 1832 publiceerde Gregorius XVI vervolgens Mirari vos. De encycliek noemde Lamennais en L'Avenir niet bij naam, maar veroordeelde standpunten die nauw aansloten bij kwesties waarover de groep campagne had gevoerd.

Van onderwerping tot Paroles d'un croyant

Volgens Singulari nos had Lamennais op 11 december 1833 aan de paus verklaard dat hij de leer van de encycliek van 1832 "uitsluitend en absoluut" zou volgen en niets zou schrijven of goedkeuren dat daarmee in strijd was. In 1834 publiceerde hij echter Paroles d'un croyant. Het werk was geschreven in een profetische, sterk door bijbelse beeldspraak bepaalde stijl en behandelde onder meer politieke onderdrukking, vrijheid, volkssoevereiniteit en verzet tegen tirannie.

Het boek kende snel een ruime verspreiding en veroorzaakte grote onrust in kerkelijke kringen. In het onderzoek van Kselman wordt de reactie van Rome geplaatst tegen de achtergrond van de uitgesproken kritiek van het werk op monarchale macht en zijn religieuze legitimering van verzet tegen onderdrukking.

Inhoud

Veroordeling van Paroles d'un croyant

Gregorius XVI presenteert Singulari nos uitdrukkelijk als een vervolg op de encycliek van 15 augustus 1832. Volgens de paus had de auteur van Paroles d'un croyant opnieuw standpunten verdedigd die strijdig waren met de leer die in Mirari vos was uiteengezet.

In de encycliek wordt Lamennais verweten dat zijn boek de gehoorzaamheid aan wereldlijke overheden ondermijnt en opstand, verstoring van de openbare orde en minachting voor wetten en gezagsinstellingen bevordert. Gregorius XVI verbindt deze kritiek met de standpunten uit Mirari vos over religieus indifferentisme, vrijheid van denken en spreken en gewetensvrijheid. Deze beschuldigingen geven de argumentatie van de encycliek weer en zijn geen neutrale beschrijving van Lamennais' politieke opvattingen.

Het document stelt daarnaast dat Paroles d'un croyant de Bijbel gebruikt om politieke opstand en verzet religieus te rechtvaardigen. De paus beschuldigt de auteur ervan Schriftplaatsen uit hun juiste betekenis te halen en daarmee politieke denkbeelden als godsdienstige waarheid voor te stellen. Kselman merkt op dat de pauselijke lezing daarmee enkele centrale elementen van het boek identificeerde, waaronder de aanval op onderdrukkende monarchale macht, de nadruk op het volk en de religieuze rechtvaardiging van revolutionair verzet.

Gregorius XVI verklaart vervolgens formeel dat het boek Paroles d'un croyant wordt verworpen en veroordeeld. Hij omschrijft de erin vervatte stellingen onder meer als onjuist, roekeloos, aanzettend tot anarchie en strijdig met de door hem verdedigde religieuze en maatschappelijke orde.

Schrift, traditie en kerkelijk gezag

De argumentatie van Singulari nos heeft tevens een ecclesiologisch en epistemologisch karakter. Gregorius XVI stelt dat religieuze waarheid niet buiten de katholieke Kerk gezocht moet worden en verwijst daarbij naar de kerk als de "zuil en grondslag van de waarheid", een formulering ontleend aan 1 Timoteüs 3:15. Ook beklemtoont de tekst het gezag van de "heilige en apostolische tradities".

Daarmee is het conflict in de encycliek niet uitsluitend een politiek meningsverschil. Milbach wijst erop dat de veroordeling van 1834 tevens betrekking had op de verhouding tussen filosofische kennis en kerkelijk leergezag. Volgens hem werd in Singulari nos ook het filosofische stelsel achter Lamennais' denken getroffen, hoewel de betreffende filosofische leer niet uitvoerig of bij haar gebruikelijke naam werd besproken.

De encycliek sluit af met een oproep aan de bisschoppen om de volgens Rome gezonde leer te beschermen en met de hoop dat Lamennais op zijn standpunten zal terugkomen. De paus spreekt over hem nog als een "zoon" van wie hij de terugkeer verwacht. Dit pastorale slot is mede van belang omdat de encycliek zelf Lamennais niet excommuniceerde.

Filosofische achtergrond

Een belangrijk element in het vroegere denken van Lamennais was zijn leer van het sens commun, of de "algemene rede". In zijn traditionalistische epistemologie stelde hij individuele rede niet voor als een voldoende grondslag voor volstrekte zekerheid. Zekerheid werd in belangrijke mate verbonden met universeel menselijk getuigenis, traditie en uiteindelijk met een oorspronkelijke goddelijke openbaring.

Arthur McCalla beschrijft deze theorie als een kernbestanddeel van Lamennais' theologisch traditionalisme: universele instemming functioneerde als teken van een oorspronkelijke openbaring, terwijl individueel redeneren ondergeschikt bleef aan een voorafgaande orde van geloof en gezag. In de politieke ontwikkeling van Lamennais bleef volgens McCalla tegelijk een verbinding bestaan tussen deze waardering van een algemene of collectieve rede en zijn latere beroep op het volk.

Singulari nos noemt het sens commun niet uitdrukkelijk bij die naam. De encycliek spreekt wel van een "bedrieglijk filosofisch systeem" dat waarheid buiten de katholieke Kerk zoekt en de apostolische traditie verwaarloost. Milbach interpreteert deze passage als een impliciete veroordeling van de filosofische theorie die Lamennais en zijn volgelingen hadden verdedigd. Hij wijst erop dat de priester en voormalige medestander Philippe Gerbet dit eveneens zo begreep en na de encycliek afstand nam van het systeem dat hij eerder had gesteund.

Receptie en gevolgen

De veroordeling plaatste de aanhangers van de vroegere beweging rond L'Avenir voor de keuze hun verbondenheid met Lamennais voort te zetten of zich aan het pauselijke oordeel te onderwerpen. Verschillende vroegere medewerkers en volgelingen namen afstand van zijn positie.

De encycliek betekende echter niet dat Lamennais op 25 juni 1834 formeel uit de Rooms-Katholieke Kerk werd gezet. Chadwick benadrukt dat Gregorius XVI hem niet excommuniceerde en dat de tekst integendeel nog de hoop uitsprak dat hij zou terugkeren. De feitelijke breuk ontwikkelde zich in de daaropvolgende periode; ongeveer een jaar later werd in Parijs algemeen duidelijk dat Lamennais zichzelf niet langer als katholiek beschouwde. Kselman behandelt de twee pauselijke veroordelingen als belangrijke stappen in een ontwikkeling waarin Lamennais uiteindelijk afstand nam van het institutionele katholicisme en een veel sterkere verdediging van individuele gewetensvrijheid ging formuleren.

Plaats in de historiografie

In oudere beschrijvingen werd de controverse rond Lamennais vaak vooral behandeld als een conflict tussen het pausdom en het opkomende liberale katholicisme. Recente geschiedschrijving besteedt daarnaast aandacht aan de filosofische en religieus-intellectuele dimensie van het conflict.

Milbach spreekt in dit verband van een moment mennaisien in de jaren 1832–1835. Hij maakt onderscheid tussen de veroordeling van de politieke ideeën die met Lamennais werden verbonden in 1832 en de duidelijker afwijzing van zijn filosofische grondslagen in 1834. Volgens deze benadering was de controverse niet uitsluitend een persoonlijk conflict tussen Lamennais en Gregorius XVI, maar beïnvloedde zij een bredere generatie Franse katholieken die nadacht over kerkelijk gezag, politieke vrijheid en de verhouding tussen geloof en moderne samenleving.

Kselman plaatst dezelfde gebeurtenissen in de ruimere negentiende-eeuwse discussie over godsdienstvrijheid en gewetensvrijheid. In zijn interpretatie vormt de ontwikkeling van Lamennais een voorbeeld van de spanningen die ontstonden toen katholieke denkers na de Franse Revolutie opnieuw de verhouding tussen godsdienstige waarheid, kerkelijk gezag, staat en individuele vrijheid probeerden te bepalen.

McCalla legt meer nadruk op de intellectuele continuïteiten in Lamennais' ontwikkeling. Zijn onderzoek naar het katholieke traditionalisme laat zien dat begrippen als autoriteit, traditie, algemene rede en openbaring al vóór de liberale fase een centrale rol in Lamennais' denken speelden en dat sommige daarvan later een nieuwe politieke betekenis kregen.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Singulari Nos van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.