Arthur Honegger

Arthur Honegger
Arthur Honegger (1928)
Arthur Honegger (1928)
Persoonsgegevens
Volledige naam Arthur Oscar Honegger
Geboren 10 maart 1892
Overleden 27 november 1955
Land Vlag van Zwitserland Zwitserland
Handtekening Handtekening
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Paris, Zürcher Hochschule der KünsteBewerken op Wikidata
Leermeester(s) Charles-Marie Widor, Vincent d'IndyBewerken op Wikidata
Beroep(en) muziekpedagoog, dirigent
Oriënterende gegevens
Instrument piano
Stijl(en) symfonie, oratorium, strijkkwartet, soundtrackBewerken op Wikidata
Belangrijkste werken Pacific 231, Le Roi David (Koning David), Marche sur la Bastille
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Groupe des Six, Beierse Academie voor Schone Kunsten, Académie des Beaux-ArtsBewerken op Wikidata
Documentatie­locatie Honegger, ArthurBewerken op Wikidata
Prijzen en erkenningen Grootofficier in het Legioen van Eer, erelid van de Internationale Vereniging van KamermuziekBewerken op Wikidata
Links
Officiële website
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
(en) Discogs-profiel
(en) MusicBrainz-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Arthur Oscar Honegger (Le Havre, 10 maart 1892 - Parijs, 27 november 1955) was een Zwitsers Franstalig componist. Hij bleef zijn hele leven Zwitsers staatsburger, hoewel hij soms meer geassocieerd wordt met Frankrijk. Hij was lid van de Groupe des Six en schreef ongeveer 200 werken, waarvan het orkestwerk Pacific 231 (1923) tot de bekendste behoort. In dit werk imiteert het symfonieorkest het geluid van een stoomlocomotief.

Levensloop

Arthur Honegger werd geboren in het Franse Le Havre uit Zwitserse ouders. Zijn vader was daar importeur van koffie. Hij leerde viool spelen en begon al op jonge leeftijd te componeren. In 1909 ging hij viool en muziektheorie studeren aan het conservatorium van Zürich. In 1911 keerde hij terug naar Frankrijk om zijn studie in Parijs aan het befaamde Conservatoire national supérieur de musique te vervolgen bij onder anderen Charles–Marie Widor en Vincent d'Indy. In 1918 sloot hij zijn studie af en schreef hij het ballet Le dit des jeux du monde, dat beschouwd wordt als zijn eerste karakteristieke werk. In 1920 ontstond de Groupe des Six. Honegger maakte samen met vijf andere jonge Franse componisten, Georges Auric, Louis Durey, Darius Milhaud, Francis Poulenc en Germaine Tailleferre deel uit van dit informele gezelschap, dat zich vooral tegen het impressionisme en het romanticisme wilde verzetten. In 1921 componeerde hij Le Roi David, dat in 1923 tot een oratorium werd.

Hij trouwde in 1926 met een studiegenoot, de pianiste Andrée Vaurabourg die later ook bekend werd als de docente contrapunt van Pierre Boulez aan het Parijse conservatorium. Ze woonden vrijwel hun gehele huwelijksleven, tot een jaar voor Honeggers dood, ieder in een eigen appartement, omdat hij rust en ruimte nodig had om te componeren. Hun dochter Pascale werd geboren in 1932. In het interbellum was Honegger erg productief: hij schreef onder andere negen balletten en drie opera's. Het dramatisch oratorium Jeanne d'Arc au Bûcher (1937/1944) wordt gezien als een van zijn beste werken.

Honegger heeft altijd contact gehouden met Zwitserland, maar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en de Nazi's Frankrijk binnenvielen, kon hij Parijs niet verlaten. Hij zette zijn werk voort, maar er wordt verondersteld dat hij erg depressief raakte door de oorlog. Toch schreef hij tussen 1940 en zijn dood enkele symfonieën (nummer 2 tot en met 5), die nog vrij veel worden uitgevoerd.

Arthur Honegger kreeg in zomer 1947 een beroerte. Hij reisde af naar Mexico. Hij stierf op 27 november 1955 aan een hartaanval en werd begraven op het Cimetière Saint-Vincent in de Parijse wijk Montmartre.

Hoewel Honegger een lid was van de Groupe des Six, heeft zijn werk niet de voor deze groep karakteristieke speelsheid en eenvoud. Bovendien verzette Honegger zich - in tegenstelling tot de andere leden - niet tegen het romanticisme van Richard Wagner en Richard Strauss, maar werd op latere leeftijd zelfs door deze componisten beïnvloed.

Buiten deze groep had Honegger contact met kunstenaars als Paul Claudel, Jean Cocteau, Max Jacob, Pierre Louÿs, Pablo Picasso, Erik Satie en Paul Valéry, wier werk hem soms ook tot inspiratiebron diende.

Serge Ivanoff schilderde zijn portret in Parijs in 1944.

Composities

Werken voor orkest

Symfonieën

  • 1930 Symfonie nr. 1
  • 1941 Symfonie nr. 2, voor strijkorkest en trompet ad libitum
  • 1945-1946 Symfonie nr. 3 "Liturgique"
  • 1946 Symfonie nr. 4 "Deliciae basilliensis"
  • 1951 Symfonie nr. 5 "Di tre re"

Concerten voor solo-instrument en orkest

Andere orkestwerken

  • 1917 Aglavaine et Sélysette, prelude naar Maurice Maeterlinck
  • 1917 Le chant de Nigamon
  • 1919 Danse macabre
  • 1919 Entrée, nocturne et berceuse, voor piano en kamerorkest
  • 1920 Pastorale d'été
  • 1921 Marche funèbre
  • 1923 Chant de joie
  • 1923 La tempête, prelude naar William Shakespeare
  • 1923 Pacific 231 (Mouvement symphonique no.1)
  • 1928 Rugby (mouvement symphonique no.2)
  • 1930 Les noces d'Amour et de Psyché, naar Bachs Franse Suites
  • 1932-1933 Mouvement symphonique no.3
  • 1936 Nocturne
  • 1936 Prélude, arioso et fugue (op de naam BACH)
  • 1937 La construction d'une cité
  • 1937 Regain, suite
  • 1943 Jour de fête de Suisse (Schwyzer Fäschttag), suite
  • 1943 La traversée des Andes, suite
  • 1943 Le vol sur l'Atlantique, suite
  • 1945 Sérénade à Angélique, voor klein orkest
  • 1948 Prélude‚ fugue et postlude (uit de film Amphion)
  • 1951 Monopartita
  • 1952 Suite archaique
  • 1952 Toccata

Werken voor harmonieorkest

Oratoria, cantates

Muziektheater

Opera's

Voltooid intitelaktespremièrelibretto
1903Philippa, op. 1niet uitgevoerdvan de componist
1904Sigismondniet uitgevoerd
1907La Esmeraldaonvoltooidniet uitgevoerdnaar Victor Hugo, «Notre-Dame de Paris»
1918La Mort de sainte Alméene1 akte, 2 taferelen30 oktober 1920, ParijsMax Jacob
1924-1927Antigone3 aktes28 december 1927, Brussel, Koninklijke MuntschouwburgClément Eugène Jean Maurice Cocteau vrij naar Sophocles
1926Judith3 aktes13 februari 1926, Monte Carlo (Monaco)René Morax
1936-1937L'Aiglon (Arendsjong)

samen met: Jacques Ibert

5 aktes10 maart 1937 Monte Carlo (Monaco), OpéraHenry Cain, naar Edmond Rostand
1943-1944Charles le témérairemei 1944, Mézières

Balletten

Voltooid intitelaktespremièrelibrettochoreografie
1918Le Dit des Jeux du MondePaul Méral
1920Vérité-mensogne
1920Horace victorieux - symphonie mimée
1921-1922Skating Rink - Symphonie choréographique
1922Fantasio3 taferelen
1924-1925Sous-Marine (scène mimée)
1928Roses de métal
1929Amphion23 juni 1931, Parijs, Opéra GarnierPaul ValéryLéonide Massine
1933-1934Sémiramis3 aktes en 2 tussenspelenPaul Valéry
1936-1937Le Cantique des CantiquesGabriel Boissy
1937Un oiseau blanc s'est envolé
1940La naissance des couleurs
1941Le mangeur de rêves
1943L'Appel de la MontagneR. Favre le Bret
1946L'homme à la peau de léopard; samenwerking met Aleksandr Tsjerepnin naar Sjota Roestaveli
1950De la musique

Operettes

Voltooid intitelaktespremièrelibretto
1929-1930Les aventures du Roi Pausole3 aktes12 december 1930, Parijs, Théâtre des Bouffes-ParisiensAlbert Willemtz, naar de gelijknamige roman van Pierre Louÿs
1931La Belle de Moudon5 aktes30 mei 1931, Mézières (Vaud), Théâtre du JoratRené Morax
1937Les Petites Cardinal;

samen met: Jacques Ibert

2 aktes, 10 taferelen13 februari 1938, Parijs, Théâtre des Bouffes-ParisiensAlbert Willemtz en Paul Brach, naar Ludovic Halévy

Schouwspel en andere toneelwerken

Radiofonische werken

Kamermuziek

Trivia

Van Honneger is de uitspraak: "Het publiek wil geen nieuwe muziek: het belangrijkste dat het publiek van een componist verlangt, is dat hij dood is."

Bibliografie