Moritz Moszkowski

Moritz Moszkowski
Moritz Moszkowski
Moritz Moszkowski
Persoonsgegevens
Volledige naam Moritz Moszkowski
Bijnaam Maurycy
Geboortedatum 23 augustus 1854
Geboorteplaats WrocławBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 4 maart 1925
Overlijdensplaats ParijsBewerken op Wikidata
Land Vlag van Duitsland Duitsland
Handtekening Handtekening
Opleiding en werk
Opleiding gevolgd aan Universiteit voor de Kunsten Berlijn, Stern'sches KonservatoriumBewerken op Wikidata
Beroep(en) componist, muziekpedagoog, dirigent, pianist
Genre(s) symfonische muziek, pianomuziek, opera
Instrument(en) piano
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Moritz Moszkowski (in Polen ook met de voornaam: Maurycy aangeduid) (Breslau (nu Wrocław in Polen), 23 augustus 1854 - Parijs, 4 maart 1925) was een Duitse componist, pianist en muziekpedagoog. Hij was de zoon van het Joodse echtpaar Isaac Moszkowski en Salomia Moszkowski, geboren Hirschberg (nu Jelenia Góra in Polen) en had een drie jaar oudere broer Alexander. De familie was van Poolse afkomst.

Levensloop

Moszkowski begon zijn muziekstudie in Dresden. Later ging hij naar Berlijn. Eerst studeerde hij daar aan het Stern'sche Konservatorium bij Eduard Frank (piano) en Friedrich Kiel (compositie). Later studeerde hij bij Theodor Kullak (piano), Richard Wüerst (1824–1881) (compositie, Heinrich Ludwig Egmont Dorn (1804–1892) (orkestratie) aan de Neue Akademie der Tonkunst. Zelf doceerde hij later rond 25 jaar aan deze academie. Tot zijn leerlingen behoorden Frank Damrosch, Józef Hofmann, Ernst Jonas, Joaquin Nin, Vlado Perlemuter, Wilhelm Sachs, Helene von Schack, Ernest Schelling, dirigent Thomas Beecham, Joaquín Turina Pérez, Albert Ulrich en Johanna Wenzel.

Na zijn debuut als pianist in Berlijn in 1873 werd hij spoedig als concertpianist bekend. Moszkowski werd zelf door Franz Liszt, met wie hij vierhandig speelde, gerespecteerd. Na een succesvolle carrière als concertpianist en dirigent vestigde hij zich in 1897 in Parijs. In 1899 werd hij als lid gekozen van de Berlijnse Kunstacademie.

Hoewel tegenwoordig weinig bekend, was Moszkowski in het einde van de negentiende eeuw zeer populair en gerespecteerd. Hij was uiterst productief en componeerde meer dan tweehonderd werken. Paderewski zei over hem: "Na Chopin begrijpt Moszkowski het best hoe voor piano gecomponeerd moet worden."

Hij componeerde veel kleinere pianostukken die hem zeer populair maakten, zoals zijn Spaanse dansen op. 12. Tegenwoordig is hij meer bekend om zijn vijftien Études de Virtuosité, op. 72, die uitgevoerd zijn door virtuoze pianisten zoals Vladimir Horowitz en Marc-André Hamelin. Veel van zijn kleine maar briljante pianostukken zoals Étincelles worden gebruikt als encore aan het einde van een concert.

Moszowski componeerde ook grotere werken: het Pianoconcert in E-majeur, op. 59, dat voor de Eerste Wereldoorlog tot de populairste bijdragen in dit genre telde, het Vioolconcert in C-majeur, op. 30, twee orkestrale suites (opp. 39 & 47), en het symfonisch gedicht Johanna d'Arc, op. 19. Ook schreef hij kamermuziek, zoals de Suite in g-mineur voor twee violen en piano, op. 71.

De opera Boabdil schreef hij op basis van een historisch Spaans thema. De première was op 21 april 1892 in de Berlijnse Opera, en het werk werd in het jaar daarop ook uitgevoerd in Praag en New York. Vooral de balletmuziek uit deze opera was een aantal jaren erg populair.

Moszkowski trouwde op 28 oktober 1884 in Parijs met Henriette Chaminade (1863–1900), zuster van de Franse componiste Cécile Chaminade.

Op 54-jarige leeftijd leefde hij als een kluizenaar en was hij regelmatig ziek. Hij had zijn vrouw en dochter verloren en zijn zoon was opgeroepen om in het Franse leger te dienen. Hij werd, zoals een vriend hem beschreef, niet langer ‘gestimuleerd door ambitie’.

Hij had al zijn auteursrechten verkocht en investeerde het enorme kapitaal in Duitse en Russische (en Russisch-Poolse) fondsen. Als gevolg van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en de ineenstorting van beide landen verloor hij zijn gehele kapitaal. Dankzij de financiële hulp van twee oud-leerlingen, Josef Hoffmann en Bernhard Pollack werden zijn ergste geldzorgen weggenomen. In 1924 zou nog een benefietconcert voor Moszkowski plaatsvinden in New York. Dat leverde zoveel geld op dat een deel direct aan de bejaarde componist zou worden overgemaakt, terwijl hem van het restant een jaargeld zou worden uitbetaald. Zowel lichamelijk als geestelijk totaal uitgeput stierf hij echter al in 1925 in Parijs aan de gevolgen van maagkanker.

Composities (Selectie)

Werken voor orkest

Orkestraal begin van het 1e deel uit het pianoconcert in E majeur

Werken voor harmonieorkest

Muziektheater

Opera's

Voltooid in titel aktes première libretto
1888-1892 Boabdil, de laatste koning der Moren, op. 49 3 bedrijven 21 april 1892, Berlijn, Koninklijke opera Carl Wittkowsky

Balletten

Voltooid in titel aktes première libretto choreografie
1892-1895 Zwergkönig Laurin (Dwergenkoning Laurin), op. 53 3 bedrijven 28 februari 1896, Berlijn, Koninklijke opera Emil Taubert Emil Graeb

Toneelmuziek

  • 1887 Der Schäfer putzte sich zum Tanz scène uit Goethe's "Faust", voor solisten, gemengd koor en klein orkest, op. 44
  • 1896 Don Juan en Faust, ouverture en toneelmuziek tot het gelijknamige drama van Christian Dietrich Grabbe uit 1828, op. 56
    1. Ouverture
    2. Entr'acte
    3. Sarabande
    4. Passepied
    5. Intermezzo
    6. Fantasmagorie
    7. Minuetto
  • 1896 Variationen im Stile moderner Komponisten von Czerny bis Liszt über das volkstümliche Thema "Im Grunewald ist Holzauktion" MoszWV 205 - naar Alexander Moszkowkis Anton Notenquetscher am Klavier

Kamermuziek

Werken voor orgel

Werken voor piano

Bibliografie

Media

Pianoconcert in E - 1e deel van Moritz Moszkowski (1898) (download·info)
Pianoconcert in E - 2e deel van Moritz Moszkowski (1898) (download·info)
Pianoconcert in E - 3e deel van Moritz Moszkowski (1898) (download·info)
Huit Morceaux caractéristiques, op. 36, nr. 6 "Étincelles" van Moritz Moszkowski (1886) (download·info)

Referenties