| Deel van de serie over documenten van de |
| Heilige Stoel |
| op gezag van de Heilige Stoel |
| Constituties |
| Encyclieken |
|
Pius IX |
| Instructies |
|
Inter Oecumenici |
Caritatis Studium is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 25 juli 1898 en gericht aan de aartsbisschoppen en bisschoppen van Schotland. De encycliek behandelt de positie van de Katholieke Kerk in Schotland en roept vanuit rooms-katholiek perspectief op tot herstel van de kerkelijke eenheid. Daarnaast bespreekt Leo XIII de verhouding tussen de Heilige Schrift en het kerkelijk leergezag, het eucharistisch offer, het openbare leven van katholieken en het belang van katholiek onderwijs.
De encycliek verscheen twintig jaar na het herstel van de katholieke bisschoppelijke hiërarchie in Schotland in 1878. Leo XIII verwijst in de encycliek zelf naar dit herstel en stelt dat een van de eerste handelingen van zijn pontificaat ten gunste van Schotland was verricht.
De onderwijsproblematiek die in het slotgedeelte van Caritatis Studium aan bod komt, maakte deel uit van een bredere ontwikkeling van het katholieke onderwijs in het laatnegentiende-eeuwse Schotland. In historisch onderzoek naar de Schotse Katholieke Kerk wordt de encycliek uit 1898 aangehaald vanwege Leo's nadruk op de kwaliteit van het katholieke onderwijs.
De encycliek opent met Leo XIII's bezorgdheid om christenen die niet in gemeenschap met de Rooms-Katholieke Kerk staan. Hij spreekt over zijn streven hen terug te brengen tot wat hij beschrijft als de ene geloofsgemeenschap en benadrukt tegelijkertijd dat een dergelijke hereniging volgens hem uiteindelijk afhankelijk is van goddelijke genade.
Vervolgens richt Leo zich specifiek op Schotland. Hij presenteert de middeleeuwse christelijke geschiedenis van het land als een katholiek verleden en noemt onder anderen Ninianus, Columba van Iona en Margaretha van Schotland. Ook verwijst hij naar William Wallace en Robert the Bruce en naar de stichting van de universiteiten van St Andrews, Glasgow en Aberdeen. Deze historische passages geven de visie van Leo XIII op het voorreformatorische Schotland weer; de paus gebruikt deze geschiedenis als argument voor herstel van de gemeenschap met Rome.
De veranderingen van de zestiende eeuw worden in het document voorgesteld als een breuk met het oude geloof. Tegelijk meent Leo aan het einde van de negentiende eeuw een vermindering van vooroordelen tegen katholieken in Schotland waar te nemen. Hij verbindt die ontwikkeling met de hoop op een toekomstige religieuze toenadering.
Een belangrijk deel van Caritatis Studium is gewijd aan de Heilige Schrift. Leo XIII prijst de eerbied van de Schotten voor de Bijbel en gebruikt die gedeelde waardering als uitgangspunt voor zijn oproep tot kerkelijke eenheid. Hij stelt daarbij dat de bewaring en gezaghebbende uitleg van de Schrift historisch met de Kerk verbonden zijn.
In zijn argumentatie verwijst Leo onder meer naar de derde synode van Carthago, paus Innocentius I, paus Eugenius IV en het Concilie van Trente. Ook citeert hij Augustinus van Hippo over de omgang met moeilijk te begrijpen Schriftplaatsen.
In de daaropvolgende paragrafen betoogt Leo dat de Schrift volgens de katholieke leer niet los kan worden gezien van een blijvend en levend kerkelijk leergezag. Hij beroept zich daarbij op de opdracht van Christus aan de apostelen om het evangelie te verkondigen en op de bijzondere positie die hij aan de apostel Petrus toeschrijft. Als patristische ondersteuning haalt hij Ireneüs van Lyon aan over de apostolische successie en de overdracht van de christelijke leer binnen de Kerk.
Leo verwerpt daarmee de opvatting dat het individuele oordeel de uiteindelijke norm voor de uitleg van de Schrift kan zijn. Volgens de encycliek kunnen uiteenlopende individuele interpretaties leiden tot doctrinaire verdeeldheid, terwijl kerkelijk leergezag volgens Leo de eenheid van geloof moet bewaren.
De oproep tot eenheid krijgt in de encycliek ook een sacramentele betekenis. Leo spreekt waarderend over Schotse christenen buiten de Rooms-Katholieke Kerk die Christus willen volgen, maar stelt dat de volheid van de kerkelijke gemeenschap volgens de katholieke opvatting verbonden is met gehoorzaamheid aan de Kerk en het pauselijk ambt.
Daarna behandelt hij uitvoerig het eucharistisch offer. De encycliek stelt dat het offer van Christus aan het kruis eenmalig en volledig is, en dat het eucharistisch offer geen nieuwe verzoening vormt, maar hetzelfde offer sacramenteel tegenwoordig stelt en de verdiensten ervan toepast. Leo verbindt deze leer met zijn voorstelling van het katholieke verleden van Schotland en met zijn oproep tot kerkelijke hereniging.
In het slotgedeelte richt Leo XIII zich rechtstreeks tot de katholieken in Schotland. Hij roept hen op te bidden voor kerkelijke eenheid en door hun levenswijze een voorbeeld te geven. Daarbij vraagt hij hun ook zich in het openbare leven deugdzaam te gedragen, zodat volgens hem zichtbaar wordt dat het katholicisme niet strijdig is met de belangen van de staat.
De encycliek verbindt zo religieuze overtuiging met maatschappelijke verantwoordelijkheid. Leo verlangt niet alleen persoonlijke geloofspraktijk, maar ook gedrag waarmee katholieken zich volgens hem als goede burgers kunnen tonen.
Leo XIII besteedt een afzonderlijke passage aan katholiek onderwijs. Hij verlangt dat katholieke scholen wat onderwijskwaliteit betreft niet onderdoen voor andere scholen en noemt daarbij zowel lager, middelbaar als hoger onderwijs. Ook acht hij een brede intellectuele vorming van de geestelijkheid noodzakelijk. De plaats die onderwijs in de encycliek inneemt, is ook in later onderzoek naar de ontwikkeling van de Katholieke Kerk in Schotland opgemerkt.
In dit verband beveelt Leo de verdere ondersteuning van Blairs College aan, het katholieke opleidingsinstituut bij Aberdeen dat betrokken was bij de vorming van toekomstige priesters. De nadruk op onderwijs stond binnen een bredere laatnegentiende-eeuwse ontwikkeling waarin de Katholieke Kerk in Schotland haar eigen onderwijsinstellingen uitbouwde en tegelijk een werkbare verhouding met de overheid zocht.
De centrale theologische argumentatie van Caritatis Studium verbindt drie onderwerpen: kerkelijke eenheid, gezaghebbende interpretatie van de Schrift en sacramentele gemeenschap. Leo XIII beschouwt zichtbare eenheid in geloof en kerkelijke gemeenschap als behorend tot de door Christus gewilde inrichting van de Kerk. Het blijvende kerkelijke leergezag krijgt binnen die redenering de taak om de overgeleverde geloofsleer en de interpretatie van de Schrift te bewaken.
De eucharistie vormt een tweede element van deze ecclesiologische visie. Leo presenteert het eucharistisch offer als een wezenlijk onderdeel van het katholieke kerkelijke leven en verbindt het ontbreken daarvan buiten de katholieke gemeenschap met zijn oproep tot hereniging.
Een derde element is de verhouding tussen geloof, intellectuele vorming en maatschappelijk handelen. De encycliek vraagt van katholieken zowel trouw aan de katholieke leer als intellectuele scholing en deelname aan het openbare leven. Onderwijs krijgt daardoor zowel een religieuze als een maatschappelijke functie.
De Latijnse tekst draagt de aanduiding Epistola encyclica Caritatis Studium ad episcopos Scotiae. De encycliek is gedateerd te Rome, bij de Sint-Pietersbasiliek, op 25 juli 1898, in het eenentwintigste jaar van het pontificaat van Leo XIII. De bibliografische noot bij de Vaticaanse Latijnse webuitgave verwijst naar volume XXXI (1898–1899), bladzijden 6–14.