Cum Multa

Deel van de serie over
documenten van de
Heilige Stoel

Constituties, encyclieken,
exhortaties en instructies

Wapen van de Heilige Stoel
op gezag van
de Heilige Stoel
Constituties

Sacrosanctum Concilium
Gaudium et Spes
Lumen Gentium

Encyclieken

Pius IX
Leo XIII
Pius X
Benedictus XV
Pius XI
Pius XII
Johannes XXIII
Paulus VI
Johannes Paulus II
Benedictus XVI
Franciscus

Instructies

Inter Oecumenici
Liturgiam Authenticam
Redemptionis Sacramentum

Cum multa is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 8 december 1882 en gericht aan de aartsbisschoppen, bisschoppen en andere kerkelijke ordinarii van Spanje. Aanleiding waren de scherpe conflicten onder Spaanse katholieken over de verhouding tussen godsdienst, politieke partijvorming en kerkelijk gezag. De brief roept op tot onderlinge eenheid, gehoorzaamheid aan de bisschoppen en terughoudendheid in politieke partijstrijd, in het bijzonder bij geestelijken, katholieke verenigingen en de pers.

De encycliek keert zich zowel tegen een volledige scheiding van godsdienst en politiek als tegen de vereenzelviging van het katholicisme met één politieke partij. Politieke meningsverschillen zijn volgens Leo XIII op zichzelf geoorloofd zolang zij niet strijdig zijn met godsdienst of rechtvaardigheid. Historisch onderzoek plaatst deze uitspraken in de conflicten tussen onder meer carlistische en integristische katholieken enerzijds en de aan Alejandro Pidal y Mon verbonden Unión Católica anderzijds.

Historische achtergrond

In het begin van de jaren 1880 waren de politiek actieve katholieken in Spanje sterk verdeeld. Een belangrijk twistpunt was de in 1881 gevormde Unión Católica rond Alejandro Pidal. Deze beweging wilde katholieken, onafhankelijk van hun bestaande politieke voorkeuren, verenigen ter verdediging van katholieke belangen. Zij kreeg steun van delen van het Spaanse episcopaat en van Leo XIII. Carlistische en integristische kringen vreesden daarentegen dat een dergelijke samenwerking de eigen traditionalistische politieke positie zou verzwakken.

De tegenstellingen kwamen ook tot uiting tijdens katholieke herdenkingen. Volgens de historicus Francisco Javier Ramón Solans stond de herdenking van Pedro Calderón de la Barca in 1881 in het teken van het conflict tussen het carlisme en de Unión Católica. In 1882 liepen de spanningen opnieuw op rond het derde eeuwfeest van de dood van Theresia van Ávila. Carlisten bereidden in dat verband een nationale bedevaart naar Rome voor, aanvankelijk met pauselijke instemming. De wijze waarop zij de organisatie naar zich toe trokken zonder de bisschoppen voldoende te betrekken, riep echter verzet op binnen het episcopaat. De Heilige Stoel liet de nationale bedevaart vervolgens vervangen door afzonderlijke diocesane bedevaarten.

Tegen deze achtergrond verscheen Cum multa. Ramón Solans beschouwt de encycliek als een pauselijke interventie tegen de aanspraak van carlistische en integristische kringen om het Spaanse katholicisme exclusief te vertegenwoordigen en tegen hun aanvallen op kerkelijke prelaten. De kerkhistoricus Vicente Cárcel Ortí beschrijft de verdeeldheid eveneens als een ernstig kerkelijk en politiek probleem en plaatst de brief in de pogingen van Leo XIII om de eenheid onder de Spaanse katholieken te herstellen.

Inhoud

Deel van de serie over
documenten van de
Heilige Stoel

Constituties, encyclieken,
exhortaties en instructies

Wapen van de Heilige Stoel
op gezag van
de Heilige Stoel
Constituties

Sacrosanctum Concilium
Gaudium et Spes
Lumen Gentium

Encyclieken

Pius IX
Leo XIII
Pius X
Benedictus XV
Pius XI
Pius XII
Johannes XXIII
Paulus VI
Johannes Paulus II
Benedictus XVI
Franciscus

Instructies

Inter Oecumenici
Liturgiam Authenticam
Redemptionis Sacramentum

Cum multa bestaat uit twintig genummerde paragrafen. De brief begint met een waarderende beschrijving van de katholieke traditie van Spanje en de verbondenheid van Spaanse katholieken met de Heilige Stoel. Daartegenover stelt Leo XIII dat partijrivaliteit inmiddels tot verdeeldheid heeft geleid, ook binnen organisaties die voor godsdienstige doeleinden waren opgericht. Hij bekritiseert in dit verband situaties waarin bisschoppelijke beslissingen slechts met tegenzin worden aanvaard of openlijk worden aangevallen.

Eenheid en bisschoppelijk gezag

Een centraal motief is de eenheid van katholieken onder het kerkelijk gezag. Leo XIII stelt dat eenheid niet alleen onder gelovigen onderling noodzakelijk is, maar in het bijzonder in hun verhouding tot de bisschoppen. De bisschoppen worden beschreven als de legitieme bestuurders van de hun toevertrouwde lokale kerken, die binnen hun rechtsgebied bevoegd zijn leiding te geven in aangelegenheden die de godsdienst raken.

De paus fundeert deze opvatting zowel kerkelijk als theologisch. Hij verwijst naar Gregorius IX en naar Cyprianus van Carthago om de verbondenheid tussen bisschop en plaatselijke kerk te benadrukken. Daarnaast gebruikt hij het nieuwtestamentische beeld van het kerkelijk lichaam uit de Brief aan de Kolossenzen. Daarmee verbindt de brief de gewenste politieke en organisatorische eendracht aan een hiërarchisch kerkbegrip waarin gemeenschap met de bisschop en, via hem, met de paus centraal staat.

Religie en politiek

In de paragrafen 6 tot en met 9 behandelt Leo XIII expliciet de verhouding tussen de geestelijke en de tijdelijke orde. Hij verwerpt eerst de opvatting dat godsdienst en politiek zo volledig van elkaar zouden moeten worden gescheiden dat zij geen invloed op elkaar hebben. Volgens de encycliek vormt godsdienst een grondslag voor onder meer rechtvaardig bestuur, plichtsbesef en de beteugeling van hartstochten door de deugd.

Vervolgens verwerpt Leo XIII wat hij als de tegenovergestelde dwaling beschouwt: de identificatie van de katholieke godsdienst met één politieke partij, waarbij katholieken van een andere partij feitelijk als minder katholiek worden behandeld. Een dergelijke vereenzelviging brengt volgens hem partijstrijd het kerkelijke domein binnen en bedreigt de onderlinge eenheid.

De geestelijke en tijdelijke orde zijn volgens de encycliek onderscheiden naar oorsprong en aard. Tegelijk kent Leo XIII de godsdienst een hogere orde toe omdat zij de mens op God en zijn uiteindelijke bestemming richt. Over politieke aangelegenheden kunnen katholieken daarentegen van mening verschillen wanneer hun standpunten niet tegen godsdienst of rechtvaardigheid ingaan. Hibbs-Lissorgues interpreteert deze passages als een afwijzing van zowel een radicale scheiding van godsdienst en politiek als van een religieus radicalisme dat het katholicisme met één partij vereenzelvigt.

Geestelijkheid, verenigingen en pers

De paragrafen 12 en 13 richten zich in het bijzonder tot de geestelijkheid. Priesters worden opgeroepen tot gematigdheid en gehoorzaamheid aan hun bisschoppen. Volgens Leo XIII past het niet bij het priesterambt zo volledig in partijrivaliteiten op te gaan dat wereldlijke kwesties belangrijker lijken te worden dan godsdienstige taken.

In paragraaf 14 behandelt de encycliek katholieke verenigingen. Leo XIII waardeert hun inzet voor katholieke belangen, maar stelt dat zij onder het gezag van de bisschoppen behoren te functioneren en politieke partijstrijd buiten hun religieuze doelstelling moeten houden. Daarbij verwijst hij naar de uitspraak uit de Brief van Paulus aan de Galaten dat de gedoopten "één" zijn in Christus.

Paragraaf 15 past vergelijkbare beginselen toe op de katholieke pers. Schrijvers en journalisten die de belangen van de Kerk verdedigen, moeten volgens de paus afzien van scherpe persoonlijke aanvallen, overhaaste oordelen en insinuaties. Discussies over kerkelijke rechten en katholieke leer behoren met argumenten en gematigdheid te worden gevoerd, niet door verbale agressie. De nadruk op de pers hing samen met de Spaanse situatie, waarin katholieke kranten een belangrijke rol speelden bij het verscherpen van de onderlinge politieke en religieuze tegenstellingen.

Theologische en filosofische accenten

Theologisch staat in Cum multa de eenheid van de Kerk centraal. Deze eenheid wordt niet uitsluitend als onderlinge eensgezindheid opgevat, maar als een kerkelijke gemeenschap die tevens door gezagsverhoudingen wordt gestructureerd. De plaatselijke bisschop vormt in de argumentatie een verbindende schakel tussen de gelovigen en de universele Kerk. Leo XIII onderbouwt deze visie met verwijzingen naar de Schrift, Gregorius IX en Cyprianus.

De brief bevat daarnaast een religieuze antropologie waarin de mens zowel een tijdelijke als een op God gerichte bestemming heeft. Leo XIII omschrijft de geestelijke orde als gericht op de kennis en liefde van God en uiteindelijk op de toekomstige, hemelse stad. In zijn bespreking van de maatschappelijke betekenis van godsdienst verbindt hij rechtvaardigheid, plichtsbesef en beheersing van de hartstochten aan morele deugd. De politieke problematiek wordt daardoor niet uitsluitend institutioneel behandeld, maar geplaatst binnen een morele visie op persoon en samenleving.

Politiek-filosofisch is vooral de combinatie van onderscheid en samenhang tussen godsdienst en politiek kenmerkend. De encycliek verdedigt geen volledige institutionele of morele afzondering van beide domeinen, maar evenmin de onderwerping van de Kerk aan één partijpolitiek programma. Binnen dat kader erkent Leo XIII ruimte voor verschillende politieke opvattingen onder katholieken, mits deze niet strijdig zijn met godsdienst en rechtvaardigheid. Hibbs-Lissorgues plaatst deze benadering in de meer verzoenende politieke koers van Leo XIII ten opzichte van bestaande politieke verhoudingen, zonder daaruit af te leiden dat de paus de liberale scheiding van Kerk en staat aanvaardde.

Cum multa is daarmee in de eerste plaats een pastorale en disciplinerende interventie in een concrete Spaanse controverse. De tekst ontwikkelt geen zelfstandig filosofisch systeem, maar past een kerkelijke visie op gezag, morele orde en het onderscheid tussen geestelijke en tijdelijke aangelegenheden toe op politieke partijvorming, katholieke organisaties en journalistiek.

Receptie en nasleep

De encycliek maakte niet onmiddellijk een einde aan de verdeeldheid. Volgens Cárcel Ortí gebruikten zowel integristische als meer gematigde of unionistische kringen passages uit Cum multa om hun eigen positie te verdedigen. Cándido Nocedal en Alejandro Pidal meenden beiden in de pauselijke tekst bevestiging van hun eigen politiek-religieuze uitgangspunten te kunnen vinden.

De nieuwe apostolische nuntius in Spanje, Mariano Rampolla del Tindaro, arriveerde begin februari 1883 in Madrid. Op 24 februari stuurde hij een vertrouwelijke vragenlijst aan zestien Spaanse geestelijken om de oorzaken en omvang van de verdeeldheid te onderzoeken. Daarin werd onder meer gevraagd of Cum multa met de vereiste eerbied was ontvangen en in de praktijk werd nageleefd, waarom de encycliek haar doel eventueel niet had bereikt en welke maatregelen nodig waren om de eensgezindheid en de canonieke gehoorzaamheid aan de bisschoppen te herstellen.

De antwoorden lieten zien dat de situatie per bisdom verschilde. In sommige bisdommen werd nauwelijks verdeeldheid gemeld, terwijl elders partijpolitieke conflicten onder geestelijken, lekenorganisaties en katholieke kranten een belangrijke rol speelden. Hibbs-Lissorgues concludeert dat de pogingen om tussen 1881 en 1884 een einde te maken aan de katholieke interne conflicten geen duurzaam onmiddellijk resultaat hadden. De strijd in de katholieke pers bleef doorgaan en verscherpte zich in de daaropvolgende jaren verder.

In de geschiedschrijving wordt Cum multa daarom niet alleen behandeld als een uiteenzetting over de verhouding tussen godsdienst en politiek, maar ook als onderdeel van Leo XIII's poging om katholieke publieke actie onder het kerkelijk gezag te brengen en partijpolitieke toe-eigening van het katholicisme tegen te gaan.

Zie ook

Zie de categorie Cum Multa van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.